Spirou (stripblad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Spirou is een Franstalig Belgisch stripweekblad van uitgeverij Dupuis, dat na enkele weken een Nederlandstalige vertaling kreeg: Robbedoes.

Ontstaan[bewerken]

Na het succes van het weekblad Mickey, ontstaan in 1934 in Frankrijk, en het gigantische succes van de wekelijkse avonturen van Tintin in Le Petit Vingtième, kwamen er in Frankrijk en Wallonië vele stripbladen en jeugdbladen met stripverhalen op de markt.

Uitgeverij Dupuis, toen al een uitgever van enkele andere tijdschriften, besloot ook een stripweekblad op de markt te brengen, opgehangen aan het personage Spirou (Waals voor eekhoorn). De tekenaar Rob-Vel, pseudoniem van Robert Velter, werd aangezocht voor de titelreeks. Daarnaast waren er de avonturen van Baard en Kale (Tif et Tondu) door Fernand Dineur, een aantal Amerikaanse strips, en redactionele (tekst)pagina's. Het eerste nummer verscheen in april 1938, en enkele maanden later verscheen ook de Nederlandstalige versie, Robbedoes.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Robbedoes en Spirou werden al snel zeer populair, en groeiden van de originele 8 pagina's op groot formaat al snel naar 12 en 16 pagina's. Ook na de inval van de Duitsers in België bleef het blad verschijnen, maar in de loop van de oorlog werd de aanvoer van Amerikaanse strips stopgezet. Ook de toevoer van nieuwe pagina's van Rob-Vel, die in Frankrijk verbleef, verliep moeizaam. Joseph Gillain, een jonge striptekenaar die het pseudoniem Jijé gebruikte, kwam in 1941 in dienst van het weekblad, en nam al snel de titelreeks over. Hij voltooide ook een aantal Amerikaanse reeksen, en begon daarna aan eigen verhalen. Ook Sirius kwam erbij, zodat het blad een puur Belgische aangelegenheid werd.

Tegen het einde van de oorlog werd het papier schaars, zodat het tijdschrift zijn publicatie moest staken. Alle leden van de grote Robbedoesclub kregen wel nog een tweetal eenmalige boeken (almanakken) om de band te bewaren en het personeel van Dupuis en Robbedoes nog aan het werk te houden (tegen de deportatie door de Duitsers).

De gouden jaren[bewerken]

De periode 1945 - 1960 wordt door stripkenners en nostalgici vaak beschouwd als de gouden jaren van het weekblad Robbedoes en van het Belgische stripverhaal in het algemeen. Na de oorlog verschijnt Robbedoes bijna ogenblikkelijk opnieuw, nu op een kleiner formaat. Jijé is de centrale figuur, met elke week verschillende pagina's. Ook de Amerikaanse strips doen opnieuw hun intrede. In 1946 en 1947 komen dan enkele van de bepalende figuren van de geschiedenis van Robbedoes hun intrede doen. André Franquin, Victor Hubinon, Jean-Michel Charlier, Morris en Eddy Paape beginnen te werken voor het blad. Meer en meer worden opnieuw de Amerikaanse strips zoals Superman en Brick Bradford vervangen door klassieke Belgische strips als Lucky Luke, Buck Danny of De Blauwe Sperwer.

Ook in de jaren nadien komen regelmatig belangrijke en minder belangrijke tekenaars het blad vervoegen, zoals Peyo in 1952, René Follet, Marcel Remacle, Jean Roba, Maurice Tillieux, Mitacq en Will. De belangrijkste nieuwe reeksen zijn Guust Flater (vanaf 28 februari 1957), Johan en Pirrewiet met nadien de Smurfen, en Bollie en Billie.

