Snoezelen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Snoezelruimte in een woning voor mensen met een verstandelijke beperking
Kinderen met een beperking in een snoezelruimte

Snoezelen (ook wel zintuigactivering, gevoelsactiviteit, primaire activering en sensomotorische stimulatie genaamd) is een activiteit die aangeboden wordt aan mensen met een, meestal ernstige of zeer ernstige, verstandelijke beperking of gevorderde dementie. De cliënt wordt gedurende kortere of langere tijd in een ruimte gelegd, waar gedempt licht, zachte muziek, geuren en meubilair dat een ontspannen houding toelaat, zoals een zitzak, een kalmerende invloed uitoefenen. Achtergrond is dat veel mensen meervoudig gehandicapt zijn, waardoor het moeilijk is om activiteiten te bedenken waar ze de dag mee doorkomen.

Er bestaan 2 benaderingen: een 24uurs-snoezelen en snoezelen in een aparte ruimte.

Gebruik[bewerken]

Snoezelen is gebruikelijk in de zorgverlening aan dementerende mensen, mensen met een (ernstige) verstandelijke beperking en in het bijzonder onderwijs in heel Europa en daarbuiten. Het kan individueel of met een groep. Er kunnen zorgverleners bij zijn maar ook familieleden, waaronder soms ook broertjes en zusjes van een jonge cliënt.

Bij het snoezelen staan aangepaste hulpmiddelen ter beschikking, gecombineerd met een bonte verzameling van sfeermateriaal om meerdere zintuigen te kunnen prikkelen: (tactiel, met trillingen, visueel en auditief.)

Bij het snoezelen probeert men in te spelen op de gevoelsmatige behoeften van kleuters, mensen met een verstandelijke beperking en mensen met gevorderde dementie. Zowel bij individuele bewoners als bij groepen kan zo volgens voorstanders van snoezelen verveling worden tegengegaan, zintuiglijke waarneming worden verdiept, contact worden bevorderd en ontspanning mogelijk worden, al verschilt dit alles van persoon tot persoon.

Snoezelruimte[bewerken]

Snoezelen gebeurt in een daartoe ingerichte ruimte, waarbij gebruikgemaakt wordt van uitnodigende hulpmiddelen die verwondering opwekken waardoor overactieve, onrustige en gespannen mensen kunnen ontspannen. [1]

Andere benamingen die soms voor een ‘snoezelruimte’ gebruikt worden zijn: muziekkamer, relaxatieruimte, klankruimte en klankschaalkamer.

Controversen[bewerken]

  • Tegenstanders van snoezelen wijzen op de risico's van gevoelens die los kunnen komen door de bij het snoezelen aangeboden prikkels. Soms raakt men in verwarring als nabijheid en lichamelijk contact leidt tot seksuele prikkeling. Dit kan de werking van het snoezelen verstoren of onmogelijk maken.
  • Men kan niet zomaar aannemen dat snoezelen voor iedereen met een ernstige verstandelijke beperking een prettige ervaring is. Smaken verschillen, met name waar het geluiden en geuren en visuele ervaringen betreft. Mensen met een autisme spectrum stoornis kunnen bijvoorbeeld wars zijn van lichamelijk contact. Men zal dus goed moeten observeren of de cliënt de aangeboden activiteit wel waardeert.
  • Sommige cliënten raken te ontspannen in de snoezelruimte, deze zouden waarschijnlijk meer gebaat zijn bij zorgvuldig activeren en verhogen van alertheid.
  • Voor sommige cliënten kan de gang naar de snoezelkamer zo veel negatieve effecten hebben, bijvoorbeeld omdat ze zich niet kunnen oriënteren in een vreemde omgeving, dat het de positieve effecten van de snoezelkamer teniet doet.[2]
  • Met name bij het 24-uurs snoezelen dient men rekening te houden met de bijkomende zintuiglijke beperkingen. Geluid bijvoorbeeld dat van alle kanten tegelijk komt, maakt dat een slechthorende doof wordt en dat een blinde zich niet kan oriënteren. Slechtzienden en doven zullen minder zien, dan wel niet kunnen liplezen, wanneer ze altijd in het schemer vertoeven.
  • Organisaties en personen die normalisatie en integratie, ook voor mensen met een zeer ernstige beperking, het hoogste goed vinden, hebben ideologische bezwaren. Sommigen vergelijken snoezelen wel met apartheid.[3]
  • De inzet van middelen in de zorg moet zorgvuldig gebeuren. Het inrichten van een snoezelruimte kost veel geld, onder andere in de vorm van tijd.

Wetenschappelijk onderzoek[bewerken]

Wetenschappelijk onderzoek over snoezelen is beperkt en maakt gebruik van uiteenlopende onderzoeksmethoden. Dikwijls zijn de primaire uitkomsten niet goed afgebakend, waardoor het moeilijk is om conclusies te trekken.[4][5]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Universitair Medisch Centrum Groningen
  2. Handboek psychologie van de volwassen ontwikkeling & veroudering, J. J. F. Schroots
  3. (en) Joe Whitaker and John Kenworthy, 1997, The Logic of Snoezelen, The Action Research Centre for Inclusion, Bolton, England
  4. Het eerste boek dat over snoezelen werd geschreven, is: Snoezelen, een andere wereld. Het boek werd geschreven door Jan Hulsegge en Ad Verheul, en werd gepubliceerd door uitgeversmaatschappij Intro. Het boek is in vele talen vertaald.
  5. Wetenschappelijk onderzoek is gedaan door professor dr. K. Mertens van de Humboldtuniversiteit van Berlijn.