Sneeuwwitje en Rozerood

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sneeuwwitje en Rozerood
Ze vegen de vacht van de beer schoon
De dwerg
De beer valt de dwerg aan
Kunstwerk in Krimpen aan de IJssel

Sneeuwwitje en Rozerood (ook wel Sneewwit en Rozerood genoemd om verwarring met het sprookje Sneeuwwitje te voorkomen[bron?]) is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM161. De oorspronkelijke naam is Schneeweißchen und Rosenrot.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.
Sneeuwwitje en Rozerood slapen bij de afgrond

Een weduwe heeft twee rozenboompjes in haar tuin, een witte en een rode. Haar twee kinderen lijken op de boompjes, Sneeuwwitje en Rozerood. Sneeuwwitje is iets stiller, maar beide meisjes zijn vroom, goed en ijverig. Rozerood rent liever rond en de zusjes houden van elkaar. De dieren gaan vertrouwelijk met hen om en ze blijven lang in het bos, maar moeder maakt zich geen zorgen. Ze zien een kind in een glanzend jurkje en merken dat ze vlakbij een afgrond geslapen hebben. Moeder vertelt dat dit een engel geweest is.

Sneeuwwitje en Rozerood zetten bloemen bij het bed van moeder en er zit altijd een roos van beide bomen in. In de winter maakt Sneeuwwitje het vuur en de messingen ketel hangt erboven. Grootmoeder leest 's avonds voor en de meisjes spinnen terwijl ze luisteren. Er ligt een lammetje op de grond en er zit een duifje in huis. Er wordt aangeklopt en Rozerood doet open, er staat een beer voor de deur en het dier gaat naar binnen. Hij zegt dat hij op wil warmen en moeder waarschuwt dat hij zijn pels niet moet schroeien.

De kinderen halen de sneeuw uit zijn pels en hij wordt een goede gast, ze slaan hem met een hazelaarstakje. Hij zegt dat ze hun vrijer doodslaan en de beer slaapt bij de haard. Overdag gaan de kinderen het bos in en in het voorjaar neemt hij afscheid. Hij moet zijn schatten in het bos beschermen tegen de dwergen. Een stuk huid blijft aan de deur hangen en Sneeuwwitje ziet goud schitteren. De kinderen gaan rijshout sprokkelen en zien een dwerg met een sneeuwwitte baard. Hij zit vast aan een boom en de kinderen krijgen hem niet los, Sneeuwwitje pakt haar gouden schaar en knipt de baard af.

De dwerg is boos en pakt een zak met goud vanuit de wortels van de boom. De meisjes willen vis vangen en gaan naar het water, ze zien de dwerg opnieuw. Een vis probeert het mannetje het water in te trekken en de meisjes helpen hem door hem los te knippen. Opnieuw wordt de dwerg kwaad omdat er een stuk van zijn baard is geknipt en hij pakt een zak met parels uit het riet. De meisjes moeten garen, naalden en andere dingen halen in de stad en ze komen langs rotsblokken in een heideveld. Een vogel grijpt de dwerg en de kinderen rukken hem los, hij roept dat ze zijn jasje hebben stukgescheurd. De dwerg pakt een zak vol edelstenen en glipt in zijn hol onder de rotsen. De meisjes zien de dwerg op de terugweg en de zon schijnt op de stenen.

Het asgrauwe gezicht van de dwerg wordt rood en hij schreeuwt tegen de meisjes. Er komt een beer uit het bos en deze springt naar de dwerg. Hij smeekt om zijn leven en de beer slaat hem neer. De beer gaat met de meisjes mee en zijn berenvacht valt af. Er staat een man in goud gekleed en hij zegt een koningszoon te zijn. De dwerg had hem betoverd en zijn schat was gestolen. Sneeuwwitje trouwde met hem en Rozerood met zijn broer. Moeder neemt haar rozenboompjes mee naar het paleis waar ze nog jaren leeft bij haar kinderen.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui