Sociale segregatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sociale segregatie (meestal kortweg segregatie genoemd) is een sociologisch, (cultureel-)antropologisch, demografisch en sociaal-aardrijkskundig proces waarbij een bepaalde culturele groep zich afzondert van de rest van de maatschappij en samentrekt met andere mensen van soms dezelfde etniciteit. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen vrijwillige segregatie (self-segregation) en gedwongen segregatie. Dit is een veelvoorkomend verschijnsel bij allochtonen, maar ook bij de rijkeren.

Segregatie uit zich vaak in onder andere het gaan wonen in dezelfde wijken als andere mensen van de gesegregeerde culturele groep, het spreken van de eigen moedertaal in het na bijzijn van medegesegregeerden, het behouden van het eigen geloof, etc. Bij rijkeren gaat het vaak om het afscheiden van de omgeving uit het oogpunt van veiligheid. Het meest kenmerkende voorbeeld daarvan is de gated community. Uit onderzoeken is echter gebleken dat inwoners van gated communities zich meestal nog steeds onveilig voelen of zelfs onveiliger dan mensen die niet in een gated community wonen.

Het tegenovergestelde van segregatie is integratie.

De politiek probeert segregatie vaak tegen te gaan.

Diversiteit en sociaal vertrouwen[bewerken]

Amerikaans onderzoek van Robert Putnam toonde aan dat hoe groter de etnische diversiteit is des te lager het sociaal vertrouwen is. Putnam publiceerde dit onderzoek in 2007. Mensen die in sterk gemengde wijken wonen, hebben niet alleen minder vertrouwen in andere etnische groepen, maar ook in hun eigen groep: ze trekken zich terug, hebben minder contacten en doen minder vrijwilligerswerk. Het onderzoek vond plaats aan de hand van de Herfindahl-index waarin de etnische diversiteit wordt gedefinieerd door de kans dat twee willekeurig geselecteerde inwoners tot een verschillende etnische groep behoren, en aan de hand van verschillende criteria voor sociale cohesie. Volgens de contact-hypothese leidt onderling contact tot meer begrip; volgens de conflict-hypothese leidt het meer tot irritatie en vijandigheid; in Putnams constrict-hypothese leidt contact niet tot begrip of conflict maar tot terugtrekking in eigen omgeving.

De Radboud Universiteit (Nijmegen) testte deze hypothese van Putnam in 28 Europese landen, wat resulteerde in het niet kunnen bevestigen van de hypothese van Putnam voor de Europese situatie. Echter het onderzoek van Putnam vond op wijkniveau plaats terwijl het Radboud Universiteit werkte met landelijke gemiddelden. Het onderzoek van het Radboud Universiteit ging meer in op de dynamiek van de migratiestromen. Zij concludeerden dat de absolute aantallen immigranten geen invloed hebben op het sociaal vertrouwen, maar veranderingen in die stromen wel: het sociaal vertrouwen daalt als een land in korte tijd veel nieuwkomers te verwerken krijgt. Factoren als inkomensongelijkheid en democratie wordt door de onderzoekers van de Radboud Universiteit beschouwd als een grotere bron van een lager sociaal vertrouwen.[1]

Literatuur[bewerken]

  • Jan Willem Duyvendak, Lex Veldboer, Carolien Bouw, e.a. De Mixfactor: integratie en segregatie in Nederland (2008, Boom) ISBN 9047300084
  • E Pluribus Unum: Diversity and Community in the Twenty-first Century - The 2006 Johan Skytte Prize. Scandinavian Political Studies 30 (2), juni 2007
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Giesen, Peter (2008) Ongemengd maakt onbemind, De Volkskrant, Kennis bijlage, 9 feb. 2008