Tegen 1960 heeft het blad een vaste vorm, met regelmatig een uitbreiding van het aantal pagina's tot 48 en nadien 52 pagina's, en alleen maar nieuwe, Europese strips, naast enkele redactionele pagina's. Het blad staat nu op zijn toppunt van verkoop en heeft een immense invloed op latere striptekenaars. Van zowat alle verhalen uit het blad worden nadien ook albums uitgebracht door uitgeverij Dupuis, en deze zorgen voor een tweede constante stroom van inkomsten, die nadien geleidelijk aan het weekblad gaat overvleugelen.

Verjonging in de jaren 1960 en 1970[bewerken]

De eerste jaren verandert er daarna niet te veel, met wel een sterkere redactionele werking via bijlages, acties, en speciale lay-out van het weekblad. Het is een levendige periode waarin het plezier van het maken van het weekblad nog steeds van de pagina's afdruipt, maar het commerciële aspect (met de merchandising en de reclame) en de concurrentie (vooral vanuit Frankrijk) worden belangrijker. Een aantal van de grote namen (Morris, Jijé, Hubinon, Will) stapt tijdelijk of definitief over naar andere uitgeverijen, en de vervangers kunnen logischerwijze niet direct hun plaats opvullen. Pas in de vroege jaren zeventig starten een aantal reeksen die nieuwe successen worden, en komen nieuwe tekenaars en scenaristen op de voorgrond.

De belangrijkste naam hierbij is Raoul Cauvin, cameraman bij de tekenfilmstudio van Dupuis, maar vanaf 1970 de hofleverancier van komische reeksen in Robbedoes als scenarist. Nieuwe tekenaars op de voorgrond zijn François Walthéry met Natasja, Roger Leloup met Yoko Tsuno, Berck met Sammy, en Louis Salverius en nadien Lambil met De Blauwbloezen. In 1977 kent Spirou nog een groots moment als dertig weken lang een bijlage, Le Trombone illustré, wordt opgenomen, met volwassener werk van oude rotten als Franquin en nieuwe namen als Didier Comès. Deze bijlage verschijnt niet in Robbedoes, net zoals de meeste andere bijlages bij Spirou.

1980 tot nu[bewerken]

In de vroege jaren tachtig zoekt Robbedoes naar een nieuwe identiteit, met verschillende formules, een eigen Vlaams-Nederlands gedeelte, en de keuze tussen meer volwassen verhalen en jeugdstrips. Sommige topreeksen zoals XIII en Jeremiah komen slechts voor een korte periode in het blad, andere, nieuwe reeksen houden het langer vol. De oude generatie, voor zover ze al niet vertrokken was naar andere uitgeverijen, stopt met werken of sterft geleidelijk uit, met enkel Roba, Paape en Follet nog als belangrijke overblijvers in 2005.

Nieuwe of meer op de voorgrond tredende tekenaars en scenaristen zijn onder andere Tome en Janry, Bruno Gazzotti, Philippe Berthet, François Gilson, Philippe Bercovici, Zidrou, André Geerts, Yslaire, Marc Hardy, Midam, Frank, ... Ook de Vlamingen Ikke (met Biebel) en Luc Cromheecke, en de Nederlander Gerrit de Jager vervoegen het blad voor enkele jaren. Robbedoes wordt, in tegenstelling tot Spirou, verkleind tot 32 pagina's, bijna uitsluitend stripverhalen. Het grootste gedeelte wordt opgevuld door komische reeksen, aangevuld met enkele vervolgverhalen. Ondanks de nog steeds gemiddeld hoge kwaliteit van de strips gaat de verkoop steil achteruit, en eind 2005 verdwijnt Robbedoes van de Nederlandstalige stripmarkt. Spirou blijft bestaan en heeft een stabiele oplage.

Bundelingen[bewerken]

Vanaf het begin, en ook weer in navolging van het Franse Mickey, zijn de weekbladen periodiek gebundeld en ook zo op de markt verschenen. Ook deze bundelingen, waar er ondertussen meer dan 250 van zijn, verschijnen nog steeds, en die van Robbedoes zullen samen met het weekblad verdwijnen.

Belangrijkste tekenaars en scenaristen[bewerken]