Sociaal-Revolutionaire Partij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verkiezingsposter uit 1917 van de Sociaal-Revolutionaire Partij

Sociaal-Revolutionaire Partij of Socialistische Revolutionaire Partij, afgekort SRP (Russisch: Партия социалистов-революционеров (ПСР), Partia sotsialistov-revoljoetsionerov (PSR)), was een Russische, niet-marxistische socialistische partij in de traditie van de Narodniki. De Sociaal-Revolutionaire Partij werd in 1902 opgericht, maar voorheen bestonden er plaatselijke socialistische groepjes, die dezelfde ideeën hadden als de SRP. Tussen 1902 en 1906 vermoordde de terroristische vleugel van de partij belangrijke politici, waaronder een grootvorst en een minister van Binnenlandse Zaken. De aanhangers werden sociaal-revolutionairen of socialisten-revolutionairen (Russisch: эсеры; esery) genoemd.

Geheel in de lijn van de Narodniki verwachtte de SRP alles van de boerenstand en geloofde zij niet in het proletariaat. In hun ogen lag het zaad van de revolutie bij de boeren, die alreeds socialistisch waren, zonder dat zij dat wisten. De taak van de sociaal-revolutionairen was hen bewust te maken van de noodzaak van een revolutie. Zij wezen het kapitalistisch proces af als voorbode van het socialisme, waar de marxisten wel in geloofden (Plechanov; uiteindelijk sloeg Lenin deze stap over).

Leiders binnen de sociaal-revolutionaire partij waren Aleksandr Kerenski, mevr. Konstantina Bresjko-Bresjkovskaja, Abraham Gots, Boris Savinkov, Pjesjechov, mevr. Vera Figner en Viktor Tsjernov.

De groep van Kerenski vormde in 1905, nadat de eerste staatsdoema bijeen kwam, de gematigde vleugel der Troedoviken.

Aan de vooravond van de Russische Revolutie bestonden er twee belangrijke vleugels, de rechtse o.l.v. Kerenski, Savinkov en mevr. Bresjko-Bresjovskaja en een linkse 'volkssocialistische' o.l.v. Gots, Pjeschechov en Viktor Tsjernov. Vera Figner, voorheen een terroriste, was een democrate geworden die men eveneens tot de linkervleugel van de partij kon rekenen. Overigens was de SRP geen hechte groep, er bestonden veel verschillen van mening tussen de linker- en de rechtervleugel.

Na de Februarirevolutie (1917) traden zowel Kerenski als Tsjernov toe tot de Voorlopige Regering. Dit riep gemengde gevoelens op binnen de partij, maar Kerenski wist zich gesteund door de rechtervleugel (met name Bresjko-Bresjovskaja, terwijl Savinkov meer naar rechts opschoof) en de intelligentsia. Tsjernov was tegen de voortzetting van de oorlog, terwijl Kerenski vóór was (zie: Eerste Wereldoorlog). Vanwege zijn talenten als politicus en redenaar werd Kerenski in de voorzomer van 1917 minister-president van de voorlopige regering, waarna er meer SRP'ers tot de regering toetraden. Nadat de Bolsjewieken na de Oktoberrevolutie de macht grepen, vluchtten veel sociaal-revolutionairen naar gebieden die nog niet onder Sovjet-controle stonden en traden veelvuldig toe tot de contra-revolutionaire tegenregeringen van de zgn. 'Witten' (Witte Leger), onder het mom van het tegengaan van de verrechtsing van de Witten.

Zie ook[bewerken]