Sonnet 78

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sonnetten van Shakespeare, 1609

Sonnet 78 is een van de 154 sonnetten van de Engelse toneelschrijver en dichter William Shakespeare. Het maakt deel uit van de zogenaamde Fair Youth-sonnetten, een reeks sonnetten waarin de dichter zijn liefde verklaart aan een jongeman. Het is ook het tweede sonnet uit de reeks Rival Poet sonnets, dat loopt van 76 tot 86, onderbroken door Sonnet 77 en 81.

In dit sonnet eert de dichter de invloed van zijn muze, zonder wie hij nooit verheven poëzie had kunnen schrijven. Die muze is de mooie jongeman voor wie hij een platonische liefde voelt. Hij is het die de dichter inspireert. De auteur toont zich wat afgunstig tegenover andere dichters die ook een beroep doen op de muze.

Shakespeares tekst[bewerken]

Sonnet 78

So oft have I invoked thee for my muse,
And found such fair assistance in my verse
As every alien pen hath got my use,
And under thee their poesy disperse.
Thine eyes, that taught the dumb on high to sing
And heavy ignorance aloft to fly,
Have added feathers to the learned's wing
And given grace a double majesty.
Yet be most proud of that which I compile,
Whose influence is thine, and born of thee.
In others' works thou dost but mend the style,
And arts with thy sweet graces gracèd be;

But thou art all my art, and dost advance
As high as learning my rude ignorance.

Vertaling[bewerken]

Zo vaak heb ik jou, Muze, aangeroepen,
Jij was mijn steun en hulp bij het dichten
En menige andere pen heb jij geleid
Die dankzij jou haar poëzie verspreidt.
Jouw blik, die stommen leerde zingen,
En logge onwetendheid verhief,
De vlucht der wijzen nog meer veders gaf
En gratie dubbele majesteit verleende,
Schenk aan mijn werk je grootste trots,
Wat ik gedicht heb gaf jij gaf geest en leven.
Bij anderen verhef je slechts hun stijl,
En kunst werd edeler door jouw adel;
Maar jij bent aan mijn Kunst gelijk,
En tovert ruwe kennis om tot weten.
-Vertaling: Jules Grandgagnage[1]

Analyse[bewerken]

Shakespeares sonnetten zijn voornamelijk geschreven in een metrum genaamd jambische pentameter, een rijmschema waarin elke sonnetregel bestaat uit tien lettergrepen. De lettergrepen zijn verdeeld in vijf paren, jamben genoemd, waarbij elk paar begint met een onbeklemtoonde lettergreep.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen

  • The Riverside Shakespeare, "Sonnets", p. 1839 e.v., Houghton Mifflin Company; 2nd edition (31 december 1996), ISBN 0-395-75490-9
  • David West: Shakespeare's Sonnets, Overlook Hardcover (14 juni 2007), UK ISBN 97807-15636619
  • David Crystal en Ben Crystal: Shakespeare's Words: A Glossary and Language Companion, Penguin (Non-Classics) (31 december 2002), ISBN 978-0140291179
Noten

Tekstverantwoording

  • Voor spelling en interpunctie van de originele Engelse tekst werd zonder enige aanpassing gebruikgemaakt van The Oxford Shakespeare: The Complete Works, Second edition, 2005, Clarendon Press/Oxford