Baruch de Spinoza

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Spinoza)
Ga naar: navigatie, zoeken
Baruch de Spinoza, ca. 1665. Schilderij van anonieme Duitse schilder. Collectie Hertog Augustbibliotheek, Wolfenbüttel, Duitsland.
Baruch de Spinoza, ca. 1665. Schilderij van anonieme Duitse schilder. Collectie Hertog Augustbibliotheek, Wolfenbüttel, Duitsland.

Baruch de Spinoza (Amsterdam, 24 november 1632Den Haag, 21 februari 1677) was een Nederlands filosoof en lenzenslijper, zoon van Portugees-Joodse immigranten. Hij was een van de rationalisten van de vroege moderne filosofie samen met René Descartes en Gottfried Leibniz. Zijn bekendste werk, de Ethica, werd na zijn dood uitgegeven. Baruch de Spinoza wordt meestal Spinoza genoemd, maar soms ook Benedictus de Spinoza, Bento de Espinosa of Bento d'Espiñoza.

Inhoud

[bewerk] Leven

[bewerk] De komst van de Sefardische Joden naar Amsterdam

In 1492 werd het decreet van Alhambra door het katholieke koningspaar Ferdinand II van Aragón en Isabella I van Castilië afgekondigd, waarmee het jodendom (en de islam) verboden werd in Spanje. Veel van deze joden vluchtten naar Portugal en deden zich naar buiten toe voor als christenen, terwijl ze hun joodszijn verborgen hielden. Zij werden marranen genoemd.

De eerste Joden kwamen rond 1593 aan in Amsterdam en er ontstond een bloeiende gemeenschap. Zij mochten hun religie niet in de openbaarheid belijden. Pas op 8 november 1616 legaliseerde het stadsbestuur hun vestiging in de stad, zonder een verdere uitspraak te doen over hun status. In 1618 hadden deze joodse immigranten al drie verborgen synagogen gebouwd in de buurt waar nu het Waterlooplein is. Deze synagogen waren niet zichtbaar vanaf de straat.

[bewerk] Familie

Spinoza's vader en grootvader waren Portugese joden, telgen uit een Spaans-Joodse familie die in de 16e eeuw succesvol handel begonnen te drijven aan de Spaans-Portugese grens.[1]

Baruchs oudoom van vaderskant, Abraham Michael de Spinoza, was een van de leiders van de sefardische gemeenschap in Amsterdam. Hij was voorzitter in 1639.

Spinoza's grootvader Emanuel Rodrigues Spinoza was in Amsterdam een handelsonderneming begonnen.

Spinoza's vader, Michael de Spinoza, was een koopman die twee keer trouwde. Hij werd geboren in het Portugese Vidigere in 1588 of 1589 als zoon van Isaac de Spinoza. Isaac was een broer van bovengenoemde Abraham. Isaac overleed in 1627 in Rotterdam en werd op begraafplaats Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel begraven. Michael trouwde in 1622 of 1623 met zijn nicht Rachel, de dochter van Abraham. Zij kregen twee kinderen die kort na de geboorte al overleden. Rachel zelf overleed in 1627.

Omstreeks 1628 hertrouwde Michael met Hannah Deborah Senior, dochter van de koopman Henrique Garces en Maria Nuñes. In 1629 kregen zij een dochter Miriam, vernoemd naar haar grootmoeder van moederskant. Tussen 1630 en 1632 werd Isaac geboren. Op 24 november 1632 baarde Hannah de latere filosoof, die naar zijn grootvader van moederskant Baruch genoemd werd. Later kreeg Baruch nog een broertje: Gabril.

Moeder Hannah stierf in 1638. Baruch de Spinoza was toen 5 jaar oud.

Spinoza's zuster Miriam trouwde een broer van Simon de Caceres.

