Spoorweg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Spoorwegen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Stalen spoorstaven op houten dwarsliggers
Wissels en bovenleiding emplacement Utrecht
Dubbele spoorlijn
Enkele spoorlijn
Spoorbrug

Een spoorweg, spoorbaan of spoorlijn is een weg, bestaande uit één of meer sporen. Een spoor bestaat uit twee evenwijdige stalen staven, spoorstaaf of rail geheten. Deze zijn vastgezet op dwarsliggers, de zogenaamde 'bielzen', die meestal van hout of beton zijn gemaakt. Ook metalen dwarsliggers komen wel voor. De afstand tussen de beide binnenzijden van de koppen van de spoorstaven wordt spoorwijdte genoemd. Deze bedraagt doorgaans 1435 mm (normaalspoor), maar ook andere spoorwijdten worden gebruikt.

Een spoorweg is bedoeld om één of een reeks gekoppelde rijtuigen, een trein of rangeerdeel, te laten voortbewegen over de spoorstaven. Aan de binnenkant van de treinwielen zit een flens, de opstaande rand van het wiel, die de trein bij wissels in het spoor houdt. Als de flens de spoorstaaf raakt, maakt dit een snerpend geluid. Op de rechte stukken en flauwe bochten blijft de trein op de rails doordat de wielbanden licht taps zijn. Gedetailleerde uitleg hierover staat beschreven in stuureffect van de spooras. Een gewone spoorweg wordt ook wel adhesiespoorweg genoemd, ter onderscheiding van de tandradspoorweg en spoorsystemen met rubber banden (bandenmetro).

Geschiedenis[bewerken]

Spoorwegen zijn in het begin van de 19e eeuw in Engeland ontstaan als innovatie in de mijnbouw. Werk in kolenmijnen was zwaar en gevaarlijk, en dus bestond er grote behoefte aan hulpmiddelen om dit werk te verlichten. Een hulpmiddel was het gebruik van karretjes die over spoor reden, om de kolen in te vervoeren; dan hoefden de kolen niet meer in manden op de rug vervoerd te worden. Aanvankelijk werden houten rails gebruikt, later kwamen rails van gietijzer beschikbaar. Het gebruik van rails zorgde ervoor dat de rolweerstand laag was, zo konden meer kolen vervoerd worden. De karretjes werden verplaatst met handkracht, met paarden of door ze op zwaartekracht van de helling te laten rollen.

In de mijnen was ook behoefte aan arbeidsvermogen om grondwater weg te pompen en om liften te bewegen. Aanvankelijk werd hiervoor handkracht, paardenkracht of waterkracht gebruikt, maar later werden stoommachines ingeschakeld. Vervolgens werd bedacht dat men de stoommachine ook voor het vervoer van de kolenkarretjes zou kunnen gebruiken. Richard Trevithick was in 1804 de eerste die een stoommachine op rails zette. Zijn probleem was dat de gietijzeren rails niet bestand waren tegen het gewicht van de stoommachine en geregeld braken. Later is dit opgelost door rails van gewalst staal te gebruiken.

In 1825 werd de Stockton and Darlington Railway geopend, bedoeld als verbinding om kolen van de mijn naar de haven te brengen. Locomotiefbouwer George Stephenson bewerkstelligde dat voor deze verbinding stoomtractie in plaats van paardentractie werd gebruikt. Bovendien werd besloten de lijn openbaar toegankelijk te maken, zodat hij ook voor andere zaken dan het vervoer van kolen gebruikt kon worden. Het was min of meer een verrassing dat de lijn ook voor reizigersvervoer erg in trek bleek. Door dit succes werd de lijn een voorbeeld voor andere spoorwegen, die spoedig volgden.

De eerste spoorwegen waren vooral aangelegd voor het goederenvervoer. Al vrij snel kwamen ook de eerste rijtuigen voor het vervoer van personen. Er waren open rijtuigen met zitbanken en de meer comfortabele postkoetscarrosserieen,[1] toegankelijk met zijdeuren, die op spooronderstellen gemonteerd werden. Pas later zijn er rijtuigen gekomen waar reizigers aan de balkonuiteinden konden instappen en van rijtuig tot rijtuig konden doorlopen.

Zoals begin 21e eeuw de telecommunicatie als de drijvende industrie wordt gezien, gold dat in de 19e eeuw voor de spoorwegen.

België[bewerken]

Op 5 mei 1835 reed de eerste trein De Pijl op het Europese vasteland: van Brussel naar Mechelen. België had zich in 1830 van Nederland afgescheiden en kon daardoor geen gebruik meer maken van waterwegen op Nederlands grondgebied. Het gevolg was dat de haven van Antwerpen afgesneden raakte van haar Duitse achterland en dus had België met spoed een alternatieve vervoerwijze nodig. Koning Leopold I had George Stephenson ontmoet en koos voor de toen revolutionair nieuwe spoorwegtechniek en koos ervoor een spoorwegnet van staatswege aan te leggen. Omdat de spoorwegen door de staat aangelegd werden, kon het natuurlijk niet zo zijn dat alleen Antwerpen daarvan profiteerde: het moest een nationaal dekkend netwerk worden. Zo ontstond een netwerk met een Noord-Zuidlijn en een Oost-Westlijn die elkaar in Mechelen kruisten; Mechelen werd het middelpunt van het Belgische spoorwegnet. In 1843 werd de Duitse grens bereikt.

