Spectraallijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
continu spectrum
emissiespectrum
absorptiespectrum

Een spectraallijn is een deel van het elektromagnetisch spectrum waar een chemische stof of een voorwerp zich anders gedraagt dan in de omgeving van dat deel. Wanneer in het bewuste deel straling wordt geabsorbeerd heet dit een absorptielijn, en wanneer het bewuste deel helderder straalt heet dat een emissielijn.

Vingerafdruk[bewerken]

Elke chemische stof en atoomtype heeft een kenmerkend stel spectraallijnen; zo geven spectraallijnen een soort vingerafdruk van de bijbehorende stof of het atoomtype.

De reden hiervan is dat elektronen in een bepaalde stof alleen heel specifieke energieniveaus kunnen hebben. Als er een foton geabsorbeerd wordt dat een energie (ofwel golflengte) heeft dat overeenkomt met het verschil tussen twee energieniveaus zal het verdwijnen en is er voor die golflengte een absorptielijn. Omgekeerd zal als het elektron weer terugvalt weer een foton met die specifieke energie uitgezonden worden, en is er dus een emissielijn.

Invloeden[bewerken]

Verschillende omstandigheden hebben invloed op de spectraallijnen:

  • De "zuiverste" spectraallijnen ontstaan bij losse atomen of moleculen, of in gassen waarbij deze elkaar niet beïnvloeden.
  • Bij gassen onder hogere druk zullen de energieniveaus beïnvloed worden, waardoor de spectraallijnen iets verschuiven. Gemiddeld wordt de spectraallijn breder naarmate de druk hoger is.
  • In een sterk magnetisch veld zorgt het Zeemaneffect ervoor dat de spectraallijnen gesplitst worden.
  • Als de materie die de spectraallijnen uitzendt zich beweegt van de waarnemer af of naar hem toe zullen de spectraallijnen door het dopplereffect naar langere (rood) resp. kortere (blauw) golflengtes verplaatsen.
  • Bij gassen op hoge temperatuur zullen de individuele atomen of moleculen zich sneller bewegen en zullen de spectraallijnen door het dopplereffect verschuiven.

. Gemiddeld voor alle atomen of moleculen zullen ze dan breder worden.

Spectroscopie[bewerken]

Door nauwkeurige waarneming van de spectraallijnen kan daarom veel afgeleid worden over de omstandigheden ter plaatse, en spectroscopie is dan ook een belangrijk analysemiddel. Vooral in de astronomie, waar de fysieke toegang tot het onderwerp onmogelijk is, is spectroscopie een onmisbaar hulpmiddel. Sterren worden dan ook ingedeeld naar hun spectraalklasse, en door middel van de roodverschuiving is aangetoond dat het heelal uitdijt. Sterrenkundigen gebruiken vaak filters, prisma's of tralie's om naar telkens één spectraallijn te kijken om daaruit dingen te meten waarvoor de spectraallijn gevoelig is.

Emissie- en absorptiecoëfficiënten[bewerken]

De straling van een atomaire spectraallijn kan uitgedrukt worden met behulp van een emissiecoëfficiënt \epsilon \! die een dimensie heeft van energie per tijd x volume x ruimtehoek. ε dt dV dΩ is dan de energie die uitgestraald wordt door een volume-element dV gedurende een tijd dt in een bundel met ruimtehoek d\Omega. Er geldt

\epsilon = \frac{h\nu}{4\pi}n_2 A_{21}\, \!

met n_2 \! de dichtheid van de stralende atomen, A_{21} \! de Einstein-coëfficiënt voor spontane emissie, die vastligt voor elk paar energieniveaus. Volgens de wet van Kirchhoff is de absorptie van een atoom nauw verbonden met de emissie. De absorptiecoëfficiënt \kappa heeft een dimensie van 1 / lengte. κ' dx geeft het deel van de intensiteit die geabsorbeerd wordt bij een frequentie ν over een afstand dx in een absorberend stof. De absorptiecoëfficiënt wordt gegeven door:

\kappa' = \frac{h\nu}{4\pi}~(n_1 B_{12}-n_2 B_{21}) \, \!

met I_\nu \! de spectrale stralingsintensiteit bij een frequentie \nu \!, n_1 \! de dichtheid van de absorberende atomen op het lage energieniveau, n_2 \! weer de dichtheid van de atomen op het hoge energieniveau van waaruit spontane emissie kan plaatsvinden,en B_{12} \! en B_{21} \! de Einstein-coëfficiënten voor respectievelijk de absorptie en geïnduceerde emissie. Net als de coëfficiënt A_{21} zijn deze constant voor elk tweetal energieniveaus.

Als er lokaal thermodynamisch evenwicht heerst, kunnen de dichtheden van de atomen (zowel de aangeslagen atomen als die in de grondtoestand) berekend worden aan de hand van de Maxwell-Boltzmann-verdeling, maar in andere gevallen (bijvoorbeeld lasers) wordt de berekening ingewikkelder.

De genoemde vergelijkingen gaan niet in op het belang van de vorm (profiel) van de spectrale lijn. Ze kunnen uitgebreid worden door vermenigvuldiging met een formule voor het genormaliseerde spectrale profiel.

Trivia[bewerken]

  • Het element Helium is ontdekt doordat in het spectrum van de Zon onbekende lijnen voorkwamen. Men trok terecht de conclusie dat het om een tot dan toe onbekend element moest gaan en noemde het element naar de zon (de Griekse zonnegod Helios). Pas later werd de aanwezigheid ervan op aarde ook aangetoond.
  • De streepjescode zou van het principe van spectraallijnen zijn afgeleid. Hoewel zowel spectrum als streepjescode ter identificatie kunnen dienen hebben ze verder echter niets met elkaar te maken.

Zie ook[bewerken]