Snareseilanden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Snareseilanden
Eiland van Nieuw-Zeeland
NZStewardIslandAreaMap.png
Locatie
Land Nieuw-Zeeland
Locatie Stille Oceaan
Algemeen
Inwoners onbewoond

De Snareseilanden is een eilandengroep op zo'n 200 km afstand van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. De eilandengroep bestaat uit, North East Island, Broughton Island en de Western Chain-eilanden. De oppervlakte van de Snareseilanden is 3,5 km².

De eilandengroep werd ontdekt op 23 november 1791 door de schepen HMS Discovery onder leiding van kapitein George Vancouver en de HMS Chatham onder leiding van William R. Broughton. Beide schepen behoorden tot de Vancouver Expedition. De eilanden waren reeds gekend door de Maori, die de eilanden Te Taniwha noemden (het zeemonster). In tegenstelling tot andere sub-Antarctische eilanden, die in de negentiende eeuw veel te maken kregen met walvisvaart en jacht op zeehonden, zijn de Snareseilanden ongeschonden gebleven.

De eilanden zijn de thuishaven voor enkele endemische vogelsoorten zoals de Snares kuifpinguïn (Eudyptes robustus) en de Snaressnip (Coenocorypha aucklandica heugli), maar ook van endemische ongewervelden. North East Island is sterk bebost en is één van de belangrijkste broedplaatsen van de Grauwe pijlstormvogel (Puffinus griseus). Tijdens het broedseizoen (november-april), zijn er zo'n 3 miljoen exemplaren op de eilanden te vinden.

De eilanden worden beschermd en toegang tot het eiland wordt meestal verboden.

Het gebied vormt één van de vijf Nieuw-Zeelandse sub-Antarctische eilandengroepen en behoort tot het werelderfgoed van de UNESCO. Ze werden door de commissie voor het Werelderfgoed in 1998 toegevoegd aan de werelderfgoedlijst.

Afbeeldingen[bewerken]