Spoorwegongeval

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Treinramp bij Harmelen
(ergste spoorwegongeval in Nederland)
Ontsporing van de EC 107 (Praag – Warschau) in Praag op 17 februari 2007
Treinbotsing tussen goederentreinen op 6 januari 2005 in Graniteville, South Carolina
Spoorwegongeval te Weesp op 13 september 1918.

Een spoorwegongeval is een ongeval op een spoorweg waarbij minimaal één trein betrokken is. De volgende types ongevallen zijn te onderscheiden:

  • Treinbotsing. Twee of meerdere treinen komen in botsing met elkaar. Dit type botsing is vrij zeldzaam omdat treinen door toepassing van het blokstelsel (met uitzondering van rangeerterreinen) nooit op hetzelfde stuk spoor horen te komen. Vaak is er een beveiliging die een trein stopt als deze onverhoopt een rood sein negeert en daarmee op een stuk spoor waar zich al een trein bevindt dreigt te komen. Als er toch twee treinen met hoge snelheid met elkaar in botsing komen zijn de gevolgen vaak zeer ernstig, zoals bij de Treinramp bij Harmelen.
  • Ontsporing. Door een technisch mankement aan een trein of aan de spoorbaan verlaat de trein het spoor. Ook als een trein door een stootblok aan het einde van de rails rijdt, kan er gesproken worden van een ontsporing. Indien een ontsporing bij hoge snelheid plaatsvindt en de trein op een object naast het spoor botst, kan dit ernstige gevolgen hebben zoals bij de Treinramp bij Eschede. Vaak is er slechts sprake van ontsporing van één as of draaistel en blijft de rest van de trein in het spoor, waardoor de schade beperkt blijft.
  • Overwegbotsing. Een trein komt in botsing met een voertuig dat de spoorweg oversteekt op een overweg. Indien de botsing plaatsvindt met een personenauto, blijft de schade aan de trein door het hogere gewicht en sterkere constructie doorgaans beperkt, maar een personenauto kan volledig vernield worden met het overlijden van de inzittenden als gevolg. Ook overwegbotsingen met fietsers en voetgangers lopen meestal fataal af.
    Botsingen met zwaardere voertuigen zoals vrachtwagens kunnen wel ernstige gevolgen hebben voor de inzittenden van de trein. Het grootste gevaar is dat een trein door de impact van een botsing ontspoort.

Overwegbotsingen komen relatief vaak voor, met name doordat weggebruikers stopsignalen van de overwegsignalering negeren. In Nederland wordt daarom actief beleid gevoerd om overwegen te vervangen door ongelijkvloerse kruisingen.

Bij grote spoorwegongevallen in Nederland, kan de Onderzoeksraad Voor Veiligheid een onderzoek instellen.

Een van de Europese maatstaven voor de ernst van spoorwegongevallen is het aantal FWSI: fatalities and weighted serious injuries = aantal doden + (0,1 x het aantal zwaargewonden).

Hieronder een (incompleet) overzicht van grotere spoorwegongevallen in Nederland en België, waarbij doden en/of (veel) gewonden vielen.

Nederland[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Chronologisch overzicht van ernstige spoorwegongevallen in Nederland.
  • 10 maart 1843: Warmond - Eerste spoorwegongeval in Nederland. Tijdens een proefrit ontspoort een loc op de niet goed gesloten spoorbrug over de Warmonder Leede. 1 dode.
  • 10 augustus 1856: Schiedam - Eerste grotere spoorwegongeval in Nederland. De laatste trein botst op de voorlaatste trein. Dit kon gebeuren omdat er nog geen blokbeveiliging was. 3 doden en 5 gewonden.
  • 15 november 1899: Capelle - In zeer dichte mist botst een trein achterop een andere trein. 8 doden en 12 gewonden.
  • 13 september 1918: Weesp - Hevige regenval veroorzaakt de verzakking van een ballastbed bij de brug over het Merwedekanaal. Een reizigerstrein ontspoort en zakt van het talud af. Hierdoor botst de loc tegen de brug. 41 doden en 42 gewonden. Dit was tot 1962 het ernstigste spoorwegongeval in de Nederlandse geschiedenis. Zie ook: Treinramp bij Weesp.
  • 26 januari 1931: Groningen - Een reizigerstrein komende vanuit de richting Nieuweschans botst met een goederentrein. 13 doden en 5 gewonden.
  • 27 november 1942: Sliedrecht - Trein rijdt achterop een andere trein omdat een sein ten onrechte op veilig was gezet. 18 doden en 62 gewonden.
  • 19 juni 1953: Weesp - Twee reizigerstreinen rijden op elkaar, waardoor de slechts één jaar oude loc 1303 verongelukt. Er waren 2 doden en 8 gewonden. Zie ook: Treinongeval bij Weesp.
  • 8 januari 1962: Harmelen - Frontale botsing tussen 2 reizigerstreinen nadat 1 trein het rode sein had genegeerd in de mist. 93 doden (waaronder beide machinisten) en 52 gewonden. Dit is tot op heden het ernstigste spoorwegongeval in de Nederlandse geschiedenis. Zie ook: Treinramp bij Harmelen.
  • 31 augustus 1964: Westervoort - Internationale trein uit Hagen botst op lokale trein. 5 doden en 36 gewonden.
  • 25 augustus 1967: Beesd - Frontale botsing tussen een reizigerstrein en een goederentrein nadat de goederentrein het rode sein had genegeerd in de dichte mist. 2 doden (machinist en conducteur van de reizigerstrein) en 8 gewonden.
  • 30 mei 1971: Duivendrecht - Trein rijdt voorbij stoptonend sein en rijdt achterop een internationale trein. 5 doden en 33 gewonden.
  • 4 mei 1976: Schiedam - Een internationale trein en een lokale trein botsen. 24 doden en 11 gewonden. Zie ook: Treinramp bij Schiedam.
  • 28 augustus 1979: Nijmegen - Een trein met ledig materieel komt door een fout in de beveiliging op een verkeerd spoor terecht en botst hierdoor frontaal op een andere trein. 8 doden en 37 gewonden. Zie ook: Treinramp bij Nijmegen.
  • 25 juli 1980: Winsum - 2 treinen botsen frontaal op elkaar op het enkelspoor tussen Groningen en Roodeschool. 9 doden en 21 gewonden. Zie ook: Treinramp bij Winsum.
  • 27 december 1982: Rotterdam - Een internationale trein botst tegen een stoptrein. 3 doden en 20 gewonden.[1]
  • 1 juni 1988: Rilland-Bath - Een intercity rijdt door rood sein en botst achterop een stilstaande grindtrein. 3 doden en 28 gewonden.
Ontsporing te Hoofddorp op 28 november 1992. Reizigers worden geëvacueerd. Twee dagen later vindt op dezelfde plaats het treinongeval bij Hoofddorp plaats, waarbij 5 doden vallen.

Naast het genoemde ongeluk waren er in 2012 onder reizigers nog 4 zwaargewonden, in totaal dus 28. Het aantal FWSI onder reizigers was in 2012 dus 3,8. Dit is 0,22 FWSI per miljard reizigerkilometers.[2]

België[bewerken]

Monument in Buizingen ter nagedachtenis de slachtoffers van het treinongeval van 15 februari 2010
  • 27 januari 2006: In het station Brussel-Schuman gaat een leeg treinstel aan het rollen. Het beschadigt de bovenleiding. 2 gewonden.
  • 15 september 2006: In de buurt van Brugge rijden twee treinen tegen elkaar nadat een van de 2 machinisten een rood licht negeerde, 1 trein ontspoord. 4 gewonden.
  • 26 april 2007: Izegem - Door een fout bij seinwerken staat een sein aan het station Izegem open, hoewel er een trein achter staat. Een volgende trein rijdt dan ook aan volle snelheid het station binnen en ramt de trein die al in het station staat. De materiële schade is aanzienlijk. 1 locomotief, een stuurstandrijtuig en verschillende rijtuigen zijn totaal vernield. Er vielen 51 gewonden, waarvan 3 zwaar.
  • 25 januari 2008: Tussen Halle en Edingen ontspoort een trein, na een aanrijding met een auto die op een spoorwegovergang in Rebecq staat. 1 dode.
  • 19 november 2009: Bij het station van Bergen ontspoort een MS96-treinstel door een te hoge snelheid. De conductrice van de trein komt hierbij om het leven.
  • 15 februari 2010: in Buizingen (nabij Halle) botsen om 08:28 twee passagierstreinen op elkaar. 18 personen komen om. Minstens 55 mensen raken gewond. Zie ook: Treinongeval bij Buizingen.
  • 14 september 2012: Op de spoorwegovergang aan het station in Anzegem raakt een Poolse vrachtwagen geblokkeerd. Een passagierstrein in doorrit sleurt hem meters mee. Het eerste treinstel ontspoort. 2 gewonden.
  • 16 januari 2013: in Nijlen rijdt een auto vanuit een parallelweg een gesloten overweg op. De auto wordt gegrepen door een aanstormende passagierstrein. 2 doden.
  • 4 mei 2013: In Schellebelle ontspoorde en kantelt een trein met 13 wagons. De wagons bevatten het giftige en kankerverwekkende acrylonitril. Er stierf één man door de giftige gassen. Ook het koel- en bluswater moest apart worden afgevoerd. Binnen een straal van 500 meter werden mensen 5 dagen lang geëvacueerd nadat giftige stoffen in hun woningen werd aangetroffen. Zie ook: Trein- en giframp bij Wetteren.

Literatuur[bewerken]

  • Spoorwegongevallen in Nederland, 1839-1993; auteur: R.T. Jongerius, Uitgave: Schuyt & Co, 1993. Uitgave: Schuyt & Co, Haarlem, 1993. Deel 22 in de boekenreeks van de NVBS, ISBN 90-6097-341-0.
  • Ongevallen op Nederlands spoor. Door Rob & Marcel van Ee. Uitg. De Alk, Alkmaar, 1997. ISBN 90-6013-067-7.
  • Naast het spoor. Door Rob Dragt. Uitg. Aprilis, Zaltbommel, 2005. ISBN 90-5994-086-5.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties