Spaanse furie
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Spaanse furie duidt op het plunderen en in brand steken van de stad Antwerpen door Spaanse en Waalse troepen op 4 november 1576, tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het woord 'furie' heeft waarschijnlijk betrekking op de mythologische furiën.
Inhoud |
[bewerk] Achtergrond
In Spanje werd 1 september 1575 het staatsbankroet uitgeroepen; door de vele oorlogen die het Spaanse rijk over de hele wereld voerde had de regering van koning Filips II enorme schulden opgelopen, en konden de troepen niet meer voldoende betaald worden. Hierdoor waren zijn troepen aan het muiten geslagen, als eerste in maart 1576 in Zierikzee, later in Aalst. Begin oktober beraamden enkele Spaanse officieren onder leiding van Sancho d'Avila (commandant van de citadel van Antwerpen) in het diepste geheim een plan om de rijke stad Antwerpen te plunderen.
Sancho moest hiervoor eerst afrekenen met Graaf Eberstein, de bevelhebber van het Duitse garnizoen dat in Antwerpen gelegerd was. Op 29 oktober overtuigde hij hem na hem dronken te hebben gevoerd om de stad aan de Spaanse soldaten over te leveren. Eberstein besefte echter de volgende ochtend wat hij gedaan had en stelde de Antwerpse gouverneur Compagny gauw op de hoogte van het dreigende gevaar.
[bewerk] Voorbereiding
De twee officieren deden wat ze nog konden aan voorbereiding; op 3 november liet Compagny 6000 Waalse hulptroepen uit Brussel de stad binnen (dezelfde dag kwam Don Juan van Oostenrijk naar de Nederlanden als nieuwe landvoogd). Zowel van de Waalse als Duitse soldaten vreesde men dat zij zich op het beslissende moment van de aanval bij de muiters zouden aansluiten. Ondanks deze slechte voortekenen - met name de Walen verrichtten niets opbouwends - togen 10.000 burgers aan het werk om provisorische grachten en noodschansen op te werpen.
D'Avila maakte zich eveneens klaar voor de strijd; terwijl de Antwerpenaren hun verdediging opbouwden namen zijn soldaten ze onder vuur om hen te hinderen. Bovendien kregen zij versterking van muiters uit Lier, Breda en Maastricht. De volgende dag vielen de Spaanse troepen Antwerpen aan.
[bewerk] Plundering van Antwerpen
Op 4 november omstreeks 11 uur in de ochtend verlieten zo'n 6000 muiters de citadel in de richting van de stad. De noodverschansingen waren vrijwel nutteloos; de Spaanse soldaten braken er met gemak doorheen. Al bij de eerste vijandigheden schonden de Waalse troepen het vertrouwen dat Compagny in hen gesteld had en sloten zich aan bij de muiters. De overgebleven Duitse militairen en burgers streden wanhopig de hele dag en nacht door maar konden de Spanjaarden niet tegenhouden.
De muiters drongen allerlei woningen binnen, doodden de bewoners en stalen geld en sieraden. Vrouwen werden verkracht, mannen het hoofd ingeslagen. De honden dronken het bloed van de doden. Onder andere het stadhuis werd in brand gestoken.
Het aantal slachtoffers is niet exact bekend, maar men spreekt van vele duizenden doden (ooggetuigen schatten 7000 doden). Onder hen waren er ook enkele schepenen. De furie hield een tijd aan, waarbij de muiters veel rijke burgers gijzelden om hen geld af te persen. Na het vertrekken van de muiters op 7 november vernielden de woedende Antwerpenaren het door de Spanjaarden gebouwde kasteel.
De gebeurtenissen brachten een enorme schok teweeg door de Nederlanden en stimuleerden het tot stand komen van de Pacificatie van Gent op 8 november 1576.
| Bronnen, noten en/of referenties: |
|
Het aanzien van een millennium: Spaanse furie en Pacificatie van Gent (blz. 58-60) door Jaap Frederiks; 1999 Het Spectrum. |

