Small Faces

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Small Faces in 1965

De Small Faces was een Britse rockgroep uit de jaren 60 van de 20e eeuw. Samen met The Who speelden ze een aanzienlijke rol in de Modbeweging. De leden waren Steve Marriott, Ronnie Lane, Kenney Jones en Jimmy Winston.

Geschiedenis[bewerken]

Hun debuutsingle, "Whatcha Gonna Do About It", geschreven door Ian Samwell, kwam uit in 1965, en was een kleine hit in eigen land. Hun volgende single, "I've Got Mine", haalde de hitparades niet, en Winston verliet de band. Ian McLagan nam zijn plaats in, en ze hadden een grote hit in Engeland met "Sha-La-La-La-Lee", een nummer van Mort Shuman. De Small Faces kenden een eerste hoogtepunt van hun populariteit in augustus 1966 toen All Or Nothing de top van de UK-hitlijsten haalde, achteraf gezien hun enige nummer 1-hit in eigen land.

Hun eerste album, Small Faces, kwam uit in 1966 en bleek erg succesvol te zijn. Begin 1967 ruilden ze Decca Records in voor het Immediate Records label van Rolling Stones' producer Andrew 'Loog' Oldham. In de fameuze Summer of Love brachten ze het nummer uit waar ze nog altijd bekend om zijn: "Itchycoo Park". Deze psychedelische song werd vooral gekenmerkt door een pril gebruik van phasing. De opvolger "Tin Soldier" gaat door als een van de krachtigste rocksongs aller tijden.

In 1968 kwam hun inmiddels vierde album uit, Ogdens' Nut Gone Flake, waarvan een kant was gebaseerd op een sprookje. Het album kreeg uitstekende kritieken, behaalde in Engeland de eerste plaats en zorgde zo voor een tweede hoogtepunt in hun carrière. Op het album kwam ook de eerder al succesvolle hitsingle "Lazy Sunday" te staan. De zin "Lazy sunday afternoon... I've got no mind to worry, close my eyes and drift away...." geeft een treffend beeld van de flowerpowerperiode. De elpee stak in een ronde hoes. Deze hoes kon worden opengeslagen en gaf dan de binnenkant van een tabaksdoos te zien, compleet met een pakje vloeitjes. Verder uitgevouwen werden vier zwart-witfoto's zichtbaar van de afzonderlijke groepsleden, die enigszins schuil gingen achter een gordijn van sigarettenrook.

Daarna brachten de Small Faces nog twee singles uit, maar noch het lijzige en folksy "The Universal" noch het hartverscheurende "Afterglow of your love" konden het commercieel succes van "Lazy Sunday" evenaren.

Toen Marriott plotseling de band verliet in 1969 om, met o.a. Peter Frampton (ex-The Herd), de supergroep Humble Pie op te richten, probeerden de overige leden de Small Faces voort te zetten en rekruteerden daartoe Rod Stewart en Ron Wood. Kort daarna veranderden ze hun naam in The Faces. In de eerste helft van de jaren zeventig scoorden ze, vooral live, heel veel succes. Stewarts solocarrière kwam stilletjesaan meer en meer op de voorgrond.

In 1977 kwamen Small Faces voor korte tijd weer bij elkaar, zonder Ronnie Lane. Rick Wills verving hem op bas. Wills ging later 13 jaar lang bas spelen bij Foreigner.

De meeste nummers van de Small Faces werden geschreven door zanger-gitarist Steve Marriott en bassist Ronnie 'Plonk' Lane. Deze talentrijke tandem is al geruime tijd overleden: Marriott kwam om in een huisbrand in 1991, Lane stierf in 1997 aan multiple sclerose.

"Small Faces" is ook de naam van een Britse film uit 1996, geregisseerd door Gillies MacKinnon. De film speelt zich af in Glasgow anno 1968, maar houdt geen verband met de groep.

Samenstelling[bewerken]

Discografie[bewerken]

Albums[bewerken]

Singles[bewerken]

Radio 2 Top 2000[bewerken]

Nummer met notering(en)
in de Radio 2 Top 2000
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13
All or nothing 1009 1243 1031 1212 1412 1177 1162 1157 1564 1266 1283 1526 1621 1756 1651
Itchycoo park 877 922 1145 751 945 976 1106 1243 1823 1208 1272 1606 1639 - 1925
Lazy Sunday 1074 1110 1201 1543 1227 1366 1361 1757 - 1782 1611 1679 1716 - 1968
Tin soldier - 1013 - 1439 1101 1061 1252 1327 1595 1339 1501 1698 1797 - 1546