[bewerk] Jeugd

In 1632 wordt Spinoza in Amsterdam geboren. Hij wordt geboren in Vlooienburg, een eiland in de Amsterdamse jodenbuurt, waar nu het Waterlooplein en de Stopera zijn. Zowel het geboortehuis van Spinoza als het huis waar hij opgroeit, bestaan nu niet meer. De joodse gemeenschap in Amsterdam waar hij deel van uitmaakt, bestaat in die tijd uit drie kampen rond de synagogen. Met de welvaart was ook de onderlinge onverdraagzaamheid toegenomen. In 1638 komt een verzoening tot stand, waarbij één synagoge wordt verkocht, één blijft bestaan en de derde wordt ingericht als schoollokaal. Het jaar daarna gaat de jonge Spinoza hier naar school.

In zijn schooljaren leert hij onder meer uit de Thora. Al snel ziet hij in dat de tekst "zozeer de mensengeest verraadt" dat deze onmogelijk door God kan zijn geschreven of door God kan zijn geïnspireerd. Na zijn schooljaren bestudeert hij de overgeleverde schriften. Hij concludeert dat ze niet waar zijn en noemt ze "uitvindingen van de menselijke fantasie". Gaandeweg zet hij zich meer af tegen alle voorschriften en regels rondom eten, drinken en bidden. De rabbi's zien deze 'godslasterlijke handelingen' van de jonge Spinoza met ontzetting aan. [2]

Spinoza heeft waarschijnlijk al jong het ambacht van lenzen slijpen geleerd. In de joodse traditie moest een geleerde ook een handwerk beheersen. Christiaan Huygens roemde later de kwaliteit van Spinoza's lenzen. Bronvermelding gewenst

In maart 1654 sterft Spinoza's vader. Na diens dood begint Spinoza samen met zijn broer Gabril een exportfirma in fruit.[3]

[bewerk] Verbannen

De tekst van de banvloek. Bron: Archief Portugees-Israëlitische Gemeente, Amsterdam
De tekst van de banvloek. Bron: Archief Portugees-Israëlitische Gemeente, Amsterdam

Later komt Spinoza werkelijk in conflict met de Amsterdamse joodse gemeenschap. Hij wordt op 27 juli 1656 uit de sefardische gemeente verbannen, zoals eerder Uriel da Costa was overkomen. Het is echter onwaarschijnlijk dat Spinoza's filosofische ideeën aanleiding waren voor zijn verbanning. Naar alle waarschijnlijkheid had het te maken met de weigering van Spinoza om na het overlijden van zijn vader diens erfenis met louter schulden te accepteren. Spinoza beriep zich in een juridische strijd op zijn rechten als Amsterdams en Hollands burger en liet zich minderjarig verklaren onder Hollands recht, terwijl hij volgens de Joodse wetten sinds zijn dertiende jaar volwassen was. Tevens deed hij aanspraak op de erfenis van zijn moeder en keerde zich hiermee tegen de wetten en gewoonten van de Joodse gemeenschap. [4]

Zijn verbanning uit de gemeente in het jaar 1656 was vier jaar voor zijn eerste publicatie in 1660, het jaar ook waarin Spinoza Amsterdam verliet.

[bewerk] Leerling van Van den Enden

Ondanks zijn verbanning uit de Joodse gemeenschap, bleef Spinoza in Amsterdam wonen. Ten minste vanaf 1657 is Spinoza verbonden aan de Latijnse school van Franciscus van den Enden, die door sommigen ook Spinoza's filosofische leermeester wordt genoemd. Hier werd ook het werk van Descartes - die immers lange tijd in Amsterdam woonde - bestudeerd.

Door de leerlingen van de school werden klassieke toneelstukken opgevoerd, waarin Spinoza waarschijnlijk ook meespeelde. Van een specifiek stuk, Philedonius, geschreven door Van den Enden zelf, is bekend dat dit op 13 en 27 januari 1657 in de stadsschouwburg van Amsterdam werd gespeeld. In Van den Endens school leerde Spinoza ook de anatoom Theodoor Kerckrinck kennen en enkele van de vroegste zeventiende-eeuwse biografen beweren dat beide leerlingen naar de hand van de dochter van hun leermeester dongen.

