Spinnenwebvlies

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
1) Hoofdhuid 2) Beenvlies 3) Bot 4) Hard hersenvlies 5) Spinnenwebvlies 6) Zacht hersenvlies

Het spinnenwebvlies,[1][2] spinnenwebswijze vliesje, spinragvlies,[3] arachnoides,[4][2] tunica arachnoides,[5] tunica aranea[5] meninx media,[6] of arachnoidea[7][2][8] is een hersenvlies, dat zich tussen het harde en het zachte hersenvlies bevindt.[3] Normaliter ligt het direct tegen het harde hersenvlies aan en volgt dit ook geheel.[3]

Onder niet-normale omstandigheden ontstaat een ruimte tussen het spinnenwebvlies en het harde hersenvlies, wanneer er zich bijvoorbeeld bloed verzamelt.[3] Dit wordt een subdurale ruimte genoemd,[3] waarbij de bloeding wordt aangeduid als een subarachnoïdale bloeding.[9] Tussen het spinnenwebvlies en het zachte hersenvlies zit echter wel een ruimte, de subarachnoïdale ruimte.[3] De verbindingen tussen de bovenste laag van het spinnenwebvlies en het zachte hersenvlies worden gevormd door de trabeculae (Latijn: kleine balkjes[10]) van het spinnenwebvlies.[3] In de subarachnoïdale ruimte bevindt zich hersenvocht, zenuwbanen en bloedvaten.

Op plaatsen waar de contour van de hersenen afwijkt van de vorm van de schedel ontstaan verwijdingen in de subarachnoïdale ruimten.[3] Deze verwijdingen worden cisternen (Latijn: cisternae [8]) genoemd.[3]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Essen, J. van (1938). Beschrijvend en verklarend woordenboek der psychologie (1ste druk). Haarlem: De Erven F. Bohn. N.V.
  2. a b c Kokke-Smits, M.E., & Osse, J.W.M. (1968). Van der Klaauw en Van Oordt's technische termen ten gebruike bij het zoölogisch en anatomisch onderwijs aan Nederlandsche universiteiten (8ste druk). Leiden: E.J. Brill.
  3. a b c d e f g h i Wolters, E.C. & Groenenwegen, H.J. (1996). Neurologie. Structuur, functie en dysfunctie van het zenuwstelsel. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.
  4. Kopsch, F. (1941). Die Nomina anatomica des Jahres 1895 (B.N.A.) nach der Buchstabenreihe geordnet und gegenübergestellt den Nomina anatomica des Jahres 1935 (I.N.A.) (3. Aufgabe). Leipzig: Georg Thieme Verlag.
  5. a b Siebenhaar, F.J. (1850). Terminologisches Wörterbuch der medicinischen Wissenschaften. (Zweite Auflage). Leipzig: Arnoldische Buchhandlung.
  6. Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  7. His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.
  8. a b Federative Committee on Anatomical Terminology (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  9. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  10. Lewis, C.T. & Short, C. (1879). A Latin dictionary founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary. Oxford: Clarendon Press.