Staatsgreep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Onderscheiding voor hulp bij een staatsgreep: De Ster voor Belangrijke Diensten op 11 September, Chili 1973.

Beluister

(info)

Een staatsgreep, coup, coup d'état of putsch is de plotselinge, illegale afzetting van een regering, meestal door een kleine groep van een instelling van de bestaande staat - gewoonlijk door het leger - om de afgezette regering te vervangen door een andere instelling; hetzij burgerlijk, hetzij militair. Een staatsgreep slaagt als de overweldigers hun dominantie vestigen wanneer de zittende regering er niet in slaagt hun machtsversterking te voorkomen of met succes te weerstaan. Als de coup ofwel niet volledig faalt, ofwel niet in het geheel succes boekt, zal de poging tot een staatsgreep waarschijnlijk leiden tot een burgeroorlog.

Meestal maakt een staatsgreep gebruik van de macht van de bestaande regering om de politieke macht te grijpen. In Coup d'État: A Practical Handbook zegt Edward Luttwak: "Een coup bestaat uit de infiltratie van een klein, maar kritiek deel van het staatsapparaat, dat dan wordt gebruikt om de regering te verdringen van hun controle over de rest", dus gewapend geweld (hetzij militair, hetzij paramilitair) is geen typisch kenmerk van een staatsgreep.

Definitie[bewerken]

Voorbeelden[bewerken]

  • Een van de bekendste en tevens oudste staatsgrepen in de geschiedenis vond plaats toen Julius Caesar de Rubicon overtrok en Rome innam (49 v.Chr.)
  • Napoleon Bonaparte pleegde zijn coup d'état op 9 november 1799 door de "Vergadering van Vijfhonderd" te ontbinden en het Directoire naar huis te sturen.
  • Op 21 april 1967 pleegde een groep kolonels in Griekenland een staatsgreep, die leidde tot afzetting van de koning en afschaffing van de democratie.
  • Operatie Walküre: in 1944 pleegde de Duitse kolonel Claus von Stauffenberg een bomaanslag op Adolf Hitler, gevolgd door een staatsgreep, dit mislukte en von Stauffenberg en medeplichtigen werden of opgehangen of gefusilleerd.
  • Een daad waarbij een zittende heerser zijn macht uitbreidt op een manier die tegen de grondwet of de politieke gebruiken van een land ingaat is ook een staatsgreep. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht impliceert een staatsgreep niet per definitie een regimewissel. Voorbeelden van zulke staatsgrepen gepleegd door zittende heersers zijn:

Staatsgreep in Suriname[bewerken]

De plegers van een staatsgreep gebruiken zelf de term uiteraard bijna nooit. Zo spraken de militairen van de zonder veel bloedvergieten verlopen 'sergeantencoup' onder leiding van Desi Bouterse op 25 februari 1980 in Suriname aanvankelijk van een 'ingreep', en pas later van een 'revolutie'. De coup in Suriname vond plaats in een sfeer van nationale malaise, politieke machteloosheid en grote ontevredenheid onder de bevolking en vooral ook binnen de lagere rangen van het leger. De sergeanten kregen aanvankelijk dan ook veel steun vanuit de bevolking voor hun 'ingreep.' De internationale politiek stelde zich afwachtend of gematigd-positief op. Pas na enige tijd, toen de coupplegers met steeds meer geweld hun regime in het zadel wilden houden, werd de aard van de staatsgreep duidelijk. Verhullend taalgebruik is voor coupplegers dan ook een manier om de per definitie antidemocratische aard van een staatsgreep te verbergen.

Staatsgrepen in Nederland[bewerken]

In Nederland zijn in de loop der geschiedenis verschillende staatsgrepen gepleegd of gepland.

  • De arrestatie van Oldenbarneveldt en zijn medestanders en de machtsovername door Prins Maurits en de gomaristen in 1619.
  • Het afzetten van Johan de Witt in 1672. De gebroeders Johan en Cornelis de Witt werden vermoord en de Prins van Oranje nam de macht over.
  • De staatsgrepen in de Bataafse Republiek. De interne politieke instabiliteit in de nieuwe eenheidsstaat leidde tot enkele staatsgrepen in 1798, toen revolutionaire bevelhebbers onder wie Herman Willem Daendels geïrriteerd werden door het trage tempo van de democratische hervormingen. Een staatsgreep in januari 1798 leidde tot de noodzakelijke een- en ondeelbaarheid. De federalisten moesten het daarbij afleggen tegen de door de Franse regering gesteunde unitariërs.
  • De staatsgreep van Troelstra in 1918 was eerder een aangekondigde omwenteling. Troelstra verwachtte dat de Nederlandse regering zou aftreden zodra duidelijk werd dat de arbeidersbeweging dat eiste. De regering gaf niet toe en Troelstra zag ervan af geweld te gebruiken.
  • Ten tijde van het kabinet Den Uyl gingen geruchten als zouden militairen en conservatieve krachten een staatsgreep overwegen. Een herenclub, met als leden onder anderen Mr. Leonardus van Heyningen en Prosper Ego, het noenmaalgezelschap werd in 1974 in de Nederlandse pers genoemd als een reactionaire groep die over een staatsgreep zou discussiëren. Deze geruchten zijn nooit bevestigd.

In België is nooit een staatsgreep gepleegd.

De techniek van de staatsgreep[bewerken]

Er zijn ten minste drie "handleidingen" voor het plegen van een staatsgreep gepubliceerd. Alle kenners van de materie benadrukken dat de verbindingen, het beheersen van telefoon, televisie, telex en telegraaf, en het isoleren van de zittende machthebbers essentieel zijn. Coupplegers bezetten in het verleden dan ook meestal eerst het postkantoor en de telefooncentrale.

Er zijn drie militaire eenheden van belang:

  • De lijfwacht of garde van de machthebber(s)
  • De troepen van de couppleger
  • De troepen die te ver van het machtscentrum gelegerd zijn en daardoor zijn geneutraliseerd.

Het verschil tussen een staatsgreep en een burgeroorlog is dat de troepen buiten de hoofdstad door beide partijen telefonisch zullen worden gepolst om te bepalen hoe sterk de regering en de couplegers staan. De couppleger probeert de machthebber te isoleren en hij zoekt zelf contact met de legereenheden in de provincie. De commandanten van de militaire en paramilitaire eenheden in de garnizoenen zullen in eerste instantie niet reageren. Pas wanneer duidelijk is hoe de machtsverhoudingen liggen, zullen zij de ene of andere partij hun steun betuigen.[1]

Zo kon in 1981 de Spaanse koning de staatsgreep van Antonio Tejero verijdelen door op de televisie te verschijnen.

Omdat de eenheden van het leger onderling niet graag slaags raken, wordt een coup grotendeels telefonisch gepleegd. Wanneer het de machthebber duidelijk is dat hij onvoldoende steun heeft, zal hij vluchten. Hetzelfde geldt voor de coupplegers.[2]

Dat de Augustusstaatsgreep in Moskou tegen de Sovjet-president Michaël Gorbatsjov mislukte werd door de Amerikaanse inlichtingendienst opgemaakt uit de onbeantwoorde telefoontjes vanuit het Kremlin, het zenuwcentrum van de staatsgreep, naar militaire commandanten buiten Moskou. Men reageerde niet.

Handleidingen voor een staatsgreep[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Le Pouvoir politique
  2. Edward Luttwak