[bewerk] Vrienden

De kring van vrienden rondom Spinoza is klein maar trouw. Zij lezen zijn teksten. De kring bestond onder meer uit Pieter Balling, Jarig Jelles, Adriaan Koerbagh, Johannes Koerbagh, Jan Rieuwertsz (de uitgever van Spinoza's geschriften), Simon Joosten de Vries, Johannes Bouwmeester, Lodewijk Meyer en de Amsterdamse burgemeester Coenraad van Beuningen. Spinoza kwam in contact met collegianten, een vrijzinnige remonstrantse stroming.

Adriaan Koerbagh probeert in 1669 een werk uit te brengen, genaamd Een Ligt schijnende in duystere Plaatsen. Dit werk ademt de geest van Spinoza's filosofie. Koerbagh wordt wegens het schrijven van dit boek veroordeeld voor godslastering en sterft binnen een jaar in het rasphuis.

[bewerk] Rijnsburg

Spinozahuisje, Spinozalaan 29, Rijnsburg
Spinozahuisje, Spinozalaan 29, Rijnsburg

Als Spinoza in 1660 Amsterdam definitief verlaat, blijven zijn vrienden in leeskringen de toegestuurde teksten lezen en becommentariëren. Spinoza vindt eerst onderdak in het buitenhuis Tulpenburg, aan de weg naar Ouderkerk aan de Amstel. Daarna vertrekt hij naar Rijnsburg en trekt in bij de chirurgijn Herman Hooman. Die woning staat nu bekend als het Spinozahuisje (info). In een gevelsteen staat het slotcouplet van Mayschen Morgenstond, een gedicht van Dirck Camphuysen.

De jaren dat hij in Rijnsburg verblijft, behoren tot zijn meest vruchtbare. In 1663 komt het eerste deel van de Ethica als manuscript in de handen van zijn Amsterdamse vrienden. Datzelfde jaar verhuist hij naar Voorburg waar hij woont bij de schilder Daniël Tydeman. Daar werkt hij verder aan de Ethica. Ook schrijft hij er het Godgeleerd Staatkundig Vertoog, ofwel de Tractatus Theologico-Politicus, dat in 1670 anoniem wordt gepubliceerd. Het is het oudste pleidooi voor de vrijheid van spreken en schrijven dat we kennen [5].

[bewerk] Den Haag

Closeup standbeeld van Spinoza, Paviljoensgracht, Den Haag
Closeup standbeeld van Spinoza, Paviljoensgracht, Den Haag

In het najaar van 1669 verhuist hij naar Den Haag. Hij woont korte tijd op de Veerkade, waarna hij verhuist naar de Paviljoensgracht, het huis van schilder Hendrik van der Spyk. Hier zal hij tot aan zijn dood in 1677 blijven wonen.

In het rampjaar 1672 grijpt de moord op vriend en beschermheer raadspensionaris Johan de Witt en zijn broer Cornelis hem zo aan, dat hij in protest het pamflet Ultimi barbarorum (Ergste Barbaren) schrijft.

In 1673 wordt hem een professoraat Wijsbegeerte aangeboden in Heidelberg. Spinoza bedankt voor de eer, met name omdat hij beknot zou worden in zijn uitlatingen over het christendom. In datzelfde jaar reist hij naar Utrecht. Deze stad was toen in handen van de Fransen. Naar verluidt wil Spinoza met de Franse commandant van gedachten wisselen over de vredeskansen. De gesprekken gaan niet door en Spinoza keert na een aantal weken terug naar Den Haag. Spinoza begint een correspondentie met de Duitse natuurkundige en wiskundige Ehrenfried W. von Tschirnhaus die in Leiden studeerde.

