Spaanse real

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De real was een betaalmiddel in Spanje, haar koloniën en de Verenigde Staten gedurende enkele eeuwen.

Een munt van 8 Real, ook bekend als Spaanse mat uit 1739 van Filips V, geslagen in Mexico-Stad (Muntteken:Mo).

Vroege Historie[bewerken]

De real werd voor het eerst geïntroduceerd door koning Pedro I en had een waarde van 3 maravedís. De waarde steeg tot in 1497 de wisselkoers werd gezet op 34 maravedís.

17e eeuw[bewerken]

In 1642 werden er twee aparte realen gecreëerd, de real de plata (gemaakt van zilver) en de real de vellón (gemaakt van Biljoengoud). De waarde werd gesteld op 2 real de vellón = 1 real de plata. Aangezien de maravedis was gekoppeld aan de real de vellón vertegenwoordigde de real de plata een waarde van 68 maravedis.

18e eeuw[bewerken]

De real de plata fuerte werd in 1737 ingevoerd tegen een waarde van 2½ realen de vellón of 85 maravedis. Deze munt bleef de standaard tot aan het beging van de 19e eeuw. Er werden eenheden van ½, 1, 2, 4 en 8 realen geproduceerd waarvan de laatste bekendstaat als Spaanse dollar of Peso. Tot 1857 werd deze munt ook in de Verenigde Staten geaccepteerd. Er werden Gouden munten uitgegeven met een waarde van ½, 1, 2, 4 en 8 escudo's (een escudo was gelijk aan 16 realen de plata fuerte).

19e eeuw[bewerken]

In 1808 werd de real de vellón geïntroduceerd met muntstukken met een waarde van 2, 4, 10, 20, 80, 160 en 320 realen. De hogere waarden waren gelijk aan 4 en 8 realen de plata en 2, 4 en 8 escudos. Deze drie valuta werden naast elkaar gebruikt.

Decimalisatie[bewerken]

De real de vellón werd in 1850 als eerste decimale valuta aangenomen en werd kortweg real genoemd. Eerst werd de real opgesplitst in tienden (decimas) en later in honderdsten (céntimos) van een real. De real was ter vervanging van de Catalaanse Peseta waar 1 peseta = 4 realen.

In 1864 werd de real vervangen door een nieuwe escudo met een waarde van 10 realen.

Deze tweede escudo zelf werd in 1868 vervangen door de peseta in de verhouding 1 peseta = 0,4 escudo = 4 realen. De term real bleef bestaan als term voor een kwart peseta.

Mexico, Verenigde Staten en de Nieuwe Wereld[bewerken]

In de Spaanse koloniën werden zilveren muntstukken van 1/4, 1/2, 1, 2, 4 en 8 realen geslagen; de muntstukken van 8 real zijn bekend als peso ($), pieces of eight of Spaanse matten. In Mexico was de real onderverdeeld in 16 Tláco. Ook waren er gouden munten van zestien realen ($2), gelijk aan 1 escudo. In Mexico heeft dit systeem nog dienst gedaan tot ver in de tweede helft van de 19de eeuw en aan het eind van die periode circuleerden munten van het koloniale systeem ($1 = 8R = 128Tl) naast het decimale systeem ($1 = 100¢). Ook het Dollarteken, ($) is afgeleid van de real; eigenlijk is het een 8 met een streep erdoor, als symbool voor één zilverstuk van 8 realen. Na de stichting van de Verenigde Staten koos men de Dollar als eenheidsmunt met het peso-teken $ als symbool. Tot 1857 waren Spaanse en Mexicaanse 8-realstukken in de V.S wettig betaalmiddel en gelijk aan 1 dollar. In de VS leeft de real in het spraakgebruik nog voort; 'a bit' is de term die Amerikanen voor de real gebruikten. In sommige streken in het zuidwesten wordt een kwartje nog altijd 'two bits' genoemd, oftewel 2 realen. Ook op Wall Street werden aandelen tot in de jaren '90 van de twintigste eeuw in dollars en realen genoteerd, bijvoorbeeld Coca Cola $51:5/8 oftewel $51,625.