Slangenooghagedis
| Slangenooghagedis | |||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||||
| Ophisops elegans Ménétriés, 1832 |
|||||||||||||||||||
| Afbeeldingen Slangenooghagedis op |
|||||||||||||||||||
| Slangenooghagedis op |
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
De slangenooghagedis[1] (Ophisops elegans) is een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae). Vroeger werd deze soort tot het geslacht Lacerta gerekend, maar er zijn toch wel enkele grote verschillen met dit geslacht, met name de ogen, waaraan het dier de naam dankt.
Inhoud |
Beschrijving [bewerken]
Net zoals een slang kan deze hagedis de oogleden niet openen; het onderste ooglid is doorzichtig en gefuseerd met het bovenste ooglid, wat doet denken aan een bril. De slangenooghagedis kan zijn ogen deels bedekken door het bovenste deel omlaag te trekken. In tegenstelling tot de slangen zijn de oogleden hierdoor nog enigszins beweeglijk zodat de ogen toch kunnen worden beschermd bij gevaar. Het doet enigszins denken aan de brilhagedis (Scelarcis perspicillata), maar deze laatste soort heeft 'normale', beweeglijke oogleden waar echter een doorzichtig venster in zit.
De slangenooghagedis heeft een witte buik, bruine flank en aan weerszijden van de bovenkant van de rug en in het midden van de flank een lengtestreep tot aan de staartbasis. Tussen de twee rugstrepen zijn vaak twee rijen donkerbruine tot zwarte vlekjes aanwezig, onder de flankstreep een enkele rij. De mannetjes krijgen in de paartijd soms blauwe vlekjes op de flank of een groene marmertekening op de rug. De juvenielen zijn duidelijk gestreept.
Voorkomen en habitat [bewerken]
De slangoogenhagedis is een bodembewonende soort die goed kan klimmen. Bij gevaar vlucht de hagedis met een zig-zag beweging om aan predatoren zoals roofvogels en slangen te ontkomen. De hagedis jaagt op insecten of andere kleine ongewervelden, de habitat bestaat uit dorre oogstvelden, graslanden en vlakten. Het verspreidingsgebied beslaat de zuidelijke Balkan, in het grensgebied tussen Turkije en Griekenland (Thrace), zuidelijk Bulgarije en de Thasos en Aegische eilanden. De slangenooghagedis is de enige van de acht soorten uit het geslacht Ophisops die tot in Europa voorkomt.
Algemeen [bewerken]
Als de slangenooghagedis wordt bedreigd vlucht deze niet in een hol maar zoekt juist een uitkijkpost op en probeert de aanvaller te lokalisern. Hierbij richt de hagedis zich op de achterpoten met behulp van de staart. Ook kan de hagedis op de achterpoten wegrennen.[2] De slangenooghagedis komt relatief vroeg in het jaar tevoorschijn uit het winterkwartier. De vrouwtjes leggen twee of drie keer per jaar 4 tot 5 eieren, die in de bodem worden afgezet.[2]
Ondersoorten [bewerken]
Er worden tegenwoordig acht ondersoorten erkend.[3]
- Ophisops elegans basoglui
- Ophisops elegans blanfordi
- Ophisops elegans centralanatoliae
- Ophisops elegans ehrenbergii
- Ophisops elegans elegans
- Ophisops elegans macrodactylus
- Ophisops elegans persicus
- Ophisops elegans schlueteri
Bronvermelding [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|