[bewerk] Overlijden

Studeerkamer van Spinoza
Studeerkamer van Spinoza

Gedurende de laatste jaren van zijn leven is Spinoza regelmatig bezocht door de arts George Hermann Schuller. Deze jonge Amsterdamse geneesheer stelt in februari 1677 dat Spinoza niet lang meer te leven had. Kort daarna, op 21 februari, sterft Spinoza aan een longziekte, waarschijnlijk tuberculose. Hij wordt 44 jaar oud. De als Jood geboren Spinoza wordt begraven op het kerkhof van de Nieuwe Kerk in Den Haag.

Zijn lessenaar, met daarin zijn voltooide en onvoltooide manuscripten, werd naar de uitgever Jan Riewertsz gebracht. Datzelfde jaar verscheen bij hem de Opera Posthuma ('Postume werken'). Deze werd vervolgens vertaald door Jan Hendriksz Glazemaker en in 1677 gepubliceerd als De nagelaten geschriften van B.d.S. Het verbod op publicatie, binnen enkele maanden uitgevaardigd door de Staten van Holland, heeft de verspreiding van zijn geschriften niet gestopt.

[bewerk] Liefdesleven

Spinoza is zijn gehele leven ongetrouwd gebleven. De overlevering vermeldt slechts één geval van zijn interesse in het andere geslacht, voor Clara Maria van den Enden, de dochter van zijn leermeester. Deze zou Spinoza, toen ongeveer 23 jaar oud, hebben afgewezen ten gunste van een andere, rijkere leerling van haar vader. Het verhaal wordt echter in twijfel getrokken vanwege de jonge leeftijd van het meisje.[6] In een gedicht uit 1683 lijkt Joachim Oudaen te impliceren dat Spinoza homoseksueel was; hiervoor bestaan echter geen andere aanwijzingen. De historici Jan en Annie Romein suggereren dat Spinoza de lichamelijke lust verloren kan hebben als gevolg van tuberculose.[7]

[bewerk] Werk

[bewerk] Theologisch-politiek traktaat

Het Tractatus Theologico-Politicus verscheen anoniem tijdens Spinoza's leven in 1670. Het geeft een van de eerste logische analyses van de Bijbel en geeft argumenten voor godsdienstvrijheid en tolerantie. Spinoza sluit dit boek af met een prijzende beschouwing over de vrijheid die Amsterdam haar burgers biedt.

[bewerk] Ethica

Titelblad van de Ethica
Titelblad van de Ethica

Zijn levenswerk Ethica ordine geometrico demonstrata hield Spinoza in manuscript in zijn schrijftafel; zijn vrienden gaven het uit in zijn sterfjaar 1677. Hoewel ethiek het hoofdonderwerp is, begint het werk met een uitgebreide uiteenzetting van Spinoza's metafysica. Het gehele werk volgt de "geometrische" methode, in navolging van Euclides' Elementen: definities, axioma's, stellingen, bewijzen en gevolgtrekkingen. In navolging van Descartes meende Spinoza dat de wiskunde een voorbeeld voor de filosofie is.

De Ethica bestaat uit vijf delen:

  1. God
  2. Aard en oorsprong van de geest
  3. Oorsprong en aard van de hartstochten
  4. Menselijke slavernij of kracht van de hartstochten
  5. Macht van het verstand of de menselijke kracht.

Spinoza gaat uit van het begrip substantie, waarmee hij de eeuwige en unieke bron van al het bestaande aanduidt. Het is zijn eigen oorzaak en wordt gelijk gesteld aan de hele natuur, die samenvalt met God zoals Spinoza die definieert. In substantie bestaat het begrip modus of attribuut: alle dingen die uit iets anders voortvloeien (emanatie), dus de wereld van verschijnselen. In de natuur komen oneindig veel verschillende modi voor, waarvan de mens er maar twee kent: het denken (onder het niet-stoffelijke, geestelijke aspect) en uitgebreidheid (het stoffelijke aspect). Om verwarring met 'natuur' in het dagelijks taalgebruik te vermijden, onderscheidt Spinoza natura naturans - de scheppende natuur dus God - en natura naturata - de geschapen natuur. Uit een handvol definities (axioma's) leidt hij een groot systeem voor filosofie en psychologie af.

