Spinnen (textiel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Spinnen met de hand op een spinnewiel

Vezelgaren spinnen is het ineendraaien van losse vezels tot draad. Een oude benaming voor dit ineendraaien is twijnen.

Van de vezels zijn een aantal geschikt, zoals wol, vlas en katoen. De losse vezels van deze materialen zijn nog niet geschikt om mee te weven, naaien, breien, haken of touw te slaan. Ze moeten daarom eerst tot bruikbare draden verwerkt worden.

Kaarden[bewerken]

Kaardplankjes

Als eerste handeling moeten de losse vezels voorbereid worden, het vuil moet eruit worden gehaald en de vezels moeten in één richting komen te liggen. De bewerking hiervoor wordt kaarden genoemd. Bij handspinnen kan hiervoor zowel een kaardrol als kaardplanken worden gebruikt. De kaardrol bestaat uit twee rollen die over de hele oppervlakte bezet zijn met korte haakjes (garnituur genaamd). De rollen zitten dicht tegen elkaar geplaatst in een houder. Tijdens het ronddraaien met een hendel, wordt er bijvoorbeeld de wol van een schaap tussen de rollen geduwd, ontstaan er vezels die in een richting komen te liggen.

Hetzelfde effect wordt bereikt met de kaardplanken of borstels. De planken hebben een licht gebogen vorm en zijn ook bezet met garnituur over de hele oppervlakten. Het kaarden met borstels gebeurt als volgt: in beide handen wordt een borstel genomen, het stukje wol wordt op een van de borstels gelegd, en door nu een korte trekkende beweging te maken worden de vezels een kant op getrokken. In de industrie is het principe nog steeds hetzelfde, met naalden bezette kaardwalsen krassen de vezels in de goede richting.

In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd is voor het kaarden van wol dan wel vlas nooit de kaardebol gebruikt.

Spinproces[bewerken]

Middeleeuws spinkruikje met 3 Middeleeuwse spinstenen
Een man van Ramallah spinnend volgens de traditie
Diego Velázquez De spinsters (de fabel van Arachne) (1644 -1648).
Jheronimus Bosch. Spinster en oude vrouw. Tekening. Ca. 1470-1516.

Het spinnen is erop gebaseerd dat door het in elkaar draaien van de losse vezels, er een langere en sterkere draad kan ontstaan. Dit kan gebeuren met verschillende hulpmiddelen. De allereenvoudigste manier is met de vingers, maar daarmee ontstaat een onregelmatige draad. Bovendien gaat het spinnen dan erg langzaam. Hoewel spinnen tegenwoordig veelal mechanisch gebeurt in een spinnerij, is het proces niet wezenlijk anders dan het spinnen met de hand.

Spinnen met een gewicht van steen[bewerken]

De eenvoudigste manier van spinnen is met een steen. Dit proces werd waarschijnlijk al in de prehistorie gebruikt, waarbij eenvoudig een steen aan een draad werd gehangen. Door deze een zwiep te geven, bleef de steen draaien. Aan het losse uiteinde werd langzamerhand meer vezelmateriaal toegevoegd.

Spintol[bewerken]

Een andere eenvoudige manier om te spinnen is met behulp van een spintol. De spintol bestaat uit een rond stokje waaraan een plat rond schijfje is bevestigd. Aan dit schijfje wordt een draad bevestigd, waarbij de tol met het schijfje naar beneden hangt. In de ene hand wordt de draad met de te spinnen vezels over de hand vastgehouden, de andere hand pakt steeds kleine plukjes van de vezels en voegt ze toe aan de bestaande draad. Door de draaiende beweging van de tol wordt de draad gevormd.

Spinnewiel[bewerken]

Esaias Boursse. Interieur met vrouw aan spinnewiel (1661).

Een hele vooruitgang ten opzichte van de spintol is het gebruik van een spinnewiel. Hoewel er verschillende typen spinnewielen zijn, is de werking ervan hetzelfde. Spinnewielen kunnen we onderscheiden naar de plaats van het aandrijfwiel. Bij de oudere typen is dit naast het spingedeelte. Bij de modernere typen zit het aandrijfwiel onder het spingedeelte. Dit nieuwe type wordt ook wel een schippertje genoemd, omdat dit handig was op de schepen vanwege het feit dat het minder ruimte innam. Dit laat tegelijk zien dat mannen ook sponnen, als er weinig te doen was op het schip bijvoorbeeld. De oudere typen spinnewielen, stonden op drie poten waarop een constructie was gemaakt. Bij de nieuwere typen zijn deze poten vervangen door balkjes waarop het geheel rust.

Verder heeft een spinnewiel een trapplank welke bevestigd is aan het aandrijfwiel, via een bepaalde overbrenging wordt het wiel door middel van een snaar aangedreven. Dit wiel zit verbonden met een klos, waarop een u-vormig gedeelte zit. Op dit u-vormige gedeelte zitten haakjes, dat de vlucht wordt genoemd, via welke de draad op de klos wordt gewikkeld. De vlucht op zijn beurt zit weer op een spil die uit de klos kan worden genomen om de volle klos door een lege te vervangen. Om verschil in snelheid te krijgen tussen klos en vlucht zit er over de vlucht een rem. De rem kan eenvoudig uit een stukje leer bestaan.

Verven[bewerken]

Om kleur te geven kan men de garens verven. Verven kan ook in het weefsel plaatsvinden. Meestal worden hiervoor fabrieksmatig gemaakte kleurstoffen gebruikt, maar het is ook mogelijk om natuurlijke verven te gebruiken. Deze kunnen zelf gemaakt worden van planten. De resultaten kunnen vaak erg verrassend zijn. Nadeel is de geringere kleurechtheid van de kleuren, hetgeen vooral bij oudere wandtapijten duidelijk kan zijn.

Beitsen[bewerken]

Om te kunnen verven moet bijvoorbeeld de wollen draad eerst worden gebeitst. Dit beitsen gebeurt door bepaalde chemicaliën. Dit is nodig omdat anders de verf zich niet aan de draad zal hechten.

In verhalen[bewerken]

Spinnen is meerdere malen een onderwerp in mythologie en sprookjes, zoals:

Zie ook[bewerken]