Sophia Naturalization Act

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sophia van Hannover

De Sophia Naturalization Act, voluit de Act for the Naturalization of the Most Excellent Princess Sophia, Electress and Duchess Dowager of Hanover, and the Issue of her Body is een wet die in 1705 werd aangenomen door het Engelse parlement, die in feite een nadere regeling inhield van de Act of Settlement uit 1701 die regelde dat de protestantse nakomelingen van keurvorstin Sophia van Hannover de Engelse troon zouden erven.

Vrijwel meteen na de aanname van de Act of Settlement, realiseerde men zich dat Sophia, hoewel aangewezen als de stammoeder van het Engelse koningshuis, niet beschikte over de Engelse nationaliteit. De Naturalization Act, nu, regelde dat Sophia en al haar nakomelingen (issue of her body) automatisch de Engelse nationaliteit zouden verkrijgen. Dit gold in eerste instantie haar zoon George van Hannover, die in het jaar van de aanname van deze wet de Engelse troon zou bestijgen als Koning George I. Uitgesloten werden – evenals in de Act of Settlement zelf – enkel die nakomelingen die rooms-katholiek waren, of die trouwden met iemand die behoorde tot die Kerk. Omdat de wet verder paal noch perk stelde aan de automatische verkrijging van het Engelse, later Britse, staatsburgerschap ontstond er een groot gezelschap – van niet-Britse – adel, dat aanspraken kon maken op de Britse nationaliteit.

De wet werd in 1948 afgeschaft, met de bepaling dat die geldig bleef voor al diegenen die voor 1948 waren geboren. De enige die - met succes - een beroep deed op de wet was Ernst August, hertog van Brunswijk die in 1957 werd erkend als Brits staatsburger. Volgens de Naturalization Act bezit ook koningin Beatrix (die via de lijn Sophia – George I – George IIAugusta Frederika van HannoverAugusta Caroline van BrunswijkPaul van WürttembergPauline van WürttembergHelena van Nassau-WeilburgEmma van Waldeck-Pyrmont – koningin Wilhelmina en koningin Juliana afstamt van Sophia van Hannover) rechtens het Brits staatsburgerschap.[1]. Ook prinses Margriet is op deze wijze Brits onderdaan. Voor hun zusters Irene en Christina geldt dit niet omdat zij beiden met katholieke mannen huwden. Voor latere generaties van het Oranjehuis heeft de wet geen geldigheid meer.

Bronnen, noten en/of referenties

Noten