In België ligt 3518 km spoorlijn met een spoorwijdte van 1435 mm, waarvan 2934 km geëlektrificeerd is. 2563 kilometer is dubbelsporig. De sporen in België worden beheerd door Infrabel. De stations met meer dan 20.000 instappers per dag (2009), zijn Station Brussel-Centraal op een afstand gevolgd door Station Brussel-Zuid, Station Gent-Sint-Pieters, Station Brussel-Noord, Station Antwerpen-Centraal, Station Leuven, Station Ottignies en Station Mechelen.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Geschiedenis van de Belgische spoorwegen, Belgische Spoorwegen en Spoorlijnen in België.

Nederland[bewerken]

In Nederland reed op 20 september 1839 de eerste trein tussen Amsterdam en Haarlem. Het was een initiatief van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM). De locomotief De Arend vertrok die dag om precies 13:30 uur vanuit station d'Eenhonderd Roe aan de rand van Amsterdam met een sleep van negen rijtuigen. Ook stoomlocomotief De Snelheid reed mee voor het geval dat een van de twee locomotieven uit zou vallen. Na een klein half uur arriveerde de colonne onder muzikale begeleiding en een groot aantal genodigden in Haarlem. Het afgelegde traject bedroeg 16 kilometer. De rit was zeer succesvol en de machinisten, stokers en conducteurs werden beloond met een bonus ter hoogte van een half weekloon. Vier dagen later werd de lijn voor het publiek opengesteld.

De eerste concrete stappen voor een spoorlijn in Nederland waarbij de overheid initiatiefnemer was dateren uit 1839. Koning Willem I kondigde op 30 april 1838 per Koninklijk Besluit de aanleg van de Rhijnspoorweg aan. Deze verbinding tussen Amsterdam en Arnhem was in 1843 af en werd gebruikt door de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij (NRS). Willem I had zich persoonlijk garant gesteld voor de rente en aflossing van de lening die nodig was voor de financiering van de aanleg van deze spoorverbinding.

De eerste vier stoomlocomotieven die in Nederland reden, waren door de HSM besteld bij Michael Longridge uit Engeland. Hij was een concurrent van Stephenson en had de bestelling te danken aan het feit dat Stephenson zoveel bestellingen ontving in die tijd, dat hij de vraag niet meer aankon. De ontwikkelingen gingen snel, waardoor de vier locomotieven uiteindelijk in twee nieuwe varianten werden geleverd. Het eerste ontwerp was dat van de Snelheid en de Hoop. En het tweede ontwerp leverde de Arend en de Leeuw op. De eerste locomotief die in 1839 werd geleverd, was de Snelheid. Later volgden de Arend, de Leeuw en de Hoop. Een replica van de Arend is te bezichtigen in het Nederlands Spoorwegmuseum. De originele Arend is in 1857 gesloopt, omdat hij overbodig was geworden door nieuwere ontwerpen. De replica is in 1938 gebouwd ter ere van het 100-jarig bestaan van de spoorwegen in Nederland. Daarbij is gebruikgemaakt van de ontwerptekening van de Leeuw, die wat ontwerp betreft gelijk was aan de Arend.

Nederland heeft nu (in 2013) 3013 km spoorlijn met een spoorwijdte van 1435 mm (normaalspoor), waarvan 2061 km geëlektrificeerd is en 931 km enkelsporig. Het grootste deel van het spoorwegnet in Nederland wordt namens de Rijksoverheid beheerd door ProRail. Andere delen van spoorwegen worden beheerd door diverse beheerders (Keyrail, Stadsgewest Haaglanden, Stadsregio Rotterdam, toeristische en museumspoorwegen) en hebben vaak de status van lokaalspoorweg. Belangrijke stations qua verkeers- en vervoersvolume zijn onder meer station Amsterdam Centraal, station Den Haag Centraal, station Rotterdam Centraal, station Utrecht Centraal, Station Arnhem en station Zwolle.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Geschiedenis van de spoorwegen in Nederland, Nederlandse Spoorwegen, Nederlands Spoorwegmuseum en Spoorlijnen in Nederland.

Suriname[bewerken]

In Suriname werd in het begin van de twintigste eeuw de Lawaspoorweg gebouwd. Deze liep van Paramaribo naar het eindpunt bij Sarakreek. De lijn, die een grootste lengte van 173 kilometer kende, is gedurende de twintigste eeuw verschillende malen ingekort, tot in 1987 de laatste trein reed.

Nuvola single chevron right.svg Zie Lawaspoorweg voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Spoorwegtechniek[bewerken]

Een spoorweg bestaat uit een onderbouw en een bovenbouw:

De onderbouw is de ondergrond waar de spoorlijn op wordt aangelegd. Dit kan dus een spoordijk, een brug of een viaduct zijn.

