Slag van Karari

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Karari
"De charge van de 21e Lanciers"door Edward Matthew Hale
"De charge van de 21e Lanciers"
door Edward Matthew Hale
Datum 2 september 1898
Locatie Karari, Omdurman (Khartoem, Soedan)
Resultaat Britse overwinning
Strijdende partijen
Mahdisten Flag of the United Kingdom.svgGroot-Brittannië
Flag of Egypt (1882-1922).svgEgypte
Flag of the Governor-General of the Anglo-Egyptian Sudan.svgSoedan
Commandanten
kalief Abdallahi ibn Muhammad Flag of the United Kingdom.svgKitchener
Troepensterkte
ca 52.000 man 8.200 man Britten,
17.600 Egyptenaren en Soedanezen
Verliezen
9.700 doden,
12.000 gewonden,
5.000 gevangenen
48 doden,
434 gewonden
The Battle of Omdurman, 1898

De Slag van Karari was een veldslag die plaatsvond op 2 september 1898 nabij Omdurman. Het wordt daardoor ook de Slag bij Omdurman genoemd. De bekendste ooggetuige en deelnemer aan de slag, Winston Churchill, stelde dat het eigenlijk meer een executie dan een veldslag was.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Tussen 1820 en 1874 werd Soedan door de Egyptenaren veroverd. Egypte zelf werd in 1882 een Brits protectoraat. Soedan kwam zo in principe ook onder Brits bewind. Door de opkomst van de Mahdisten, volgelingen van de zelfverklaarde mahdi Mohammed Ahmad ibn Abd Allah, was de feitelijke macht op veel plaatsen in handen van deze groepering.

De Britten, die dit inheemse verzet de kop wilden indrukken, begonnen met dit doel een militaire campagne, die aanvankelijk niet liep zoals gepland. De Britten werden enkele malen verslagen, met als beruchtste episode de onthoofding van generaal Charles George Gordon bij Khartoem in 1885.

In 1898 gingen Anglo-Egyptisch Soedan, Egypte en Groot-Brittannië over tot een aanval op de stad Omdurman, om zo het hele Nijldal onder controle te krijgen.

Slag bij Karari[bewerken]

Op 1 september 1898 bereikten het Britse en Egyptische leger de stad. Zij vestigden zich op de westelijke oever van de Nijl. Om nachtelijke aanvallen makkelijker te kunnen afslaan, stelde Kitchener zijn leger op in een halve cirkel, wat een zariba (versterkte nederzetting) creëerde, met de rivier in zijn rug. Hierdoor werd rugdekking verzorgd door de marine.

Eerste fase[bewerken]

Op 2 september rukten de Mahdisten vroeg in de ochtend op naar de zariba. Tijdens deze stormloop werd duidelijk dat de superieure wapens van de Britten de doorslag in dit treffen zouden geven. De Mahdisten waren in aantal dan wel in de meerderheid, maar ze waren slechts gewapend met speren, musketten en andere oudere geweren met bovendien te weinig munitie. De Britten daarentegen beschikten over artillerie (80 vuurmonden), machinegeweren en het nieuwe Lee-Enfield magazijngeweer. De artillerie begon de oprukkende Mahdisten van op zo'n 3000 meter te beschieten, de machinegeweren van op zo'n 1500 meter en de infanterie van op een 1300 meter. De slachting onder de Mahdisten was enorm. Diegenen die tot op 200 à 300 meter van de Britten naderden, zouden het niet navertellen, laat staan dat er troepen de zariba bereikten. De enige troepen die zich buiten de zariba bevonden (het kamelenkorps), moesten zich terugtrekken onder dekking van de marine om vernietiging te voorkomen.

Tweede fase[bewerken]

Toen de stormloop was afgeslagen, besloot Kitchener op te rukken naar Omdurman. Hij wilde een guerrilla vermijden in een stad die zijn troepen onvoldoende kende en waarvan de inwoners niet van plan waren enige welwillendheid aan de dag te leggen. Dit bleek dan toch een overhaaste beslissing daar de reservetroepen van de Mahdisten van goede kwaliteit bleken. Op dat ogenblik dreigde het tij te keren ten gunste van de Mahdisten. De linkerflank was door de stormloop op de stad onbeschermd gelaten en de Mahdisten vielen hier aan. Maar gaf de artillerie van de marine de doorslag. Na de terugtrekking van de Mahdisten was de stad onbeschermd en werd hier geen weerstand meer geboden.

Gevolgen[bewerken]

Hier werd duidelijk dat de materiële suprematie van het Westen veel meer waarde had dan gigantische legers die, door de dichte slagorde, uiterst kwetsbaar waren voor artillerie. De Britse droom om Oost-Afrika volledig onder controle te krijgenen een spoorlijn te kunnen aanleggen 'van Caïro tot Kaap de Goede Hoop', kwam door deze overwinning een stap dichterbij.