Sloep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Moderne sloep

Een sloep is in bepaalde gevallen een klein scheepstype dat op het dek van een groter schip werd meegevoerd. Daarnaast is ze, zie onder bij vissloep, echter ook vele jaren als onafhankelijk zeevaartuig in gebruik geweest.

Kenmerken[bewerken]

Er zijn geen vaste kenmerken voor de rompvorm aan te geven, omdat dit overal ter wereld verschilde, hoewel in onze omgeving de rechte kielbalk (over het grootste deel van de lengte van de boot) wel als gemeenschappelijk kenmerk wordt genoemd. Plaatselijke vissers maakten de sloepen zelf, of marine-autoriteiten lieten ze maken naar eigen ontwerp. De vroege houten sloepen werden uitsluitend geroeid of onder klein zeil gevaren. De meeste sloepen werden overnaads gebouwd.

Visserijsloep (Amerikaans)[bewerken]

Deze werden met meerdere tegelijk meegevoerd op het dek van een vissersschip. Op de visgronden aangekomen werd er (met handlijnen) van uit de sloepen gevist. Het grote schip deed dienst als transport- en bewerkingsschip. De moderne naam hiervoor is fabriekschip.

Vissloep (Nederlands)[bewerken]

Deze chaloupe genoemde scheepjes werden gebouwd naar Frans model en in 1817 in de zuidelijke Nederlanden ingevoerd voor de haring-, schelvis- en kabeljauwvangst. Zij waren, als het ging om de visserij op kabeljauw of op schelvis, voorzien van een bun omdat deze vis vers moest worden aangevoerd (versvaart). Ze had een scherpe rechtstaande steven en plat achterschip. De meeste werden gebouwd in Middelharnis, maar ook in Vlaardingen en Pernis. Na 1890 werden ze ook in ijzer gebouwd. Ze werden groter met een overhangende spiegel en hogere kimmen en 2 masten met staande, gaffelzeilen. Ingericht voor de beugvisserij voldeden ze niet meer voor de versvaart, en die rol werd overgenonen door de logger (Fr lougre).

Marinesloep[bewerken]

De gebruikelijke naam hiervoor is werksloep. Op de zeilschepen van de marine werden verschillende sloepen mee gevoerd, die naast het hoofdluik achter de grote mast op bokken waren geplaatst. De grootste was de barkas. De volgend kleinere heetten achtereenvolgens: Kapiteinschaloup, Labberlot en Jol. Ze werden met takels buiten boord gehesen en dienden verschillende doelen: als anker behandeling / buitenwerks onderhoud en zelfs als sleepboot bij windstilte. Ook werden hiermee landingsdivisies uitgestuurd. Als het schip gevechtsklaar werd gemaakt werden de sloepen met zeewater gevuld dat werd gebruikt om een beginnende brand snel te kunnen blussen.

Reddingssloep[bewerken]

De verzamelnaam voor de 'bijboten' die op veel schepen worden meegevoerd om de opvarenden te kunnen bergen bij een ramp met het schip. Kenmerkend is de kabelaring: een tros (dik touw) dat rondom de sloep aan het dolboord (de bovenzijde) van de scheepswand is vastgemaakt. Hierin waren lussen gesplitst (vastgevlochten) die dienden om de sloep te tillen, en in het water om aan vast te klampen door drenkelingen. De sloepen die op de huidige passagiersschepen worden gevoerd zijn veelal voorzien van een eigen voortstuwingsinstallatie en bevatten alle noodzakelijke dingen om hun inzittenden geruime tijd in leven te houden.

Staatsiesloep[bewerken]

Ook koningssloep genoemd. Deze was bestemd voor het vervoer van hooggeplaatse personen. Ze was lang en smal van vorm: 1:5. Het voorste deel bood plaats aan de roeiers en het achterdeel aan de gasten. Vaak was dit voorzien van een baldakijn of staatsie.

Roeisloep[bewerken]

In Nederland worden sloepen nog steeds gebruikt om wedstrijden te roeien, zie ook sloeproeien.

Moderne sloep[bewerken]

Heden ten dage worden er veel kleine scheepjes voor de pleziervaart gebouwd en ook nog nieuw ontworpen, die sloep worden genoemd. Hier is echter veel kaf onder het koren. Diverse sportbootjes en wastobbes worden (met een touw eromheen) als sloep verkocht. Vaak hebben die ook een tros om het dolboord, de kabelaring, maar die doet dan dienst als stootwil. De verdikking om de boeg is afkomstig van de sleepvaart en wordt leguaan genoemd. In Nederland worden zo'n 200 verschillende sloep-types aangeboden, vaak vernoemd naar plassen, meren of vaarten. Zoals een kenner zei: "er is geen sloot meer in Nederland waar nog geen sloep naar vernoemd is."

Moderne sloepen worden vooral van polyester gemaakt. De vaak overnaadse rompvorm is eenvoudig met een mal via de hand-layup methode te fabriceren. Fabricage van de rompen gebeurt vaak in Polen of Turkije. De afbouw doet men dan in Nederland. De laatste jaren worden ook sloepen gemaakt van het onderhoudsvrije aluminium.

Externe link[bewerken]