Spaarloon
Spaarloon is een spaarregeling die door de Nederlandse overheid is opgezet om met een belastingvoordeel een bedrag te kunnen sparen.
Het belastingvoordeel wordt behaald doordat de werknemer brutoloon inlegt op zijn spaarloonrekening, zodat het belastbare inkomen lager wordt; de werknemer betaalt geen inkomstenbelasting over het gedeelte van het loon dat hij inlegt op de spaarloonrekening. Het geld staat vier jaar vast, daarna mag de werknemer het geld opnemen zonder er alsnog loonheffing of inkomstenbelasting over verschuldigd te zijn. Bovendien telt het saldo op (het geblokkeerde deel van) de spaarloonrekening tot € 17.025,- niet mee voor de vermogensrendementsheffing. Wil de werknemer het geld eerder opnemen (deblokkeren) dan is dat onder voorwaarden mogelijk. Dat is bijvoorbeeld het geval als het geld gebruikt wordt voor de aankoop van een huis of voor de kosten van kinderopvang. Ook kan de Nederlandse overheid besluiten dat werknemers het saldo eerder op mogen nemen. Dat was het geval in 2005, toen staatssecretaris Wijn in juli 2005 (vooruitlopend op goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer) goedkeurde dat het in 2001, 2002, 2003 en 2004 gespaarde saldo vanaf 1 september 2005 vrij opgenomen mocht worden. Ook in september 2010 is het gespaarde saldo van de vier voorgaande jaren vrijgegeven. Het is ook mogelijk om het geld op de geblokkeerde rekening te laten staan. Zolang het geld op de speciale spaarloonrekening staat blijft de vrijstelling voor de vermogensrendementsheffing van kracht. Het geld kan ook in 2011 worden opgenomen.[1][2]
Alleen werknemers kunnen gebruikmaken van spaarloon, en alleen als de werkgever hier aan meewerkt; heeft de werkgever geen spaarloonregeling voor zijn werknemers, dan kunnen de werknemers niet deelnemen aan het spaarloon. Als de werkgever wel een spaarloonregeling kent, dan moet deze openstaan voor minstens 75% van de werknemers. Of ook daadwerkelijk meer dan 75% van de werknemers meedoet, is niet van belang.
Een werknemer mag niet in hetzelfde jaar zowel bij het spaarloon en bij de levensloopregeling geld inleggen; tegelijk geld opnemen mag wel. Per jaar mag maar bij één werkgever gebruikgemaakt worden van de spaarloonregeling (wat voorheen niet zo was; toen kon per arbeidscontract eenmaal per jaar tot het maximum spaarbedrag gespaard worden). Het maximum spaarbedrag per kalenderjaar bedraagt in 2006, 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011 € 613,-. Dit bedrag wordt niet jaarlijks aangepast aan de inflatie. Over de spaarloon inleg is, zoals gezegd, niet de werknemer belasting verschuldigd, de werkgever echter wel. De heffing over spaarloon is daarmee een vorm van eindheffing. Het tarief bedraagt thans 25%.
Per 1 januari 2012 is het niet meer mogelijk om te storten op een spaarloonrekening. De regeling is opgeofferd om de overdrachtsbelasting te kunnen verlagen van zes naar twee procent.[3] Hiermee komt de spaarloonregeling aan zijn einde.
[bewerken] Externe link
| Bronnen |