Soedanese schildhagedis
| Soedanese schildhagedis | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||
| Gerrhosaurus major Duméril, 1851 |
|||||||||||||||
| Soedanese schildhagedis op |
|||||||||||||||
|
|||||||||||||||
De Soedanese schildhagedis[1] (Gerrhosaurus major) is een hagedis uit de familie schildhagedissen (Gerrhosauridae).
Inhoud |
[bewerken] Beschrijving
De kleur van de hagedis is lichtbruin, de soort lijkt wat op een skink, vanwege de gladde schubben en het wat langgerekte lichaam en lange staart. Zoals bij alle schildhagedissen heeft ook deze soort met beenplaatjes verstevigde schubben die duidelijk zichtbaar zijn. Om ademhaling en zwangerschap mogelijk te maken met zo'n stevig pantser heeft de hagedis een huidplooi op de flanken die wat kan uitrekken. De kop heeft geen duidelijke nek, de ooropeningen zijn vrij groot en driehoekig van vorm. De meeste exemplaren hebben geen echte tekening, soms komen donkere lengtestrepen voor. Mannetjes zijn van vrouwtjes te onderscheiden doordat ze grotere femoraalporiën hebben, de poriën onder de dijen. De lengte is ongeveer 50 centimeter inclusief de lange staart.
[bewerken] Algemeen
De Soedanese schildhagedis komt voor in zuidelijk en zuidoostelijk Afrika, en leeft in schrale gebieden als steppen en savannen, vaak bij groepjes struiken of steenhopen om onder te schuilen. Ook zont deze soort graag, en is bij zonnig weer op stenen te vinden om zich op te warmen voor het zoeken naar voedsel. Op het menu staan plantendelen als fruit, maar ook kleine dieren als insecten en kleine knaagdieren. Soms worden holen gegraven, en de hagedis leeft in streken met een bodemtype dat geschikt is om te graven. De eitjes, meestal slechts twee per legsel, worden afgezet in termietenheuvels.
[bewerken] Taxonomie
De Soedanese schildhagedis werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven in 1851 door André Marie Constant Duméril. Er worden twee ondersoorten erkend, vroeger was er nog een derde maar deze wordt niet langer als ondersoort beschouwd.
[bewerken] Bronvermelding
Referenties
Bronnen
|