Sloveens-Kroatisch grensgeschil

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Sloveens-Kroatisch grensgeschil is een in 1991 ontstane oneinigheid tussen de landen Slovenië en Kroatië over het verloop van de onderlinge grens.

Ontstaan[bewerken]

Overzicht van de moeilijkheden omtrent het grensgschil

Vóór 1991 waren Kroatië en Slovenië deelstaten van Joegoslavië; binnen het land waren deelstaatgrenzen niet zo belangrijk als erna, omdat de verheffing ervan tot landsgrenzen leidt tot andere rechtsgelding. Als belangrijkste geschilpunt geldt de Baai van Piran, waarvan de verdeling tussen de Joegoslavische deelstaten nooit was vastgelegd. Kroatië beweert dat de grens recht door de baai loopt; dit is de regel volgens artikel 15 van UNCLOS. Slovenië eist de gehele baai op, en bovendien nog een verbindingsstrook, omdat het anders geen vrije toegang heeft tot de internationale wateren; met name de Sloveense vissers en waterpolitie hebben hier last van. Kroatië zou de scheepvaart van en naar Slovenië kunnen dwarsbomen, terwijl het Sloveense verkeer in het Joegoslavische tijdperk nog ongehinderd de internationale wateren kon bereiken.

Op het vasteland zijn er ook enkele grensvraagstukken.

Belemmering[bewerken]

Slovenië, dat sinds 1 mei 2004 lid is van de Europese Unie, blokkeerde op 18 december 2008 de EU-toetredingsonderhandelingen met Kroatië. Hierdoor kunnen de geplande 10 hoofdstukken niet geopend worden. Toch verwacht Olli Rehn, EU-commissaris voor Uitbreiding, geen verdere vertraging in het toetredingsproces.[1] Ivo Sanader, de premier van Kroatië, sprak van chantage en antwoordde hierop kwaad: Wij zullen ons lidmaatschap van de EU niet met grondgebied kopen.[2] Om toe te kunnen treden tot de EU, moet elke lidstaat instemmen met de nieuwkomer, en zodoende kan Slovenië verhinderen dat Kroatië lid wordt.

Bemiddeling[bewerken]

Kroatië wilde het geschil voorleggen aan het Internationaal Gerechtshof, maar daarbij stelt het volgens Slovenië 'onmogelijke voorwaarden'. Daarop benaderde Olli Rehn de Nobelprijswinnaar voor de vrede Martti Ahtisaari om de ruzie bij te leggen.[3]

Zie ook[bewerken]

Voetnoten