Spontane menselijke zelfontbranding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Spontane zelfontbranding wordt verondersteld op te treden in het menselijke lichaam. Er zijn gevallen bekend dat mensen geheel of gedeeltelijk zijn opgebrand, het menselijke lichaam diende als brandstof. Sommigen speculeren dat het lichaam spontaan tot ontbranding kan komen, hiervoor is echter geen enkele aanwijzing. Wel is duidelijk uit praktijkonderzoek dat lichaamsweefsel, door de aanwezigheid van vet, langzaam en smeulend kan verbranden. Dit kan verklaren hoe het mogelijk is dat een lichaam geheel of gedeeltelijk kan opbranden zonder de omgeving te beschadigen. Mogelijk wordt de verbranding in gang gezet door een ongeluk, bijvoorbeeld met een sigaret of een kaars. Er zijn paranormale verklaringen gegeven voor het fenomeen, echter zonder bewijs daarvoor.

Een gevalsbeschrijving[bewerken]

De verkoolde overblijfselen van de 92-jarige Irving Bentley worden op 5 december 1966 door de meterstanden-opnemer van het gasbedrijf, Don Gosnell, gevonden in het toilet van Bentley's woning in Coudersport, Pennsylvania, Verenigde Staten. Alleen een voet en een deel van het onderbeen waren nog intact. Rondom het beschadigde looprek lagen verkoolde resten, er was een flink brandgat in de houten vloer ontstaan en een vettig roetlaagje bedekte de directe omgeving. Deze gebeurtenis kan op paranormale wijze geïnterpreteerd worden als een geval van spontane zelfontbranding. Het is echter eenvoudiger en waarschijnlijker te veronderstellen dat de onfortuinlijke Bentley het slachtoffer is geworden van een sigaret of een ander brandend voorwerp dat op zijn lichaam terecht is gekomen en dat hij niet heeft kunnen doven, bijvoorbeeld omdat hij onwel was geworden.

Er zijn ook enkele gevallen bekend van mensen die rapporteren dat zij getuige zijn geweest van een spontane ontbranding of een spontane ontbranding aan den lijve hebben ervaren. In de laatste categorie is het geval bekend van James Hamilton, hoogleraar aan de faculteit wiskunde van de Nashville Universiteit, VS. Hij beschrijft in 1835 een geval van een scherpe pijn ontstaan door een vlam van circa 10 cm die ontsprong in een onderbeen. Hij kon de vlam doven door deze met zijn handen af te dekken waardoor hij de zuurstoftoevoer kon stoppen. Zelfs dit geval, indien het werkelijk zou berusten op feiten, levert geen bewijs voor spontane ontbranding, meer voor de hand liggende interpretaties zijn mogelijk.

Over het geval van Bentley is gepubliceerd door Larry Arnold The flaming fate of dr Bentley, Pursuit, SITU, Columbia, NJ,1976. Het geval van James Hamilton wordt beschreven in The World Atlas of Mysteries, Pan Books, 1979, p. 22.

Zie ook[bewerken]