Sociale institutie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de sociologie is een institutie een maatschappelijk patroon dat de individuen in die maatschappij programmeert volgens (al dan niet bewuste) regels. Een bijzondere vorm is de totale institutie waarbij de bewoners zijn onderworpen aan het regime van de institutie.

Inhoud

Algemene omschrijving[bewerken]

Instituties worden ervaren als voorgegeven feiten die door de samenleving aan die individuen zijn opgelegd binnen een organisatie. Soms kent men er een morele autoriteit aan toe en wordt aantasting ervan als een heiligschennis gezien. Voor mensen die de bestaande maatschappij willen veranderen, fungeert de institutie als een belangrijke schietschijf voor hun streven en ideaal. Die verandering van de instituties wordt noodzakelijk geacht om tot een betere maatschappij te komen. Daarom leven de instituties en de sociale bewegingen die de instituties willen veranderen op gespannen voeten met elkaar. Die spanning en verandering daarop zijn vaak nodig om nieuwe stabiliteit te bereiken.

Organisaties[bewerken]

Grote maatschappelijke organisaties, of manieren waarop de maatschappij is georganiseerd, vormen zulke instituties. Te denken valt aan organisatievormen die een wettelijke of staatkundige basis hebben: het rechtssysteem is een institutie, het politieke bedrijf eveneens, en het onderwijs is weer een ander voorbeeld. Vaak zijn deze instituties voor een individu onmiddellijk als zodanig herkenbaar.

Maar de maatschappij is ook op minder herkenbare wijzen georganiseerd. Zo valt de economie van een samenleving minder onmiddellijk op als regulerend patroon voor de individuen, maar toch vormt zij een programma waarnaar die individuen hebben te leven. Dit valt temeer op wanneer men verschillende economische systemen met elkaar vergelijkt: dan blijkt de economie geen vanzelfsprekend, objectief vaststaand gegeven, maar er zijn varianten mogelijk.

Andere patronen[bewerken]

Regulerende patronen die niet onmiddellijk op grond van organisatie tot stand komen, zijn bijvoorbeeld het familieverband en de taal. Dat men onderdeel uitmaakt van een familie, heeft doorgaans wettelijke consequenties, maar is ook van grote invloed op de privé-sfeer; de banden zijn niet of met grote moeite te verbreken.

De taal is een institutie die het individu helpt de werkelijkheid te benaderen: die werkelijkheid wordt ingedeeld door middel van begrippen, die het denkbeeld dat het individu van de werkelijkheid heeft, sturing geven.

Die sturing is maatschappelijk: een individu kan bijvoorbeeld niet zelf woorden verzinnen voor realia die door een bepaalde maatschappij niet onderkend of erkend worden, ook al komen die begrippen wellicht in andere taalgebieden en maatschappijen wél voor.

  • Zo zal een woord voor "televisie" niet in iedere samenleving bestaan.
  • En sommige samenlevingen onderscheiden generatiegenoten naar geslacht (broer tegenover zus), terwijl andere een leeftijdsonderscheid maken (oudere tegenover jongere, of die nu man of vrouw is).

Basiskenmerken[bewerken]

Sociale instituties hebben een aantal basiskenmerken:

  • zij zijn extern: zij bestaan buiten het individu; dat individu kan niet, als hij dat mocht willen, een institutie elimineren
  • zij zijn objectief of intersubjectief: iedereen is het erover eens dat zij bestaan, dat hun regels geldig zijn; iets is volgens een maatschappelijke meerderheid, of volgens nagenoeg iedereen, moreel onverantwoord ("zoiets doe je niet!"), taalkundig correct, wettelijk toegestaan
  • zij zijn dwingend: ongewenst taalgebruik wordt op meer of minder subtiele wijze tegengegaan in de opvoeding of zelfs door wetgeving; op het overtreden van wetten staan straffen, hoewel de opvoeding (zelf een institutie) er deels op gericht is het zover niet te laten komen
  • zij hebben moreel gezag: wie de wet overtreedt, is niet alleen strafbaar, maar wordt ook als immoreel gezien; wie taalfouten maakt, roept ridiculisering over zich af
  • zij zijn historisch gegroeid: de huidige economie, de tegenwoordige staatsinrichting, het gezin, het taalgebruik, zij alle zijn niet van de ene dag op de andere in de huidige vorm ontstaan, maar hebben die vorm in de loop van eeuwen, soms millennia aangenomen.
Bronnen, noten en/of referenties
  • Berger, Peter L. and Brigitte Berger, Sociology: A Biographical Approach, Harmondsworth 1976