Staat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een staat is een in hoge mate soevereine organisatie die gezag uitoefent op de bevolking die binnen een bepaald afgebakend grondgebied woont. Zij vertegenwoordigt deze bevolking naar buiten toe en beschikt over de benodigde machtsmiddelen, bijvoorbeeld een geweldsmonopolie.

Het is mogelijk dat een staat (gedwongen of vrijwillig) een deel van zijn machtsmiddelen overdraagt aan een andere staat, of dat staten via een federaal of confederaal verband een deel van hun machtsmiddelen overdragen aan een overkoepelende staat.

Componenten van de staat[bewerken]

De staat is samengesteld uit een aantal specifieke elementen die hem zijn voornaamste karakteristieken geven. Deze elementen zijn (volgens het internationale recht):

Bevolking[bewerken]

De bevolking bestaat uit onderdanen van de staat. De onderdanen van de staat vormen een of meer volkeren of naties. Hoewel we het in de 21e eeuw in de Westerse wereld bijna als vanzelfsprekend beschouwen dat een staat één natie samenbindt en vertegenwoordigt, is dit niet altijd het geval. Er bestaan ook plurinationale staten of meervolkerenstaten. Als een staat één natie samenbindt en vertegenwoordigt, wordt ook wel van een nationale staat of natiestaat gesproken. Het begrip nationaliteit wordt soms wel gebruikt om aan te duiden dat iemand een onderdaan is van een bepaalde staat, ook al strekt het gezag van deze staat zich uit over meerdere volken of naties.

Grondgebied[bewerken]

Staatkundige kaart van de Wereld

Het grondgebied bepaalt de geografische zone waarin de staat zijn bevoegdheden kan uitoefenen. Hieruit volgt een van de voornaamste zorgen van de staat, namelijk het afbakenen van zijn territorium. Dit zowel ter land, ter zee als in de lucht. Deze bepaling heet ook wel het territorialiteitsbeginsel.

Voor de oude staten stelt het bepalen van grenzen geen problemen. Voor de jongere staten die hun grenzen bijvoorbeeld na de koloniale periode hebben gekregen, of nog recentelijker wat de ex-Sovjet staten betreft, is dat echter niet zo voor de hand liggend. Bovendien staan enkele elementen van de afbakening geregeld ter discussie.

Politieke en wettelijke organisatie[bewerken]

De politieke en wettelijke organisatie is bedoeld om het behoud en de continuïteit van de natie op haar grondgebied te garanderen. Deze organisatie vertoont drie kenmerken:

Morele persoonlijkheid[bewerken]

De staat is een entiteit voorzien van machten en rechten met een eigen en onafhankelijk bestaan t.o.v. zijn leden, en in het bijzonder van zijn bestuurders. De staat is permanent: de veranderingen die opduiken bij zijn samenstelling hebben geen invloed op zijn bestaan noch op de duur van zijn beslissingen.

Soevereiniteit[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Soevereiniteit voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een staat is soeverein als hij zijn gezag niet ontvangt van een andere sociale organisatie en er geen enkele andere sociale groep bestaat die superieur is aan de staat. De staat is soeverein zowel in het internationaal als in het intern bestel. Soevereiniteit kan echter wel vrijwillig beperkt worden. Dit gebeurt onder andere door Niue en de Cookeilanden, die aan Nieuw-Zeeland vragen hun buitenlandse zaken te regelen.

Om zich te doen respecteren heeft de staat het monopolie van de georganiseerde dwang in handen (gerechtsapparaat, politie, leger). Volgens Max Weber wordt de staat trouwens gedefinieerd door het monopolie van de wettelijke aanwending van geweld.

Uitoefening van de machten[bewerken]

Men kan de machten van de staat in twee grote categorieën verdelen:

  • De macht om de samenleving te organiseren: de staat kan aan de hand van wettelijke bepalingen de activiteiten van zijn burgers reglementeren.
  • De macht om op bepaalde vlakken initiatieven te nemen: zo levert de staat aan de gemeenschap diensten en goederen (deze functie is momenteel belangrijker dan in de 19e eeuw).

Zie ook[bewerken]

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek