Spelregels van Go

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De spelregels van het bordspel Go zijn niet geheel universeel: verschillende bonden gebruiken regels die op details van elkaar verschillen.

  1. Twee spelers, Zwart en Wit, zitten aan een bord dat bestaat uit 19 horizontale en 19 verticale lijnen die samen 361 kruispunten vormen. Beide spelers hebben genoeg stenen van de eigen kleur. Alle kruispunten zijn bij de aanvang van het spel leeg.
  2. De spelers zetten om beurten; Zwart begint. Een beurt is een zet of een pas.
  3. Een zet is het plaatsen van een steen van de eigen kleur op een leeg kruispunt op het bord.
  4. Stenen van dezelfde kleur die langs een van de lijnstukken op het bord (niet diagonaal dus) direct naast elkaar liggen zijn verbonden. Verbonden stenen vormen een groep. (Een losse steen geldt als een groep van 1).
  5. Een groep grenst aan een aantal kruispunten (weer alleen langs de lijnen). Deze (lege) kruispunten zijn vrijheden. Als door een zet de laatste vrijheid van een groep verdwijnt, wordt de hele groep van het bord genomen (geslagen).
  6. Het is (afhankelijk van de regels) mogelijk een zet te doen waardoor een eigen groep geen resterende vrijheid meer heeft (zelfmoordzet). Een dergelijke zet is zelden verstandig. Het komt echter ook voor dat van beide spelers een groep geen resterende vrijheid heeft. In dat geval wordt de groep van de tegenstander geslagen, waardoor de eigen groep blijft leven.
  7. Men mag geen zet doen waardoor de situatie die zich direct daarvoor ook al voordeed, weer zou ontstaan. Dit is de ko-regel. Een zet die na het wegnemen van alle geslagen stenen tot een toestand van het bord zou leiden die al eens is voorgekomen is ongeldig, en mag niet worden gespeeld.
  8. Als een speler past mag zijn tegenstander weer.
  9. Als beide spelers na elkaar passen zonder tussenliggende zetten is het spel ten einde (in sommige reglementen zijn drie opeenvolgende passen vereist)
  10. Na het spel is de score van een speler het aantal stenen dat de speler op het bord heeft, vermeerderd met het gebied, dat is het aantal onbezette punten dat volledig is omsingeld door stenen van de eigen kleur. Een leeg kruispunt is volledig omsloten door stenen van een kleur als alle paden vanuit het kruispunt tegen een steen van de eigen kleur aan lopen voor ze tegen een steen van de tegenstander aankomen.
  11. De speler met de hoogste score wint.

Hoeveel stenen in een set[bewerken]

Vaak zegt men dat een go-spel bestaat uit 181 zwarte en 180 witte stenen. In werkelijkheid is dit aantal vaak wat aan de hoge kant. Men kan meestal uitstekend spelen met ongeveer 160 stenen van elke kleur.

Ko[bewerken]

De ko-regel schrijft voor dat het verboden is een zet te doen waardoor dezelfde stelling ontstaat als na de vorige zet van dezelfde speler. Een dergelijke regel is voor kenners van andere spellen, zoals schaken, moeilijk aanvaardbaar: zij beschouwen herhaling van zetten als remise. Een ko-situatie komt echter bij go vaak voor. Als de regel niet bestond, zou bijna ieder spel gedwongen remise gehouden kunnen worden door een van de spelers.

Dame[bewerken]

Een dame-punt is een leeg punt dat niet tot zwart of wit gebied behoort. Een grote groep lege punten kan nog gebruikt worden om gebied te veroveren, maar met een enkel punt dat grenst aan witte en zwarte groepen is dat niet mogelijk. Dat is dan een dame-punt. Als het punt gebruikt kan worden om een van beide spelers atari te zetten, is het uiteraard geen dame-punt.

Seki[bewerken]

Seki is een situatie waarin zetten tot verlies leidt. Meestal gaat het om twee aangrenzende lege punten die grenzen aan groepen van beide spelers. Zet een speler op een seki-punt, dan zet de tegenstander op het andere seki-punt, waardoor de groep van de eerste speler geslagen wordt en de tweede speler gebied wint. Geen van beide spelers zal dus bereid zijn op een seki-punt te zetten. De bij het seki betrokken groepen worden als levend beschouwd, maar de lege punten behoren niet tot het gebied van een van de spelers.

