Sporenschildpad
| Sporenschildpad IUCN-status: Kwetsbaar[1] (1996) |
|||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Geslacht | |||||||||||||||
| Geochelone sulcata (Miller, 1779) |
|||||||||||||||
| Sporenschildpad op |
|||||||||||||||
|
|||||||||||||||
De sporenschildpad (Geochelone sulcata) is de grootste op het vasteland levende Schildpad[2]. De soort wordt door de IUCN aangemerkt als kwetsbaar[3].
Deze schildpadden kunnen tot 100 kg wegen en 80 à 85 cm lang worden. Ze komen voor van de westelijke Afrikaanse Sahelzone tot het oostelijke deel van Soedan. Op de dijen van de sporenschildpadden zijn twee of drie vergrote beenplaten te zien.
De sporenschildpad wordt extreem groot en zwaar en is bijzonder sterk. Daarom is deze schildpad niet geschikt voor een klein terrarium. Er kan wel een tochtvrije ruimte gebruikt worden met een temperatuur tussen 25-30°C.
Het verschil tussen de mannetjes en de vrouwtjes van deze soort is dat de mannetjes een langere en aan de schildkant dikkere staart hebben dan de vrouwtjes en ze hebben een holler buikschild.
De schildpadden zijn bij een gewicht van 15-20 kg geslachtsrijp en tijdens de paring maken de mannetjes een geluid dat lijkt op het geluid van een ezel. De vrouwtjes leggen maximaal drie keer per jaar 30 eieren. Het duurt lang voordat deze eieren uitkomen. Afhankelijk van de temperatuur en de conditie duurt het drie tot vijf maanden.
Bronnen, noten en/of referenties: