Smaad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Smaad is het zwartmaken van een ander door deze in het openbaar van feiten te beschuldigen waaraan hij of zij zich schuldig zou hebben gemaakt, zonder dat wordt gehandeld uit noodzakelijke verdediging of dat te goeder trouw kon worden aangenomen dat deze feiten waar zijn en dat het algemeen belang vereiste dat de feiten naar buiten werden gebracht. Het doel is het ruïneren van de reputatie van het slachtoffer.

Anders dan bij laster gaat het bij smaad niet per se om beschuldigingen die onwaar zijn. Vaak worden de beschuldigingen zo veel mogelijk opgeblazen om het slachtoffer zo veel mogelijk aan de schandpaal te nagelen. Het hoeven niet per se strafbare feiten te zijn waarvan het slachtoffer wordt beschuldigd; overspel of afwijkende seksuele voorkeuren kunnen zich ook lenen voor smaad.

De motieven verschillen, maar kunnen vaak gezocht worden in wraak, of frustratie na het beëindigen van een relatie. Ook kan smaad het ten uitvoer leggen zijn van het dreigement dat geuit is bij chantage, als het slachtoffer niet mee wenst te werken.

Smaadschrift is smaad door het publiceren van tekst of afbeeldingen. De maximale straf is in dit geval beduidend hoger.

Belgisch strafrecht[bewerken]

Het Belgische Strafwetboek (art. 275-282) reserveert het begrip smaad voor woorden, gebaren en bedreigingen tegen ministers, leden van de wetgevende kamers, dragers van het openbare gezag of van de openbare macht.
Het is een wanbedrijf tegen de openbare orde: het openbaar gezag wordt moreel aangetast. De dader moet het opzet hebben oneerbiedig te zijn of de persoon belachelijk te willen maken.

De straffen op dit wanbedrijf zijn tamelijk tolerant: de maximumstraf is een maand gevangenis en/of een geldboete van 200 euro.
In de praktijk gebeurt het wel eens dat een politieambtenaar gekrenkt is in de waardigheid van zijn ambt (door bijvoorbeeld beledigingen) en een proces-verbaal voor smaad opmaakt. Beledigingen aan gewone medeburgers zijn in uitzonderlijke gevallen strafbaar als laster en eerroof.

Nederlands strafrecht[bewerken]

Nederlandse Wet
Wetboek Strafrecht
Artikel 261
Omschrijving 1. Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

2. Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen, of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore wordt gebracht, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift , gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

3. Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.

Nederlandse Wet
Wetboek Strafrecht BES
Artikel 273
Omschrijving 1. Hij die opzettelijk iemands eer of goeden naam aanrandt door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijk doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie.

2. Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk ten toon gesteld of aangeslagen, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de eerste categorie.

3. Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader klaarblijkelijk heeft gehandeld in het algemeen belang of tot noodzakelijke verdediging.

Zie ook[bewerken]