Slangenbeet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slangenbeet
Viper bite.jpg
ICD-10 T63.0
ICD-9 989.5
DiseasesDB 29733
MedlinePlus 000031
eMedicine med/2143
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Een slangenbeet is een beet door een slang. Een beet door een niet-giftige slang is medisch gezien gewoon een bijtwond; een beet van een gifslang vergt een specifieke behandeling.

Slangenbeten komen in België en Nederland weinig voor; ze zijn meestal het gevolg van een poging een slang te vangen of op te pakken. De enige gifslang in deze beide landen is de adder (Vipera berus). De laatste adderbeet met dodelijke afloop in Nederland of België gebied is tientallen jaren geleden. Soms worden daar echter wel eens reptielenhouders gebeten door hun eigen gifslangen.

In Afrika en Azië komen slangenbeten daarentegen veel voor, vaak ook met dodelijke afloop. Hier gaat het vaak om blootsvoets lopende mensen die onbedoeld op een slang trappen. Wereldwijd sterven naar schatting jaarlijks enige tienduizenden mensen aan een slangenbeet[1]. Harde gegevens hierover zijn echter schaars. De voornaamste gifslangen die dodelijke slachtoffers maken zijn Echis (zaagschubadders) soorten in Noord-Afrika, Bothrops asper en B. atrox (lanspuntslang) in Centraal- en Zuid-Amerika, en Naja soorten (cobra's) en Bungarus soorten (kraits) in Azië[1].

Behandeling[bewerken]

Voor een succesvolle behandeling is het van groot belang dat de slang wordt geïdentificeerd. Een signalement, of idealiter de bijtende slang zelf, de vorm van de wond (afstand van de prikgaatjes) en kennis van de lokale situatie (welke slangen komen er voor) helpen hierbij. Als de slang bekend is kan soms een beschikbaar antiserum worden gegeven dat de ernst van de gevolgen van de beet verzacht. In Nederland hebben dierentuinen (Artis, Blijdorp, reptielenzoo's bijvoorbeeld Serpo te Delft) en gespecialiseerde ziekenhuizen de nodige kennis en antisera ter beschikking. In het Havenziekenhuis te Rotterdam zijn in 2006 bijvoorbeeld 3 patiënten behandeld en in 2007 tot september 2 patiënten met slangenbeten. In gebieden waar zeer gevaarlijke slangen voorkomen is echter de afstand tot het dichtstbijzijnde ziekenhuis vaak te groot om op tijd te kunnen behandelen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Gutiérrez JM, Theakston RDG, Warrell DA (2006) Confronting the Neglected Problem of Snake Bite Envenoming: The Need for a Global Partnership. PLoS Med 3(6): e150 artikel