Sligro Food Group

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sligro Food Group N.V.
Vrachtwagen Van Adam Uden in de kleur van Sligro.
Vrachtwagen Van Adam Uden in de kleur van Sligro.
Beurs Euronext: SFG
Oprichting 1935
Oprichter(s) Abel Slippens
Sleutelfiguren Koen Slippens (CEO), Huub van Rozendaal (CFO)
Hoofdkantoor Veghel
Producten Voedings-, en horecagroothandel
Omzet Gestegen € 2.420 miljoen (2011)
Winst Gestegen € 78 miljoen[1] (2011)
Website Sligro Food Group
Portaal  Portaalicoon   Economie

Sligro Food Group is een groothandel in voeding, opgericht in 1935 door Abel Slippens, de grootvader van de huidige directievoorzitter, als groothandel in margarine, vetten en oliën. Sligro is de afkorting van Slippens Groothandel. Het hoofdkantoor staat in Veghel. Sinds 1989 is het bedrijf genoteerd aan de Euronext in Amsterdam.

Pas in 1946 kwamen levensmiddelen in het assortiment. De eerste zelfbedieningsgroothandel werd geopend in 1961. Thans zijn er 45 zelfbedieningsvestigingen en 11 bezorglocaties in heel Nederland. Sligro Food Group is aangesloten bij de inkoopvereniging Superunie.

Tot Sligro Food Group behoren verkoopbedrijven voor voedsel waaronder Sligro, EMTÉ Supermarkten en Van Hoeckel. Daarnaast bestaat de groep uit de productiebedrijven Culivers (maaltijdcomponenten), SmitVis (vis) en Maison Niels de Veye (patisserie) en heeft het bedrijf deelnemingen in Spar Holding, Smeding BV, Kaldenberg Slagerijen BV, Ruig Wild & Gevogelte en Verhoeven (brood). Concurrenten zijn onder meer Hanos en Makro.

Geschiedenis [bewerken]

Abel Slippens, de stichter van het huidige bedrijf, werd geboren (1886) in Bolsward. Hij studeerde aanvankelijk voor onderwijzer, kwam daar op terug en volgde toen de zuivelschool in Bolsward, de enige zuivelschool die Nederland toen kende. In de mobilisatietijd 1914 - 1918 werd hij als militair gelegerd in Brabant, aan de Maas bij Oss. Na eerst gewerkt te hebben bij Jurgens in Oss, het latere Van den Bergh & Jurgens, de basis van Unilever, kwam hij in 1929 naar Veghel. Daar startte hij de eerste activiteiten van wat nu DMV-Campina is. Op verzoek van een aantal dorpsmelkfabriekjes bouwde hij een bescheiden fabriek aan de Noordkade in Veghel met als opdracht te proberen meer grondstoffen uit de ondermelk te halen. De melkfabrieken in de regio maakten vooral roomboter en hielden de ondermelk over. Deze werd aan de boeren teruggegeven om te dienen als kalveren- en varkensvoer. Na geruime tijd van onderzoek vormde tenslotte de suikers en eiwitten uit ondermelk de basis van het bestaan voor De Meijerij Veghel, wat later afgekort werd tot DMV en na een grote bloeiperiode onder meer onder directeur IJdo werd samengevoegd met Campina uit Eindhoven.

In 1934/1935 begon Slippens als zelfstandig ondernemer. Hij reisde als agent voor Romi-margarine van fabrikant Zwerver uit Vlaardingen per trein en bus Zuid-Nederland af om te verkopen aan kruideniers, de groothandel en aan de margarine-verwerkende industrie. Margarine werd toen nog gezien als een goedkoop alternatief voor roomboter. De naam van het bedrijf werd Slippens Groothandel in Koloniale Waren. Naast de margarine werd namelijk ook artikelen verkocht die in hun geheel, of waarvan althans de voornaamste grondstoffen uit de koloniën kwamen: suiker, rijst, zuidvruchten en specerijen. Alles kwam binnen, los gestort in kisten of balen van bijvoorbeeld 50 kilo en werd omgepakt in papieren zakken van 5 of 10 kilo. Op het platteland vond men destijds vaak gecombineerde bedrijven zoals kruidenier-café-slijter of bakker-kruidenier. In Veghel verkocht Slippens aan twintig kruideniers en in Vorstenbosch en Mariaheide aan ten minste vier.

Tijdens de oorlog '40 - '45 stortte de handel in, er kwam schaarste en voedsel werd middels bonnen gerantsoeneerd. De handel in koloniale waren kwam volledig stil te liggen, maar desondanks steeg de omzet van het bedrijf omdat er meer vraag was naar margarine. Het assortiment groeide door het aanbod van vervangende middelen, surrogaten genoemd. De oudste zoon Louis kwam in 1939 in de zaak en begon met de bezorging van hetgeen zijn vader verkocht. Later verkocht hij ook zelf en runde het magazijn, toen in feite een verlengde garage. De eerste bezorging ging per transportfiets, later per bakfiets en nog later in de oorlog werd een eerste platte wagen met paard gekocht.

Direct na de oorlog kon het assortiment worden uitgebreid via de hernieuwde productie van fabrikanten. Ook de importeurs van bijvoorbeeld peulvruchten werden weer actief. In deze tijd waren de fabrikanten vrij machtig en zij bepaalden wie hun artikelen mocht verkopen en dus aan welke grossiers zij leverden. De Van Eerd Groothandel in Veghel was toen veel groter dan Slippens en de gerenommeerde merken leverden niet aan Slippens, die wel Teo-jam) kreeg, maar geen De Betuwe, wel Niemijer koffie, maar geen Douwe Egberts, wel Gulpener bier maar geen Heineken. Maar vijf tot acht jaar later verdween deze vorm van verticale binding.

