Stadhuis van Gouda
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
Gravure van het stadhuis van Gouda door Arent Lepelaar omstreeks 1712.[1]
|
Het stadhuis van Gouda bevindt zich op de Markt. Het stadhuis is een van de oudste gotische stadhuizen van Nederland.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
In 1365 kocht het stadsbestuur van Gouda het marktveld van de heren Van der Goude om daar een stadhuis te bouwen. Toch zou het nog tot 1448 duren voordat met de bouw werd begonnen. Volgens de stadshistoricus Ignatius Walvis was de gebrekkige financiële postie van de stad de oorzaak van het voortdurende uitstel.
Een van de architecten was Jan Keldermans. Het gebouw werd opgetrokken uit Belgische kalksteen. Voor de fundering werd niet geheid, maar werd gebruik gemaakt van enkele vlotten van zware eiken balken. In 1497 werd het stadhuis opgeknapt ter gelegenheid van het bezoek van Philips de Schone aan de stad. In 1517/1518 werd het gebouw verbouwd. Tot 1603 lag het stadhuis rondom in het water en was door middel van een valbrug bereikbaar. In dat jaar (1603) werd het huidige bordes in renaissancestijl door de stadsbeeldhouwer Gregorius Cool vervaardigd.
In de periode 1692 - 1697 vond er opnieuw een ingrijpende verbouwing plaats. In die periode werd ook het huidige schavot aan de achterzijde van het stadhuis gebouwd. Voor die tijd bestond er reeds een schavot bij het stadhuis, dat voor het eerst in 1525 werd genoemd. In de periode (1946 - 1952) werd het gebouw wederom ingrijpend gerenoveerd. De laatste restauratie vond plaats in 1996.
[bewerken] Beelden in de voorgevel
De beelden in de huidige voorgevel van het stadhuis zijn er pas in 1960/1961 geplaatst. Op de onderste rij staan Karel de Stoute, Filips de Goede, Filips de Schone en Maria van Bourgondië. Daarboven bevinden zich de beeltenissen van Floris V en Jacoba van Beieren.
Tot 1882 prijkten er op de voorgevel van het stadhuis twee beelden. Het waren twee vrouwenfiguren, die respectievelijk een symbool waren voor Wijsheid (ook wel Voorzichtigheid) en Standvastigheid. Deze beelden zijn in 1695 gemaakt door de beeldhouwer Jan Gijselingh jr. Op een prent van Arent Lepelaar uit 1712 zijn beide beelden al goed te zien (zie: afbeelding). In 1882 werden ze verwijderd omdat er weer ramen in de nissen gemaakt werden. De beelden werden geschonken aan het Goudse museum, dat ze een tijdlang heeft uitgeleend aan het Goudse kantongerecht.[2]
Inmiddels zijn de twee beelden verplaatst naar de tuin achter het museum.
Uit tekeningen van het stadhuis uit 1646 en 1653 blijkt dat er ook al voor 1695 tenminste één beeld in een nis aan de voorgevel heeft gestaan. De drie andere nissen waren leeg, maar uit oude stadsrekeningen valt op te maken dat hier wellicht de afbeeldingen van Karel de Stoute en zijn gemalin en waarschijnlijk ook van Filips de Goede en zijn gemalin hebben gestaan.[2][3]
[bewerken] Interieur
Het interieur stamt deels nog uit de zeventiende en achttiende eeuw. Trots is Gouda op de wandbekleding in de trouwzaal, vervaardigd door de Goudse tapijtwerker David Ruffelaer, een zoon van de uit Oudenaarde afkomstige tapijtleverancier Jan Ruffelaer, die zich voor 1600 in Gouda had gevestigd. David, die het bedrijf van zijn vader in 1626 had overgenomen, vervaardigde de wandtapijten ter gelegenheid het bezoek aan Gouda in 1642 van Henriëtta Maria van Frankrijk, de vrouw van koning Karel I van Engeland, met haar dochter Maria Stuart en schoonzoon Willem van Oranje Nassau, de latere stadhouder Willem II. De tapijten van Ruffelaer vervingen de oude tapijten, die gemaakt waren naar een ontwerp van de Goudse glazenier Dirk Crabeth. De wandtapijten zijn van 1948 tot 1952 grondig gerestaureerd in het restauratie-atelier van het Rijksmuseum onder leiding van H.S. Bloedhouwer.[4]
Het gebouw spreekt
Beneên verstrekt mijn kap voor Graanbeurs van der Gouw,
En boven 't Schoutoneel van straf en naberouw
Anders
Voor 't leven strekt mijn dak, een korenbeurs beneên
Van boven 't Schouwgebouw voor sterven en geween
Anders
Mijn grond is 't Korenhuis, voor 't leven opgestigt
Waar boven 't Schouwburg staat, voor 't sterven na gerigt
Christoffel Pierson (1631-1714) in 1697
bij gelegenheid van de bouw van het schavot en de daaronder gelegen korenbeurs bij het stadhuis van Gouda. [1]
[bewerken] Trivia
- Het klokkenspel aan de zijkant van het stadhuis dateert uit de 60er jaren en is geschonken door de directeur (Bouwmeester) van een verzekeringsmaatschappij en hoort dus origineel niet bij het stadhuis en wordt in de volksmond van de Gouwenaars, "het klokkenspel van Bouwmeester" of "de Bouwmeesterrevue" genoemd.
- Een miniatuur van dit stadhuis staat in miniatuurstad Madurodam in Den Haag.
|
Bordes stadhuis Gouda gebouwd in 1603 door de stadsbeeldhouwer Gregorius Cool |
|||
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ a b Walvis, Ignatius Beschrijving der stad Gouda, (1713), facsimile editie uitgegeven in 1972
- ↑ a b Helbers, G.C. De geschiedenis van het gebouw en zijn voorgangers in: Zevende verzameling bijdragen Oudheidkundige Kring "Die Goude", blz. 83 t/m 156 (1952)
- ↑ Sprokholt, Henk Jan De afbeeldingen van het Goudse stadhuis in:"Als een Schip op Zee", blz. 52 t/m 72 (1997)
- ↑ Heukensfeldt Jansen, M-A.V.H. De Goudse wandtapijten in: Zevende verzameling bijdragen Oudheidkundige Kring "Die Goude", blz. 64 t/m 74 (1952)

