Stadhoudersbrief
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De stadhoudersbrief zou een brief zijn die Prins Bernhard op 24 april 1942 aan Hitler heeft geschreven. In die brief zou hij Hitler een voorstel hebben gedaan waarbij Bernhard als stadhouder van Hitler in Nederland zou hebben willen optreden indien de Duitsers, in overleg met de Engelsen, de directe bezetting van Nederland zouden opgeven. Dat was een serieuze optie in die fase van de Tweede Wereldoorlog en in die optie zou de eventuele actie van de prins passen.
Gerald Aalders, historicus bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, heeft in een boek over de dubbelspionne Leonie Brand-Pütz geprobeerd het bestaan van de brief te bewijzen. In het boek verwoordt hij geruchten dat oorlogsmisdadiger Pieter Menten lange tijd vervolging heeft kunnen ontlopen omdat hij de stadhoudersbrief in handen had. Hiervoor kan hij echter geen bewijzen aandragen, behalve een 'bron' waarvan hij de identiteit niet kan openbaren. Toen in de jaren '70 van de vorige eeuw de affaire rond Menten opspeelde, is door verschillende media onderzoek gedaan naar het bestaan van de brief. Niemand heeft toen de brief boven water kunnen brengen.
Journalist Ton Biesemaat bracht in 2005 het boek "De Soltikow Affaire" uit met nieuwe verhalen over diezelfde 'Stadhoudersbrief'. In dat boek onthult hij onder meer dat een Nederlandse agent van de Franse inlichtingendienst, Jan Heitink, volgens eigen zeggen de stadhoudersbrief onder ogen heeft gehad toen hij in 1981 een bezoek bracht aan het hoofdkwartier van de dienst. Destijds was hij adjunct-hoofdredacteur van de Telegraaf. Onder zijn bewind verschenen in 1978 van de hand van redacteur Henk de Mari de eerste berichten over het bestaan van de stadhoudersbrief in de Telegraaf. De stadhoudersbrief zou niet groter dan een A5-je zijn -een kattenbelletje- met het logo van de prins er op voorgedrukt. Daarnaast heeft hij zelf ook volgens zijn verklaringen een kopie van de brief in zijn bezit gehad. Die is echter nooit gevonden.
Heitink heeft zijn ervaringen met de stadhoudersbrief in twee schriftelijke verklaringen vastgelegd, gedateerd op 2 juni 2003 en 4 maart 2004. Beide documenten zijn momenteel in het bezit van journalist Ton Biesemaat. Deze documenten hebben nog een opmerkelijke 'uitsmijter'. In 1982 werd Jan Heitink gebeld door een bevriende relatie van de CIA die hem vertelde dat de "Holland-papers in our archives will be free on the 17th of March, 2008, provided Juliana and Bernhard will be dead then for 3 years, otherwise it will last a little." Die datum is echter verstreken zonder dat de CIA iets van dien aard openbaar heeft gemaakt.
Prins Bernhard zelf heeft het bestaan van de brief altijd ontkend en afgedaan als onzin. In een brief in de Volkskrant (februari 2004) heeft hij één miljoen euro uitgeloofd voor diegene die de brief boven water zou krijgen. Tot op heden is er geen schijn van bewijs dat de stadhoudersbrief ooit werkelijk heeft bestaan.
[bewerken] Literatuur
- Aalders, Gerald: Leonie. Het intrigerende leven van een Nederlandse dubbelspionne Amsterdam: Boom, 2003, 413 blz. ISBN 90-5352-927-6
- Ross, Tomas: Omwille van de troon Amsterdam: de Bezige Bij, 2002. ISBN 90-234-0448-3
- Biesemaat, Ton: De Soltikow Affaire Bruna, 2005. ISBN 90-229-8838-4

