Slavernij in de oudheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikipedia. Mogelijk is ook de spelling of het taalgebruik niet in orde. Men wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.
Opgegeven reden: De vertaling van dit artikel uit het Engels is sterk onvoldoende en maakt het hier en daar onbegrijpelijk

Slavernij was een belangrijk bestanddeel van het economisch systeem in de oudheid. Het is slechts ten dele vergelijkbaar met slavernij in de moderne zin van het woord. De slaven werden relatief goed behandeld en dikwijls als onderdeel van het gezin beschouwd.

Slavernij in de Babylonische periode[bewerken]

Het beeld van de door Nebukadnezar II gedeporteerde Joden doet denken dat de slavernij in Babylonië een belangrijk fenomeen was. Echter, de gedeporteerde Joden waren niet tot slaaf gemaakt maar leefden onvrijwillig in den vreemde. In Babylonië werd men meestal geen slaaf door oorlog, maar via schulden die meestal ontstonden door misoogsten. Slaven waren belangrijk voor het uitoefenen van allerlei ambachten, maar tussen de vrije ambachtslieden vormden ze toch een minderheid. Vooral op technisch gebied was de het aantal vrije beroepsbeoefenaars veel groter.

Tempelslaven kwamen echter veel meer voor en er zijn gegevens over de verdeling van voedsel aan heel wat slaven, maar toch moesten de tempels vaak overgaan tot het huren van de arbeid van veel vrije werkkrachten waardoor de tempelslaven toch niet zo'n grote groep vormden.

Slavernij in het Klassieke Griekenland[bewerken]

Tot ongeveer 500 v.Chr. was slavernij een vrij marginaal gegeven in Griekenland. De meeste slaven waren niet van Griekse oorsprong, maar kwamen uit Klein-Azië. slaven waren mensen die geen zin meer hadden in het leven. ze wilden niet meer voor zichzelf iets doen en wouden slaaf worden. In Sparta was er in feite ook een soort slavernij. Hier ging het om de Heloten. Dit was de oorspronkelijke bevolking die door de Spartanen waren onderworpen. Ze waren een soort staatsslaven die aan de grond waren gebonden en uitgeleend konden worden, maar ze konden niet worden verkocht of vrijgelaten. Ze moesten vooral een deel van de winst afstaan. Ze konden een goede vooruitgang maken, maar sommige hadden het lastig door de krypteia.

In Athene was de slavernij vrij groot. Er zijn schattingen die gaan tot honderdduizend slaven, één derde van de toenmalige bevolking. Dit was vrij hoog in vergelijking met andere stadstaten. De reden hiervoor was de democratie waardoor veel arbeid door slaven gedaan moest worden en de Laurionmijnen.

De slaven waren vooral belangrijk voor de mijnbouw en in mindere mate voor de landbouw en de ambachten. De slaven in de mijnbouw (Laurionmijnen) hadden het vrij zwaar, maar de andere slaven kenden een redelijk goed bestaan, hoewel ze geen vrijheid bezaten. Zo hadden ze niet veel specifieke verboden. Sommige slaven hadden zelfs een vrij zelfstandig bestaan en moesten in ruil een vast bedrag betalen. Ook bestonden er vrijlatingen van de slaaf en werd een onmenselijke behandeling van de slaven niet getolereerd.

Aristoteles[bewerken]

Slavernij werd in de oudheid niet altijd kritiekloos beschouwd. Aristoteles stelde dat de mensheid uit één soort bestond die zich van de andere soorten onderscheid door het bezit van de rede en dat er zodoende een verbondenheid was tussen alle mensen[1]. Hij deed de aanbeveling dat slaven op termijn zouden dienen te worden vrijgemaakt[2]. Hij handelde daar overigens ook naar tijdens zijn leven en in zijn testament.

Slavernij in Het Oude Rome[bewerken]

“Wil je eraan denken dat die man die jij jouw slaaf noemt geboren is uit hetzelfde zaad als jij en van dezelfde hemel geniet, even hard adem haalt, hetzelfde leven leeft en dezelfde dood sterft! Jij kunt hem net zo goed als vrijgeborene beschouwen als hij jou als slaaf. Door de nederlaag van Varus zijn velen van de meest aanzienlijke afkomst, die op grond van hun militaire carrière uitzicht hadden op de senatorenstand, door het lot ten val gebracht. De één van hen is herder geworden, de ander huisbewaker. Koester nu dan eens verachting voor een man met een levenslot dat ook het jouwe kan worden.”
Seneca[3] over slavernij

Tot de vierde eeuw v.Chr. was de slavernij een ondergeschikt verschijnsel in Rome, maar vanaf de expansie in Italië nam de slavernij alleen maar toe. De slavernij nam pas echt grote proporties aan bij de verovering van de Mediterrane wereld.

De meesten werden slaaf door de oorlogen. Zo hadden de oorlogen in de Late Republiek gezorgd voor meer dan één miljoen slaven. Een ander groot deel van de slaven had zijn statuut gekregen via de geboorte. Ook konden Romeinse burgers in uitzonderlijke gevallen gedegradeerd worden tot slaaf.

De meeste gezinnen in Rome hadden een slaaf. Bij de armen werden ze meer als huisslaaf gebruikt, terwijl de rijken ze meer als profijtslaven gebruikten. De slaven waren actief in verschillende sectoren. De ergste situatie was voor de slaven die actief waren in de mijn- en landbouw of op de galeien. Er waren slaven die actief waren in de huishouding en velen zorgden ook voor het vermogen. Sommige slaven hadden een heel onafhankelijk bestaan. Velen die in de nijverheid actief waren, konden onafhankelijk werken en zo hun winst behouden of moesten een vast bedrag afstaan.

De slaven kregen vaak een vrij goede behandeling, hoewel de meester het recht had ze te doden. Slaven hadden vaak een relatie met een andere slavin en konden vaak zelfstandig werken. Ook waren de Romeinen ervan overtuigd dat beloning beter was dan straffen en daarbij kregen slaven vaak het vooruitzicht op hun vrijlating. De vrijlatingen kwamen op grote schaal voor en vaak konden vrijgelatenen door hun ervaring en contacten snel verder opklimmen op de sociale ladder.

Bronnen en literatuur[bewerken]

  • Dandamayev M., Slavery in Babylonia, 1984
  • Hunt P., Slaves, Warfare and Ideology in the Greek Historians, Cambridge University Press, 1998
  • Moses F., Ancient slavery and modern ideology, 1983
  • Mendelsohn I., Slavery in the Ancient Near East, 1949
  • Hans Volkmann, art. Sklaverei, in KP. (Nederlandse vertaling in PDF!)

Voetnoten[bewerken]

  1. Aristoteles, Nicomachean Etics, 1155a16-22
  2. Aristoteles, Politics, 1330a33
  3. Seneca Epistula XLVII