Slak (metallurgie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stapels slak
Een ijzerslak

Onder slak wordt het bijproduct van de extractieve metallurgie verstaan, dat vooral bestaat uit vloeibare oxiden. In sommige processen wordt ook een sulfidische vloeistof gevormd, die matte genoemd wordt.

Hoogovenslak of hoogovengranulaat is specifiek de restanten van de reactie tussen steenkool en erts in een hoogoven, als bijproduct van vloeibaar ruwijzer: door de hoge temperaturen in de hoogoven smelt alles en worden ijzer en andere metalen gereduceerd. Het zwaardere metaal zinkt naar de bodem terwijl de resterende oxiden, de slak, er bovenop blijft drijven.

Vorming en functie[bewerken]

In de hoogoven wordt het ijzer uit het ijzererts gereduceerd. Ook alle edelere metalen zullen in het vloeibaar ijzer oplossen. De minder edele metalen zullen niet gereduceerd worden en in de slak terechtkomen. In verdere stappen in de staalproductie, zoals de convertor, worden oxiden op het vloeibaar ijzer of staal toegevoegd om bepaalde onzuiverheden gemakkelijker op te nemen. De slak heeft daar ook de functie om het staal af te dekken en voor afkoeling en oxidatie te beschermen. In de non-ferrometallurgie is de slak vaak een tussenstap met een scheidingsfunctie. Een bepaald metaal, bijvoorbeeld lood, wordt dan naar de slak geoxideerd, om dan afgetapt te worden en elders tot het metaal gereduceerd.

Samenstelling[bewerken]

Hoogovenslak bevat in hoofdzaak siliciumoxide, calciumoxide, magnesiumoxide en aluminiumoxide.[bron?] De slak bevat ook steeds een beperkte hoeveelheid ijzeroxide.

Convertorslak bevat door de oxiderende omstandigheden meer ijzeroxide. Slak van de productie van roestvast staal bevat chroomoxide (Cr2O3), meestal in de vorm van MgO.Cr2O3-spinel, en slakken van non-ferrometallurgie kunnen vele verschillende metalen bevatten.

Eigenschappen[bewerken]

De eigenschappen van slak zijn sterk afhankelijk van de samenstelling. Voor een industrieel proces zijn vaak de volgende eigenschappen van belang:

  • De basiciteit: de verhouding van basische tot zure oxiden. Deze verhouding geeft o.a. een indicatie voor de compatibiliteit met de refractaire wanden.
  • Het smeltpunt: bij een te laag smeltpunt wordt de slak te reactief, bij een te hoog te visceus. Onder het smeltpunt zal de slak vaste deeltjes bevatten. Daarom worden fasediagrammen gemaakt met het liquidusoppervlak.
  • De viscositeit: dit is van belang wanneer de slak goed moet vloeien, zoals bij slakschuimen.

Hergebruik[bewerken]

Het is in het voordeel van de metaalproducent als ook de slak een nuttige toekomst krijgt en niet gedumpt of verwerkt moet worden.

Gegranuleerde hoogovenslak wordt verkregen als de gesmolten slak van de hoogovens snel wordt afgekoeld met water (het 'schrikken'). De hoogovens van de Europese staalindustrie produceren meer dan 16 miljoen ton gegranuleerde slak per jaar.

De gegranuleerde slak is niet verder van belang voor de staalfabrikant, maar wel van groot belang voor de cementindustrie; de slak wordt hoofdzakelijk gebruikt als toeslagstof bij portlandcement. Tot 80% van het portlandcement kan vervangen worden door gegranuleerde hoogovenslak. Men spreekt dan van hoogovencement. Doordat het gehalte portlandcement lager is, ligt ook de uitstoot van CO2 voor de productie van hoogovencement gevoelig lager.

Ook andere slakken kunnen verder gebruikt worden. Een typische toepassing is als toeslagmateriaal voor beton. De toepasbaarheid hangt af van mechanische eigenschappen zoals de sterkte, en milieuvoorwaarden zoals de samenstelling en uitloogbaarheid van zware metalen.

Vanwege de hoge gehaltes aan kalk, ijzer en fosfor worden slakken ook als bemesting gebruikt (thomasslakkenmeel).

Een andere toepassing die wordt overwogen, is het opnemen van CO2 uit processen die fossiele brandstoffen gebruiken (CO2-afvang en -opslag).

In Duitsland is lange tijd het proceswater - waarmee de slak werd afgekoeld - gebruikt voor heilzame “slakkenbaden”.

Bronnen, noten en/of referenties