Sophia van Minsk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sophia van Minsk
1140- 1198
Koningin-gemaal van Denemarken
Periode 1157-1182
Voorganger Helena van Zweden
Opvolger Gertrude van Beieren
Vader Wladimir III van Kiev
Moeder Rikissa van Polen

Sophia van Minsk (ca. 1141 - 5 mei 1198) was koningin van Denemarken van 1157 tot 1182. In sommige teksten wordt ze ook weleens "Sophia van Polotsk" genoemd maar dat is dezelfde persoon.

Sophia was een dochter van Volodar Gļebovič (ca. 1115 - na 1186) en Rikissa van Polen, weduwe van Magnus van Zweden. Zij was dus een halfzus van Knoet V van Denemarken.

Rikissa trouwde in haar derde huwelijk met Sverker I van Zweden. Sophia volgde haar moeder naar Zweden en werd opgevoed aan het hof van Sverker. Sverker en Rikissa steunden Knoet in de strijd om de Deense troon. Om de banden met Knoets bondgenoot Waldemar I van Denemarken te versterken werd Sophia met hem verloofd in 1154. Ze was toen nog te jong om te trouwen, dat zou pas in 1157 gebeuren. Omdat Sophia en haar ouders geen bezit in Denemarken hadden, kreeg Sophia een deel van het land van Knoet als bruidsschat.

Na de dood van Waldemar hertrouwde Sophia ca. 1184 met Lodewijk III van Thüringen, die daarvoor zijn eerste vrouw Margaretha van Kleef verstootte op grond van bloedverwantschap. Hij verbrak het huwelijk weer in 1187, toen hij deel wilde nemen aan de derde kruistocht. Sophia keerde terug naar Denemarken en overleed in 1198, ze werd begraven in de Mariakerk (tegenwoordig de Benedictuskerk) in Ringsted (plaats). Lodewijk bezweek in 1190 aan een ziekte, aan boord van een schip onderweg van het Heilige Land naar Cyprus.

Sophia en Waldemar kregen de volgende kinderen:

Sophia en Lodewijk kregen geen kinderen.