Chinese en Japanse telling[bewerken]

De telwijze aan het begin van dit artikel wijkt iets af van wat in het artikel over Go staat. Hierboven staat namelijk de Chinese telling en daar de Japanse telling.

Bij de Chinese telling tellen de stenen die men op het bord heeft mee. Bij de Japanse telling telt men in plaats daarvan het aantal stenen dat men van de tegenstander geslagen heeft.

De score volgens beide methoden is normaliter gelijk of verschilt 1 punt van elkaar, afhankelijk van wie de laatste zet deed. Bij de Chinese telling is het echter van belang niet te passen zolang er nog neutrale punten (dame) op het bord zijn, wat bij de Japanse telling niet uitmaakt.

Dat de uitkomst gelijk is, is als volgt te zien: de tegenstander heeft zoveel stenen minder op het bord staan als er stenen van hem geslagen zijn gedurende de partij, dus het aantal geslagen stenen wordt al verrekend; verder hebben beide spelers, aangezien ze om beurten hebben gezet, of precies evenveel zetten gedaan, of zwart een meer voordat de partij ten einde was, en hebben beide dus ook evenveel stenen op het bord. Bij een oneven aantal zetten heeft zwart een steen meer dan wit op het bord, afgezien van geslagen stenen. Een verschil van 1 punt is zelden doorslaggevend voor het resultaat van de partij. Het resulterende kleine gemiddelde voordeel voor zwart van een halve punt kan worden gecompenseerd door wit meer komi te geven, bijvoorbeeld 5,5 punten. De Japanse telling is in de praktijk aan het bord wel eenvoudiger uit te voeren en wordt op toernooien algemeen gebruikt, de Chinese heeft het voordeel van grotere conceptuele elegantie.

Japanse telling[bewerken]

Om de score 'op zijn Japans' te bepalen gaat men als volgt te werk:

  1. Stenen van dode groepen van de tegenstander in eigen gebied worden van het bord genomen en bij de eigen geslagen stenen gevoegd.
  2. Eventuele resterende damepunten en open punten in een seki tellen bij de telling niet mee.
  3. Men telt het aantal open kruispunten in de gebieden van elke speler. Het totaal wordt verhoogd met het aantal geslagen stenen. De speler met de grootste score wint.

De telling kan als volgt vergemakkelijkt worden:

  1. De dame- en sekipunten worden opgevuld met stenen uit de voorraad van een van de spelers. Hiermee verhindert men dat deze punten per ongeluk worden meegeteld.
  2. Men zet de geslagen stenen in het gebied van de tegenstander, zodat zijn gebied kleiner wordt.
  3. De stenen rondom een gebied kunnen wat verschoven worden zodat 'makkelijke rechthoekjes' ontstaan, b.v. 5x3 = 15 punten. Dit moet natuurlijk op zo'n manier geschieden dat de score niet verandert.

Onreglementaire zetten[bewerken]

Bij go zijn onreglementaire zetten bijvoorbeeld het direct terugslaan bij een ko of (in veel varianten van de regels) het wegnemen van de laatste vrijheid van een van de eigen groepen wanneer men daarmee niet ook de laatste vrijheid van een groep van de tegenstander wegneemt. De te volgen procedure bij het vaststellen van een onreglementaire zet hangt af van de gebruikte regels: verschillende bonden hebben verschillende regels. Volgens de Japanse regels (Nihon Ki-in en Kansai Ki-in) leidt het spelen van een onreglementaire zet tot onmiddellijk verlies van de partij. Volgens het wedstrijdreglement van de Nederlandse Go-bond moet bij het spelen van een onreglementaire zet de stelling voorafgaande aan die zet worden hersteld, tenzij dit niet binnen drie zetten wordt opgemerkt; in dat geval wordt doorgespeeld. In beide gevallen kan de arbiter een straf opleggen aan de speler die de onreglementaire zet deed. De regels van de American Go Association schrijven voor dat de onreglementaire zet wordt teruggenomen en vervangen door een pas, tenzij de zet pas wordt opgemerkt wanneer de volgende set al gespeeld is, in welk geval gewoon wordt doorgespeeld (het idee is dat een speler door zelf een zet te doen, erkent dat de zet van de tegenstander reglementair was).