Spaak (wiel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek
Houten spaken in houten wielen aan een oude kar.
Kruisspaken maken het gebruik van tubelessbanden mogelijk.

Een spaak is een onderdeel van een wiel. Een wiel bestaat over het algemeen uit een naaf, spaken, velg en om het wiel heel vaak een band. De spaken vormen de verbinding tussen de velg en de as.

Spaken werden vroeger gemaakt van hout, tegenwoordig meestal van metaal of kunststof.

Algemeen[bewerken]

Bij voertuigen met hogere vermogens of met een groot laadvermogen worden spaken bij voorkeur niet toegepast, maar worden bijvoorbeeld schijfwielen gebruikt. Worden toch spaken gebruikt, bijvoorbeeld bij motorfietsen, dan is zowel de plaatsing (kruiselings), de lengte en de spanning van de spaken van cruciaal belang. Een te hoge of ongelijke spaakspanning kan tot spaakbreuk leiden. De afgebroken spaakdelen kunnen een klapband veroorzaken of bekneld raken in de remklauw, waardoor een val bijna onvermijdelijk wordt.

De spaak wordt door de velg heen gestoken en op het uiteinde wordt een nippel gedraaid. De meeste nippels kunnen zowel op de kop (met een schroevendraaier) als langs de spaak (met een spakenspanner of eventueel een steeksleuteltje) vastgedraaid worden. Omdat spaken door de velg heen steken, is ter bescherming van de binnenband een velglint noodzakelijk. Dit is een lint dat in de velg ligt en de spaken afdekt. Bovendien is het gebruik van een tubelessband niet mogelijk, omdat de lucht langs de spaakgaten zou weglekken. Een oplossing hiervoor is door BMW gevonden in de zogenaamde kruisspaken, die in de buitenrand van de velg zitten.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste fietsen hadden houten wielen. Om dat gewicht naar beneden te krijgen, verving men de houten wielen door wielen met een dunnere metalen velg en dunne metalen spaken. Zoals vroeger bij de houten spaken werden deze spaken radiaal aangebracht, dit wil zeggen dat elke spaak door de as van het wiel wijst. Wanneer men echter de spaken dunner maakte en dichter bij de as liet aangrijpen, kwam men in grote problemen. De spaken begonnen af te knappen als lucifertjes. Het duurde tot 1874 voor James Starley (Coventry, Verenigd Koninkrijk) met een oplossing kwam.

Werkingsprincipe[bewerken]

Om een voorwerp te doen draaien, moet er niet alleen een kracht op uitgeoefend worden, maar mag de drager van die kracht (dit wil zeggen, de lijn waarlangs de kracht werkt) niet door de rotatie-as gaan. Met andere woorden, de loodrechte afstand van de drager van de kracht tot de rotatie-as moet groter zijn dan nul. Deze afstand noemen we de krachtarm en indien deze groter is dan nul, zeggen we dat de overeenkomstige kracht een moment uitoefent t.o.v. die as.

Als men het wiel wil laten draaien (of afremmen) via een aandrijving op de as, dan moet er een moment doorgegeven worden van de as naar de velg. Dunne spaken kunnen alleen een kracht uitoefenen in de richting van de spaak. Met dunne spaken die radiaal ingeplant zijn kan men geen moment doorgeven naar de velg: de krachtarm is nul. Dus begon de as te draaien maar de velg niet.

Bevestiging van de spaken

Voor de oplossing moeten de spaken liefst rakend (of "tangentieel") aan de bevestigingsschijf toekomen. Dan is er wel een loodrechte afstand van spaak naar het centrum van de as en kan een kracht in de lengterichting van de spaak zorgen voor een moment t.o.v. de as. Vanuit een ander standpunt bekeken: als je de as een heel klein beetje draait, 1/10e van een graad, dan verplaatst het bevestigingspunt van de spaak bij radiale spaken zich loodrecht op de spaak. De spaak kan dan gewoon een klein beetje draaien rond de bevestiging aan de velg, zonder dat dat bevestigingspunt zich moet verplaatsen. Als de spaken echter tangentieel bevestigd zijn, dan verplaatst het bevestigingspunt aan de as zich in de richting van de spaak en de hele spaak moet ogenblikkelijk mee bewegen.

James Starley kwam met het idee om telkens een paar spaken te nemen en die langs elke kant van de as te laten vertrekken. Als men recht op de as kijkt, zoals in de figuur, krijgt men een spaak links (1a) en een spaak rechts (1b), die ongeveer diametraal tegenover elkaar aangrijpen op de as (zie figuur). In rust hangt de as als het ware aan de twee spaken. Als men de as doet draaien, bijvoorbeeld naar rechts, dan zal er aan de rechtse spaak getrokken en op de linkse geduwd worden. Dat duwen zal in de praktijk neerkomen op een vermindering van de spanning vergeleken met die in rust.

Zulk een systeem van twee gelijke maar tegengestelde krachten, zeg maar een duwen en trekken, is ideaal voor het overbrengen van een moment. Men noemt het een koppel (van krachten). Voor een koppel geldt ook dat het effect onafhankelijk is van de plaats waar het koppel aangrijpt. Aan de andere zijde van de spaken oefenen deze een koppel uit op de velg, maar de velg zal draaien rond het punt waarrond hij kan draaien en dat hoeft niet in het midden tussen het koppel te liggen. Een kruissleutel is ideaal om bouten van een autowiel los of vast te draaien. Dan duw je ook op één einde en trek je aan het andere. Als je echter het wiel opgekrikt hebt en het wiel is niet vastgezet, dan zal het ganse wiel beginnen draaien in plaats van alleen de bout. Hier speelt hetzelfde principe.

Houten of ijzeren spaken kunnen wel zijdelingse krachten opvangen, m.a.w. ze buigen niet door of breken niet als je er opzij tegen duwt in plaats van in de lengterichting. Zij zijn ook zo ingeklemd dat ze niet kunnen draaien rond een eindpunt. Ze kunnen wel een moment overbrengen naar de velg.

Uitrichten[bewerken]

Een ander voordeel van de tangentieel opgestelde spaken, is dat een fietswiel er mooi rond en recht mee kan worden afgesteld. In eerste instantie worden alle spaken (ongeveer) even strak aangedraaid. Dan wordt gemeten of het wiel wel rond is (zonder hoogteslagen), of er geen zijslagen in zitten en of de velg goed gepositioneerd ten opzichte van de naaf staat voor de juiste sporing. Door de juiste spaken extra of minder spanning te geven kan hierop worden gecorrigeerd. De spaken dienen uiteindelijk op de juiste spanning te staan.
Wanneer er een spaak breekt geeft dit snel een slag in het wiel, en zullen de omliggende spaken dan ook extra worden belast, waardoor die juist weer sneller zullen breken.

Afbeeldingen[bewerken]