Sonnet 29

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sonnetten van Shakespeare, 1609

Sonnet 29 is een van de meer dubbelzinnige sonnetten van William Shakespeare. Zo is het niet duidelijk over wie de spreker het heeft en of het woord liefde naar romantische liefde of naar platonische liefde verwijst. Eén van de theorieën is dat Sonnet 29 over homoseksuele liefde gaat, maar dat is evenmin zeker.

Shakespeares tekst[bewerken]

Sonnet 29

When, in disgrace with Fortune and men's eyes,
I all alone beweep my outcast state,
And trouble deaf heaven with my bootless cries,
And look upon myself and curse my fate,
Wishing me like to one more rich in hope,
Featured like him, like him with friends possessed,
Desiring this man's art and that man's scope,
With what I most enjoy contented least:
Yet in these thoughts myself almost despising,
Haply I think on thee, and then my state,
Like to the lark at break of day arising
From sullen earth, sings hymns at heaven's gate;

For thy sweet love remembered such wealth brings
That then I scorn to change my state with kings'.

Vertaling[bewerken]

In onmin met fortuin gevallen en vervreemd van iedereen,
Beween ik nu alleen mijn toestand als verworpeling,
En krijs ten doven hemel mijn vruchteloze klacht,
En beschouw mezelf en vervloek wat ik nu ben,
Verlangend terug iemand te zijn met hoop,
Zoals hij, met schoonheid en met vrienden,
Begerig naar de kundigheid of vooruitzichten van anderen,
Ben ik niet eens tevreden met dingen waar ik van geniet,
Maar zelfs nu ik mezelf zo veracht,
Vind ik geluk als ik aan U denk, en klimt mijn stemming
Als een leeuwerik in de dageraad die
Weg van de sombere aarde zijn lied zingt aan de hemelpoort;
Want de herinnering aan uw zoete liefde vervoert me zo
Dat ik mijn lot niet langer ruilen wil met koningen.

Analyse[bewerken]

Shakespeares sonnetten zijn voornamelijk geschreven in een metrum genaamd jambische pentameter, een rijmschema waarin elke sonnetregel bestaat uit tien lettergrepen. De lettergrepen zijn verdeeld in vijf paren, jambes genoemd, waarbij elk paar begint met een onbeklemtoonde lettergreep.

Het thema van het gedicht heeft blijkbaar te maken met een terugval in het leven van de spreker. Of dit te relateren valt aan een 'dipje' in Shakespeares eigen leven is niet te achterhalen. Het sombere gedicht eindigt op een lichtere noot wanneer de spreker zichzelf weet op te beuren met de herinnering aan zijn geliefde en op die manier de kracht vindt om zich in zijn lot te schikken.

Externe links[bewerken]

Nederlands
Engels

Bronnen

  • The Riverside Shakespeare, "Sonnets", p. 1839 e.v., Houghton Mifflin Company; 2nd edition (31 december 1996), ISBN 0-395-75490-9
  • David West: Shakespeare's Sonnets, Overlook Hardcover (14 juni 2007), UK ISBN 97807-15636619
  • David Crystal en Ben Crystal: Shakespeare's Words: A Glossary and Language Companion, Penguin (Non-Classics) (31 december 2002), ISBN 978-0140291179

Tekstverantwoording

  • Voor spelling en interpunctie van de originele Engelse tekst werd zonder enige aanpassing gebruikgemaakt van The Oxford Shakespeare: The Complete Works, Second edition, 2005, Clarendon Press/Oxford