[bewerk] Radicaal denken

Spinoza's filosofische stelsel begint de traditie van het radicale denken. Spinoza was de eerste die het bestaan van wonderen en het bovennatuurlijke ter discussie stelde. Voor zijn tijd een gevaarlijk uitgangspunt, dat zelfs Hobbes niet aandurfde.[8] Spinoza's filosofie is deels wel pantheïsme, maar geen panentheïsme. Die personificatie van het Godsbeeld past niet bij Spinoza. Een standpunt dat onder meer blijkt uit de 33e stelling uit het eerste deel van de Ethica,[9] waarin Spinoza zegt dat er van een Goddelijk plan geen sprake kan zijn. Alle dingen zijn bepaald door God, niet door de vrijheid van diens wil, maar door zijn absolute natuur, of onbegrensde macht.[10]

[bewerk] Politieke filosofie

Op het gebied van de politieke filosofie heeft Spinoza grote invloed gehad. In het Theologisch-Politiek Traktaat pleitte Spinoza voor volledige vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid, dit in tegenstelling tot zijn tijdgenoten die geloof onderdanig wilden maken aan de staat. Hierdoor werd Spinoza, tezamen met John Locke, de eerste die de principiële tolerantie verdedigde. Spinoza's grootste bijdrage aan de politieke filosofie is dat hij de tolerantie zodanig definieerde dat deze behalve op geloofsconflicten ook op andere gebieden toepasbaar werd. Spinoza baseerde zich op de kenmerken van de mens. Hierdoor ontstaat er een symmetrische relatie tussen tolereerder en getolereerde. Eerder was deze relatie, onder invloed van onder andere Hobbes, a-symmetrisch.

[bewerk] Atheïsme?

Spinoza was niet atheïstisch, maar pantheïstisch. De basis van zijn stelsel is zijn Godsopvatting. Hij had echter een heel ander godsbeeld dan de drie grote monotheïstische religies. Deus sive Natura schreef Spinoza, "God oftewel de Natuur". Zowel atheïsten als pantheïsten hebben geen geloof in een scheppende of interveniërende god.[bron?]. Volgens sommigen is het mogelijk om zowel atheïst en pantheïst te zijn.

[bewerk] Invloed van het spinozisme

De invloed van Spinoza op de hedendaagse filosofie is raar verlopen. Aanvankelijk leken velen Spinoza's ideeën te verwerpen vanwege diens -in hun ogen- te radicale opvattingen. Desalniettemin hebben alle grote filosofen na Spinoza hem op een voetstuk geplaatst (bijvoorbeeld Hegel en Goethe).

Er zijn in de 20e eeuw twee bloeiperioden van het spinozisme aan te wijzen. De eerste was een ware Spinoza-cultus in de Weimarrepubliek, in de jaren twintig. Deze dient gezien te worden in de context van het toenemende antisemitisme. Met het begin van de Tweede Wereldoorlog werd het eerste bloeimoment de kop ingedrukt. De tweede periode trad op na die oorlog, toen Spinoza een populair studieobject werd voor de Franse Marxisten (oa. Louis Althusser, Macherey, en de Italiaan Antonio Negri). De populariteit van het neo-liberalisme en de ondergang van het marxisme zorgde ervoor dat ook toen het spinozisme geen vaste plek kreeg binnen de hedendaagse politieke filosofie.

