Slag van Baduhenna

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag in het woud van Baduhenna
Datum 28 n.Chr.
Plaats Bij Castellum Flevum
Resultaat Overwinning voor de Frisii
Strijdende partijen
Frisii Romeinse Rijk
Leiders
Lucius Apronius
Verliezen
900

De slag in het woud van Baduhenna vond plaats in 28 n.Chr. tussen de Frisii en de Romeinen. De Romeinen werden door de Frisii verslagen.

Achtergrond[bewerken]

In 28 waren de Frisii in opstand gekomen nadat Olennius, de nieuwe landvoogd, de belastingen drastisch had verhoogd en hardvochtig was opgetreden tegen onlusten als gevolg hiervan.

De Frisii brachten een legermacht op de been en vielen de Romeinen aan bij het castellum Flevum, dat door sommige historici in de buurt van Velsen wordt gelokaliseerd. Na hevige gevechten konden de verdedigers met moeite de Friezen van zich afslaan. Lucius Apronius, de bevelhebber van het Romeinse grensleger aan de Beneden-Rijn zond met boten haastig versterkingen naar het noorden teneinde de opstand neer te slaan. Toen dit leger aankwam in het gebied van de Frisii trokken deze zich terug in het woud van Baduhenna. Het is onduidelijk waar dit bos gelegen was.

De Frisii waren ten opzichte van de Romeinen in het voordeel, ze kenden het woud en waren licht bewapend. De slag in het woud liep uit op een klinkende overwinning van de Frisii. Volgens Tacitus vonden negenhonderd soldaten de dood en doodden vierhonderd elkaar in de villa van Cruptorix, omdat ze verraad vreesden. De overlevenden vluchtten terug naar het zuiden.

Keizer Tiberius zond geen strafexpeditie naar de Frisii, waardoor de Frisii hun vrijheid terug hadden gewonnen. In 47 vestigde Corbulo opnieuw het Romeins gezag, maar hij kreeg opdracht van keizer Claudius zich achter de Rijn terug te trekken.

Zie ook[bewerken]

Bronnen[bewerken]