Spitssnuitadder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Spitssnuitadder
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2008)
Vipera ursinii macrops.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Colubroidea
Familie: Viperidae (Adders)
Onderfamilie: Viperinae (Echte adders)
Geslacht: Vipera
Soort
Vipera ursinii
(Bonaparte, 1835)
Afbeeldingen Spitssnuitadder op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Spitssnuitadder op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

De spitssnuitadder[2] of weide-adder (Vipera ursinii) is een slang uit de familie adders (Viperidae).[3]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De spitssnuitadder is een kleine soort die gemiddeld ongeveer 40 tot 50 centimeter lang wordt. Uitschieters kunnen bijna twee keer zo lang worden. De slang heeft geen echt spitse snuit, maar omdat de kop lang niet zo breed is als veel andere adders lijkt de kop smaller. De openingen waar de infraroodzintuigen zitten zijn duidelijk te zien en deze soort heeft geen punt op de neus zoals de zandadder (Vipera ammodydes). De kleuren en patronen van deze soort wijken niet veel van elkaar af: de basiskleur is meestal grijsbruin met op het midden van de rug een enkele donker- tot roodbruine, meestal dun zwartomzoomde zig-zagstreep; deze is vrij smal en heeft meestal geen grote vlekken die met elkaar verbonden zijn. Vaak ligt de streep in een lichte band die net iets breder is dan de streep zelf. Aan weerskanten van de flanken zijn kleine bruine of zwarte vlekjes aanwezig.

Algemeen[bewerken]

Deze slang komt voor in Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië, Albanië, Macedonië en Montenegro, maar het betreft meestal geïsoleerde populaties van de dieren, en ze komen meestal slechts voor in een klein deel van voornoemde landen. Er zijn vijf erkende ondersoorten, waaronder de nominale ondersoort V. u. ursinii.

Habitat[bewerken]

Deze soort houdt van vochtige, lichtbegroeide hellingen tot drogere heidevelden en bosranden: erg kieskeurig is hij niet, maar enige vegetatie of stenen om onder te schuilen is benodigd. De spitssnuitadder komt vrijwel alleen boven de 600 meter voor, leeft veelal in bergachtige streken en kan ook wel over rotsen en kliffen klimmen. Dit in tegenstelling tot de meeste adders die niet erg lenig zijn en op de bodem leven. Het voedsel bestaat uit kleine knaagdieren en insecten en soms ook wel hagedissen.[2] De slang is actief van de schemering tot de vroege ochtend, overdag schuilt de adder in rotsspleten en holen.

Externe link[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. (en) Spitssnuitadder op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. a b Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 538 ISBN 90 274 8626 3.
  3. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database – Vipera ursinii

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Vipera ursinii - Website Geconsulteerd 29 oktober 2012
Soorten slangen in Europa
Wormslangen (Typhlopidae): Slanke wormslang (Typhlops vermicularis)
Boa-achtigen (Boidae): Kleine zandboa (Eryx jaculus)
Gladde slangen (Colubridae): Gladde slang (Coronella austriaca) · Girondische gladde slang (Coronella girondica) · Dolichophis caspius · Pijlslang (Dolichophis jugularis) · Eirenis modestus · Vierstreepslang (Elaphe quatuorlineata) · Elaphe sauromates · Algerijnse toornslang (Hemorrhois algirus) · Hemorrhois hippocrepis · Hemorrhois nummifer · Balkantoornslang (Hierophis gemonensis) · Geelgroene toornslang (Hierophis viridiflavus) · Macroprotodon brevis · Mutsslang (Macroprotodon cucullatus) · Adderringslang (Natrix maura) · Ringslang (Natrix natrix) · Dobbelsteenslang (Natrix tessellata) · Platyceps collaris · Platyceps najadum · Trapslang (Elaphe scalaris) · Katslang (Telescopus fallax) · Zamenis lineatus · Esculaapslang (Elaphe longissima) · Luipaardslang (Elaphe situla)
Adders (Viperidae): Pallas' groefkopadder (Gloydius halys) · Levantijnse adder (Macrovipera lebetina) · Macrovipera schweizeri · Hagedisslang (Malpolon monspessulanus) · Kleinaziatische adder (Vipera xanthina) · Zandadder (Vipera ammodytes) · Aspisadder (Vipera aspis) · Gewone adder (Vipera berus) · Wipneusadder (Vipera latastei) · Vipera renardi · Vipera seoanei · Spitssnuitadder (Vipera ursinii)