[bewerk] Spinoza's correspondenten

Spinoza heeft gecorrespondeerd met diverse personen. Hij bewaarde de binnengekomen brieven en de kladversies van de verstuurde brieven. Akkerman e.a.: Briefwisseling, vertaald uit het Latijn en uitgegeven naar de bronnen bevat 88 brieven van en aan Spinoza, met de volgende correspondenten.

Pieter Balling Willem van Blijenbergh Johannes Bouwmeester Hugo Boxel
Robert Boyle (via Oldenburg) Albert Burgh Johann Ludwig Fabritius Johan Georg Graevius
Jarig Jelles Johannes Hudde Gottfried Leibniz Johan van der Meer
Lodewijk Meyer Henry Oldenburg Jacob Ostens George Hermann Schuller
Nicolaus Steno
(Niels Stensen)
Ehrenfried Walther von Tschirnhaus Lambertus van Velthuysen Simon de Vries

[bewerk] Canon van Nederland

Spinoza is in 2007 opgenomen in de canon van Nederland. De commissie-Van Oostrom heeft Spinoza als één van de vijftig thema's opgenomen die niet in de geschiedenisles op een Nederlandse school mogen ontbreken. Sommige christelijke scholen wilden Spinoza vervangen door een christelijk denker.

[bewerk] Varia

  • De naam Benedictus is de Latijnse vertaling van de naam Baruch, die gezegend betekent in het Hebreeuws. Spinoza nam deze naam aan nadat hij uit de sefardische gemeente was verbannen.
  • Naar Spinoza is de Spinozapremie genoemd, de hoogste Nederlandse wetenschapsprijs.
  • Door sommigen wordt Spinoza gezien als de grondlegger van de neurologie. Dit is voornamelijk veroorzaakt door de boeken van Antonio Damasio.
  • Het portret van Spinoza stond op de oudere biljetten van 1000 gulden.
  • Op de afdeling Zeldzame en Kostbare Werken en bij de Bibliotheca Rosenthaliana van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam, is een grote hoeveelheid oude drukken van Spinoza aanwezig, zowel Latijnse uitgaven als Nederlandse vertalingen.
Naast de UB-Amsterdam bezit ook de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag belangrijk materiaal van Spinoza, onder andere de twee handschriften van de Korte Verhandeling. Zie hiervoor de beschrijving van de speciale collecties van de KB, onder Spinoza.
Verder is interessant het boekenbezit van het Spinozahuis te Rijnsburg, van de Spinoza-studiezaal te Den Haag, en tenslotte de Spinozacollectie, aanwezig op de Universiteitsbibliotheek te Leiden.
  • De titel van Ludwig Wittgensteins boek Tractatus Logico-Philosophicus uit 1922 is een variant op Spinoza's Tractatus Theologico-Philosophicus.
  • Geïnteresseerden in bestudering van Spinoza's werken kunnen lid worden van de Vereniging Het Spinozahuis.
  • Zijn naam leeft ook voort in de uitdrukking: Ga zo voort, mijn zoon, en ge zult Spinoza heten. Deze uitdrukking wordt waarschijnlijk gebruikt om de begaafdheid van Spinoza aan de "zoon" ten voorbeeld te stellen. Schertsenderwijs gebeurt dat ook in de uitdrukking: Ga zo door en ge zult spinazie eten.
  • Het Rotterdamse poppodium Baroeg zit aan de Spinozaweg. Baroeg is een verbastering van zijn voornaam.

