Slag op het Slaak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag op het Slaak
Onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog
Slag op het Slaak
Slag op het Slaak
Datum 12 september 1631
Locatie Zeeland, Nederlanden (zuidelijke Volkerak, tussen De Heen en Sint Philipsland)
Strijdende partijen
Prinsenvlag.svgRepubliek der zeven verenigde Nederlanden Flag of Cross of Burgundy.svg Spaanse vloot
Commandanten
Frederik Hendrik van Oranje
Marinus Hollaer van Valckenisse
Markies van Aytona
Jan VIII van Nassau-Siegen
Verliezen
1500 doden, 4000 gevangengenomen
Portaal  Portaalicoon   Marine

De slag op het Slaak in 1631 was een treffen tussen een Staatse vloot en een Spaanse vloot gedurende de Tachtigjarige Oorlog tussen de Nederlanden en Spanje.

Aanloop[bewerken]

De Spaanse landvoogdes in de Nederlanden, Isabella van Oostenrijk, had het plan opgevat om Holland en Zeeland van elkaar te scheiden om zo de Schelde en daarmee de toegang tot Antwerpen te beheersen. Een vloot van 96 platboomde vaartuigen en andere schepen met 6000 soldaten aan boord kwam de Zeeuwse wateren op varen met als doel de Ooltgensplaat, de zuidelijke oever van het Volkerak en Willemstad te veroveren. De vloot stond onder bevel van de markies van Aytona en van Jan van Nassau-Siegen, een neef van Willem van Oranje, die na het twaalfjarig bestand in Spaanse dienst was gegaan. Een Spaans landleger was tegelijkertijd actief in West-Brabant en bezette onder meer Roosendaal en Dinteloord.

Prins Frederik Hendrik gaf als reactie opdracht alle oorlogsschepen die de admiraliteiten van Holland en Zeeland op dat moment konden leveren, bijeen te brengen. Deze vloot, die bestond uit 50 schepen, kwam tezamen op de Schelde bij Saeftinghe. De vloot werd geleid door viceadmiraal Marinus Hollaer van Valckenisse (1575-1637), die sinds 1629 aan het hoofd van de gehele Zeeuwse zeemacht stond. Hollaer had zijn kunnen al ruimschoots bewezen in de zeeoorlog met Spanje, onder andere tijdens de slag bij Gibraltar in 1607. De slag op het Slaak bij Volkerak, op 12 september 1631, zou echter zijn beroemdste wapenfeit worden.

De slag[bewerken]

De viceadmiraal liet de vijandelijke vloot op de Schelde eerst passeren en zette toen de achtervolging in. Nadat de Spanjaarden in de avond van 12 september waren aangekomen op het Slaak viel de Staatse vloot aan. Als gevolg van de onverwachte aanval en opkomende mist ontstond onder Aytona's manschappen verwarring, gevolgd door algemene paniek. Met tientallen tegelijk sprongen de Spanjaarden in het water in de hoop niet in handen van de Zeeuwen te vallen.

Graaf Jan van Nassau-Siegen wist over de Zeeuwse slikken te vluchten. Het leverde hem de spotnaam Jan de Mosselvanger op. Ook Aytona kon ontkomen, met slechts twee schepen keerde hij huiswaarts.

De Spaanse scheepsmacht was vernietigend verslagen, bijna alle schepen waren tot zinken gebracht of geënterd. Ruim 1500 opvarenden, zeelui en soldaten, verdronken. 4000 manschappen kwamen bij Steenbergen aan land en werden daar door een leger van Frederik Hendrik krijgsgevangen gemaakt.

Bijna alle veroverde platbodems en andere schepen werden, met het buitgemaakte geschut dat bestond uit 188 scheepskanonnen en munitie, naar Dordrecht gevaren. De Schelde bleef sindsdien vast in Zeeuwse handen.