Zaadplanten
| Zaadplanten | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vetblad (Pinguicula vulgaris) | |||||||
| Taxonomische indeling | |||||||
|
|||||||
| Klasse | |||||||
| Spermatopsida |
|||||||
|
|||||||
Zaadplanten of Spermatofyten zijn planten waarbij de seksuele voortplanting gebeurt via zaden, die ontstaan uit een bevruchte zaadknop. De zaadknop is de megaspore, die binnen de megasporewand blijft in het megasporangium, die op zijn beurt omgeven blijft door een zaadvlies).
De zaadplanten kunnen behandeld worden in de rang van stam (phylum) of superstam, onder de naam Spermatophyta. Heukels' Flora van Nederland behandelt ze in de rang van klasse (classis), onder de naam Spermatopsida (de uitgang -ophyta wordt gebruikt voor stam; de uitgang -opsida wordt gebruikt voor klasse).
Kenmerken [bewerken]
De zaadplanten hebben een bouwplan met drie hoofdorganen: wortel, stengel en blad. Alle delen van een zaadplant zijn in de loop van de evolutie hieruit ontstaan. Zo zijn de bloemdelen alle af te leiden van bladen. Ranken kunnen zijn afgeleid van een blad (bladranken) of van een stengel (stengelranken). Doornen zijn ook of van een blad, of van een stengel afleidbaar (bladdoornen, respectievelijk takdoornen). Soms zijn plantendelen niet van een van de hoofdorganen af te leiden. Deze worden dan "emergenties" genoemd. Een voorbeeld daarvan zijn de scherpe uitsteeksels die bij rozen voorkomen en ontstaan zijn uit de epidermis. Deze emergenties noemt men "stekels" (dus geen doornen!).
In de levenscyclus van de zaadplanten doorloopt de plant een vegetatieve en een generatieve fase:
- In de vegetatieve fase bestaat een plant uit één of meer stengels met bladeren en wortels. Bladeren of wortels kunnen echter ontbreken. De stengel kan zeer gedrongen zijn en een bladrozet vormen. Mistletoe (maretak) heeft geen wortels. Bij erwt zijn er rassen, die geen bladeren hebben, alleen nog maar bladranken.
- In de generatieve fase heeft de plant naast een stengel, bladeren en wortels ook bloemen. In de afrijpingsfase zitten er vruchten met zaden aan de plant.
Bestuiving [bewerken]
Het stuifmeel kan op verschillende wijzen op de stempel terechtkomen. Er worden 3 vormen van bestuiving onderscheiden:
- Zelfbestuiving: het stuifmeel valt op de stempel van dezelfde bloem.
- Als de bloem zich daarbij niet opent, spreekt men van cleistogamie.
- Buurbestuiving: het stuifmeel valt op de stempel van een andere bloem van dezelfde plant.
- Kruisbestuiving: het stuifmeel valt op de stempel van een bloem van een andere plant.
Bij sommige soorten is er geen bestuiving nodig om toch rijp zaad op te leveren.
Taxonomie [bewerken]
De zaadplanten zijn een natuurlijke groep planten die zowel 'traditioneel' als volgens de laatste inzichten onderverdeeld worden in de naaktzadigen (Gymnospermae) en de bedektzadigen (Angiospermae of, in APG II terminologie, angiosperms).
Tracheophyta, Vaatplanten
Tracheophyta |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Bronnen, noten en/of referenties |
| Plantkunde en deelgebieden | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|