[bewerk] Bibliografie

  • 1660 - De Verhandeling over de verbetering van het verstand
De intellectus emendatione
Spinoza behandelt de vormen van perceptie. Gepubliceerd in 1677 in de Opera Posthuma*)
  • 1867 - De Korte Verhandeling
Tractatus de Deo et homine ejusque felicitate
Dit werk bleef lang onuitgegeven. Men ontdekte de tekst na 1852 en publiceert deze vijftien jaar later. *)
Renati Des Cartes Principia Philosophiae
Deze tekst ontstaat uit de lessen die Spinoza gaf aan zijn leerling Casearius. *)
  • 1663 - Cogitata Metaphysica
Over de theorie van het zijn en zijn verschijningswijzen, God, diens attributen en de menselijke ziel. *)
Titelblad van de Tractatus Theologico-Politicus
Titelblad van de Tractatus Theologico-Politicus
  • 1670 - Theologisch-politiek traktaat
Tractatus Theologico-Politicus
Met deze tekst toont Spinoza aan dat de vrijheid van filosoferen een onmisbaar onderdeel is voor de vrede in de staat. Hij gaat in op profetie; God spreekt door de profeet en profetie ontleent haar gezag aan het gegeven dat zij door God is geïnspireerd. De profeet bewijst dus niet, maar beweert: hij eist de waarheid voor zich op, zonder deze te ondersteunen met een bewijs. *)
  • 1677 - Politiek traktaat
Aan dit werk heeft Spinoza de laatste twee jaren van zijn leven besteed. Sprak hij in het Theologisch-politiek traktaat nog over het maatschappelijk contract, nu vervangt hij dat door passies, belangen en instellingen. *)
Ethica (vert. Dionijs Burger) (html pagina)
Het werk waar Spinoza rond 1665 al een groot deel van voltooid had. Die jonge Ethica, door Spinoza eerder aangeduid als Mijn Filosofie, bestond toen nog uit drie delen. Op het moment van publicatie waren dat er vijf geworden. *)
  • 1677 - Epistolae
  • 1677 - Compendium Grammaticae Linguae Hebrae
Behandelt de grammatica van het Hebreeuws en vergelijkt deze met het Latijn.
  • 1677 - Reeckening van kanssen vraeg - Stucken

Bovenstaande gemarkeerd met *) uit "Spinoza en het spinozisme Een inleiding" ISBN 905573473X

Vroeger werd ook nog het werk "Stelkonstige reeckening van den regenboog" aan Spinoza toegeschreven. In het overzichtsartikel van Piet Steenbakkers staat daarover het volgende In 1983 heeft J. de Vet aangetoond dat die toeschrijving slecht gefundeerd was en dat de auteur van beide werkjes niet Spinoza maar een Haagse regent is geweest, Salomon Dierquens (zie J. de Vet, 'Was Spinoza de auteur van Stelkonstige reeckening van den regenboog en van Reeckening van kanssen?', in Tijdschrift voor filosofie jg 45, p. 602-39)

[bewerk] Literatuur

[bewerk] Vertalingen

  • Akkerman, Hubbeling, Westerbrink, Briefwisseling, vertaald uit het Latijn en uitgegeven naar de bronnen, Wereldbibliotheek, 1977
  • Akkerman, F., Spinoza: Theologisch-Politiek Traktaat (uit het Latijn vertaald, ingeleid en van verklarende aantekeningen voorzien), Wereldbibliotheek, 1997
  • Klever, Wim, Ethicom, ofwel Spinoza's Ethica vertolkt in tekst en commentaar, Eburon Delft, 1996
  • Krop, Henri, Spinoza Ethica (vertaling met inleiding), Bert Bakker, Amsterdam 2002, 2004

[bewerk] Populaire inleidingen

  • Goldstein, Rebecca, De onbekende Spinoza, Atlas, 2007.
  • Knol, Jan, En je zult spinazie eten. Aan tafel bij Spinoza, filosoof van de blijdschap, 4-de druk, Wereldbibliotheek, 2006
  • Knol, Jan, Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden voor iedereen, 2-de druk, Wereldbibliotheek, 2007

