Sophia van Gandersheim

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sophia I van Gandersheim (975 - 30 januari 1039) was van 1002 tot haar dood abdis van Gandersheim. Vanaf 1011 was zij tegelijkertijd ook abdis van het Sticht Essen.

Jeugd[bewerken]

Sophia was de oudste dochter van keizer Otto II van het Heilige Roomse Rijk en keizerin Theophanu. Sinds zij zo'n vier of vijf jaar oud was werd Sophia opgevoed onder supervisie van haar tante Gerberga II opgeleid aan de de abdij van Gandersheim met als doel om daar ooit haar tante als abdis van Gandersheim op te volgen. .[1]

Haar vaders nicht, abdis Gerberga II onderwees haar in de kloosterdiscipline en het gewoonterecht. In beide disciplines blonk zij uit.[2]

Heerschappij als prinses-abdis van Gandersheim[bewerken]

Sophia ontving van haar vader en broer, keizer Otto III, vele toekenningen van rechten en eigendommen. Van 995 tot 997 verbleef Sophia niet in het klooster. In die jaren vergezelde zij haar nog ongetrouwde broer en trad zij op als haar gemalin. Vanaf 997 was zij actief als abdis van Eschwege. In 1001 stierf haar tante abdis Gerberga II.

Vanwege de dood van haar broer werd Sophia met goedkeuring van keizer Hendrik II pas in 1002 tot haar opvolger verkozen. Haar wijding werd uitgesteld door haar eis door de aartsbisschop van Mainz in plaats van door de bisschop van Hildesheim gewijd te worden. Deze laatste wijdde gewoonlijk de abdissen van Gandersheim. Uiteindelijk werd zij in 1002 gewijd door zowel de aartsbisschop van Mainz als ook door bisschop van Hildesheim. Sophia zou later in conflict raken met haar kerkelijke superieuren, die met toestemming van keizer Hendrik II de privileges van de abdij van Gandersheim en haar eigen status ter discussie stelden.[1][2]

Vanaf 1012 was zij ook abdis van het Sticht Essen.

Voetnoten[bewerken]

  1. a b Bernhardt, John W., Itinerant Kingship and Royal Monasteries in Early Medieval Germany, blz. 936-1075, Cambridge University Press, 2002, ISBN 0-521-52183-1, zie hier
  2. a b Eckenstein, Lina, Women under Monasticism, Cambridge University Press, 1894, zie hier