De bovenbouw komt op de onderbouw en bestaat uit een ballastbed (bijvoorbeeld steenslag van porfier). Op de ballast worden dwarsliggers (in vaktaal houten) aangebracht. Vroeger werden vooral houten dwarsliggers gebruikt. Ook stalen dwarsliggers zijn enige tijd gebruikt. In Duitsland zijn deze op regionale spoorlijnen nog steeds aan te treffen. Tegenwoordig gebruikt men steeds meer betonnen dwarsliggers. Een houten dwarsligger wordt ook wel "biels" genoemd. Op de dwarsliggers worden de spoorstaven bevestigd. Een onderstopmachine wordt gebruikt om de ballast goed onder de spoorstaven te stoppen zodat de rails goed ligt. Bij de bovenbouw worden ook de spoorwegbeveiliging (overwegbeveiliging, seinen en treinbeïnvloeding) en de elektrische tractie-energie-voorziening (bovenleiding of derde rail) gerekend.

Zie ook[bewerken]


Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. koetswerk en onderstellen werden bij voertuigen (bussen, auto's, vrachtwagens) altijd apart gebouwd, besteld en hadden vaak andere leveranciers. Pas later (omstreeks 1950) werden wegvoertuigen als een geheel gebouwd. Bij de spoorwegen kwam die integratie eerder.
Icoontje WikiWoordenboek Zoek spoorweg op in het WikiWoordenboek.
Algemeen: Ecotoop · Landvorm · Landschap · Landschapselement · Nederlandse landschappen
Vlakvormig: Abschnittsmotte · Achterkade · Beekdal · Beemd · Begraafplaats · Bolle akker · Bos · Brink · Brinkdorp · Broek · Del · Dorp · Droogmakerij · Duin · Eiland · Eng · Enk · Es · Esdorp · Fort · Geriefbos · Gors · Griend · Haven · Heuvel · Houtkade · Inlaag · Karreveld · Kerkhof · Kolk · Kraag · Kreek · Kreekrug · Kromakker · Kwelder · Landgoed · Legakker · Lintdorp · Luchthaven · Maat · Made · Mede · Marke · Meer · Meerstal · Meetje · Meet · Moeras · Mijnsteenheuvel · Oeverwal · Pestbosje · Petgat · Pingoruïne · Plas · Poel · Polder · Raatakkers · Rak · Redoute · Rivier · Rivierstrand · Rustbosje · Schans · Schol · Schor · Slik · Sluis · Stad · Stelle · Stinswier · Strand · Strandwal · Strang · Stroomrug · Struweel · Stuwmeer · Stuwwal · Terril · Terp · Uiterwaard · Veenkoepel · Veenlens · Veenkolonie · Veenpolder · Veenplas · Veenterp · Ven · Vesting · Viskenij · Visvijver · Vliedberg · Vliegveld · Vloeiveld · Vloeiweide · Waai · Wad · Weel · Weide · Weiland · Wiel · Wierde · Zee
Lijnvormig: Aarden dam · Aquaduct · Autosnelweg · Autoweg · Bandijk · Barrage · Beek · Berceau · Berm · Boezem · Brandsloot · Dam · Diep · Dijk · Doodweg · Dromerdijk · Enkwal · Fietspad · Fietsstrook · Gracht · Grubbe · Haag · Haha · Heg · Holle weg · Houtkant · Houtsingel · Houtwal · Jaagpad · Kaai · Kade · Kanaal · Kerkpad · Krib · Laan · Landscheiding · Landgraaf · Landweer · Lijkweg · Maar · Molengang · Muraltmuur · Opvaart · Ossengang · Pad · Reeweg · Ringdijk · Ringvaart · Rivier · Schipsloot · Schipvaart · Schurveling · Singel · Singelgracht · Slaperdijk · Sloot · Snelweg · Spoorweg · Steenberg · Strandhoofd · Strekdam · Stuwdam · Tiendweg · Trambaan · Trekpad · Trekvaart · Trottoir · Tunnel · Turfvaart · Tuunwal · Uiterdijk · Vaart · Veenkade · Veendijk · Vlechtheg · Voetpad · Wakerdijk · Wal · Wandelpad · Weg · Wetering · Wieke · Wijk · Wierdijk · Wildwal · Zeedijk · Zwetsloot
Puntvormig: Banpaal · Bermmonument · Boe · Boerderij · Boerenkuil · Boô · Borg · Brug · Buitenplaats · Burcht · Coupure · Daliegat · Dobbe · Duiker · Eendenkooi · Galg · Gemaal · Grafheuvel · Grenspaal · Hagelkruis · Havezate · Hoeve · Hollestelle · Hoogholtje · Hunebed · Inlaat · Inundatiesluis · Kasteel · Kerkgebouw · Kwakel · Molen · Mottekasteel · Overlaat · Overweg · Pijp · Pomp · Ringwalburcht · Rolpaal · Schaapvolt · Stuw · Til · Turfput · Veenput · Verlaat · Viaduct · Vijver · Voorde · Waterpomp · Waterput · Watertoren