[bewerk] Overzichten

  • Hubertus G. Hubbeling, Spinoza, Ambo, 1989
  • Israel, Jonathan, Radicale Verlichting, Hoe radicale Nederlandse denkers het gezicht van onze cultuur voorgoed veranderden, Uitgeverij Van Wijnen - Franeker - vertaling 2005 van Radical Enlightenment (2001)
  • Nadler, Stephen, Spinoza. A life, 1999, 2007. Vertaald als Spinoza, Olympus, Amsterdam 2007.
  • Romein, Jan en Annie Romein-Verschoor, Erflaters van onze beschaving, Amsterdam: Querido, 1977, pp. 423–448.
  • Scruton, Roger, Spinoza, Lemniscaat, 2000 (vert.; oorspr. bij Oxford University Press, 1986)
  • Smilevski, Goce, Conversation with Spinoza. Chicago: Northwestern University Press, 2006. ISBN 0810123762
  • Steenbakkers, Piet, Benedictus de Spinoza (1632-1677) Een overzicht, Filosofie, 2000
  • Vloemans, Spinoza, de mensch het leven en werk, Leopold's Uitgevers-Maatschappij, 1931
  • Vries, Theun de, Spinoza - Beeldenstormer en wereldbouwer, H.J.W. Becht, 1972

[bewerk] Speciale onderwerpen

  • Jongeneleen, Gerrit H. 'Language and traductology in Spinoza's Short Treatise', in: Lo van Driel & Theo Janssen (eds.), Ontheven aan de tijd. Linguïstisch-historische studies voor Jan Noordegraaf bij zijn zestigste verjaardag. Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU & Münster: Nodus Publikationen 2008, 55-64.
  • Klever, Wim, Spinoza classicus, Damon Budel, 2005
  • Klijnsmit, Anthony J., 'Spinoza over taal', Studia Rosenthaliana 19:1 (1985), 10-38.
  • Klijnsmit, Anthony J., Spinoza and Grammatical Tradition (= Mededelingen vanwege het Spinozahuis, 49). Leiden: E.J. Brill 1986.
  • Klijnsmit, Anthony J., 'Spinoza on the 'Imperfection of Words', in: Peter Schmitter ed., Essays towards a History of Semantics. Münster: Nodus Publikationen 1990, 55-82.
  • Klijnsmit, Anthony J., 'Spinoza and the Grammarians of the Bible', in: Jan Noordegraaf, Kees Versteegh & Konrad Koerner (eds), The History of Linguistics in the Low Countries. Amsterdam & Philadelphia: John Benjamins 1992, 155-200.
  • Klijnsmit, Anthony J., 'Vossius, Spinoza, Schultens: The Application of Analogia in Hebrew Grammar'. Helmantica: Revista de filología clásica y hebrea 51, no 154 (2000), 139-166.
  • Klijnsmit, Anthony J., 'Spinoza’s schooljaren en zijn kennis van het Hebreeuws', in: Lo van Driel & Theo Janssen (eds.), Ontheven aan de tijd. Linguïstisch-historische studies voor Jan Noordegraaf bij zijn zestigste verjaardag. Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU & Münster: Nodus Publikationen 2008, 45-54.

[bewerk] Zie ook

[bewerk] Externe links

Nederlands

Engels

[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
  1. ^ Scruton, p. 9.
  2. ^ Vloemans, Spinoza, de mensch het leven en werk, Leopold's Uitgevers-Maatschappij, 1931
  3. ^ Joods Historisch Museum: Spinoza, Baruch de
  4. ^ De groeiende populariteit van de filosoof van de tolerantie, Martin Meijer, M Magazine van NRC Handelsblad, 3 november 2007
  5. ^ Tak, 1931
  6. ^ Scruton, p. 26.
  7. ^ Romein, Jan en Annie Romein-Verschoor, Erflaters van onze beschaving, Amsterdam: Querido, 1977, pp. 427–428.
  8. ^ Israel, 2001
  9. ^ Spinoza's “ethica”, Stelling XXXIII.
  10. ^ Israel, 2001
Wikiquote Wikiquote heeft een collectie citaten gerelateerd aan Baruch de Spinoza.
Wikimedia Commons
 
Persoonlijke instellingen