Inmiddels besloot Abel, samen met Louis en intussen ook de zonen Frits en Nico in de zaak, meer werk te maken met het eigen merk margarine Meijerijse Kluit en met de verkoop van suikerwerken en koekjes. Er werden twee werknemers aangesteld om deze waren direct vanuit de voorraad en à contant uit te venten. Deze margarine was in Nederland een van de eerste artikelen die voorzien werden van een spaarzegel. In dit geval het wapen van Veghel, toen nog een afbeelding van de H. Lambertus. Met deze zegel, die op een punt van de verpakking zat, kon worden gespaard voor serviesgoed.

Dit spaarsysteem werd populair en in veel gezinnen stond het Boerenhoeve-servies op tafel. Het zegeltjes-systeem werd overgenomen door California-soepen die daarna ook door Slippens werden verkocht. Later werd door de cadeau-wet het een en ander aan banden gelegd en werd zegels sparen mionder aantrekkelijk.

In de periode 1950 - 1960 verkocht de firma Slippens zo'n twintig ton margarine per week (ondanks dat de Planta - affaire de margarine een slechte naam gaf). In dezelfde periode (´50 - ´55) ontstond het fenomeen VFB: vrijwillig familiebedrijf. De groothandel zag zijn omzet verschuiven naar de grootwinkelbedrijven in opkomst. De Gruyter, Simon de Wit, Edah, Coöperatie en Albert Heijn. Zij groeiden snel. De zelfstandige grossiers zochten een antwoord en dat werd in feite een surrogaat-grootwinkelbedrijf: zelfstandige winkeliers sloten zich aaneen met deze grossiers met een formule die landelijk dezelfde producten aanbood en met eenzelfde folder werkte. Zo ontstonden organisaties zoals Spar, Kroon, Tip, Végé, Ifa of A&O. Even leek dit succesvol, maar men moest het afleggen tegen het grootwinkelbedrijf. De Gruyter en Simon de Wit verdwenen, vooral door te strak eigen productenbeleid. Maar Albert Heijn bleef groeien, mede doordat het verschijnsel van de Amerikaanse supermarkt ingeburgerd raakte - de consument werd niet meer bediend maar pakte zelf van het schap - en meerdere moderne winkels verschenen. Vele kleine winkeliers haakten af, slechts een enkeling waagde de sprong zoals bijvoorbeeld de Végé-kruidenier Jan Linders, die uitgroeide tot zo'n (2003) veertig supermarkten. Albert Jelgersma kocht naast zijn eigen groothandel in Breda tal van grossiers op en begon een eigen winkelketen en Frits van Eerd - een van de initiatiefnemers in de VFB-formule Kroon - begon met eigen winkels en bezit nu als hoofdmoot de supermarkten onder de naam, formule en merk Jumbo.

Toen Abel overleed (1957), namen de zonen de firma over en startten de formule van cash and carry en opende in 's-Hertogenbosch een eerste zelfbedieningsgroothandel. Toen deze succesvol bleek, volgen soortgelijke vestigingen in Veghel en (vier jaar later) in Helmond, Valkenswaard, Eindhoven en Weert. De naam werd ingekort tot Sligro, hoewel de bezorging vanuit Veghel nog steeds Slippens Groothandel bleef heten. De omzet steeg tot 25% en 40% op jaarbasis. In 1969 werd de behuizing aan de Hezelaarstraat te krap en werd op het industrieterrein De Dubbelen 5000 meter bebouwd, waarna het gehele bedrijf inclusief magazijn en kantoor daarheen verhuisde. Door sterkere aangehaalde regelingen wat de verkoop via het cash and carry-systeem betrof, liep het aantal cash and carry-bedrijven in ongeveer 25 jaar van 400 terug naar zo'n 25 zaken die gezien werden als potentiële overname-kandidaten.[2]

Bundeling [bewerken]

In 2006 richtte Sligro met Sperwer een consortium op, S&S Winkels. Sligro en Sperwer kochten samen de EDAH van Laurus. De EDAH's die tot de Sligro behoren zijn omgebouwd naar EMTÉ Supermarkten en Golff Supermarkten. Een jaar later werden de Meermarkt- en Attent-supermarkten ondergebracht bij de Spar-holding. Sligro kreeg daarvoor een belang van 45 % in Spar Holding, naast Sperwer (45%) en Spar Participaties (10%). Sligro, Sperwer en Spar bundelen hun krachten om de levensvatbaarheid van buurtsupermarkten te vergroten[3]. In juni 2010 nam Sligro Food Group Sanders Supermarkten over. Het betrof hier 22 supermarkten, een vleesverwerkingsfaciliteit en een distributiecentrum.

Ook nam het bedrijf de horecagroothandel Desimo te Leeuwarden over. De activiteiten van Desimo werden ondergebracht bij de bezorgservicelocatie van Sligro te Drachten, en in het pand van Desimo werd een zelfbedieningsgroothandel gevestigd.

Externe links [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Volgens jaarverslag 2011[1]
  2. )Lezing door J.J.A. Slippens, t.g.v. Monumentendag, Veghel
  3. Volgens financieel directeur Van Rozendaal in Distrifood van 6 juli 2007