Stadhuis van Brussel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Belfort van Brussel
Onderdeel van de werelderfgoedinschrijving:
Grote Markt van Brussel
Stadhuis van Brussel (2005)
Stadhuis van Brussel (2005)
Land Vlag van België België
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria ii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 857
Inschrijving 1998 (22e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst

Het stadhuis van Brussel staat op de Grote Markt van Brussel. De bouwstijl is een voorbeeld van flamboyante gotiek. Het stadhuis is opgetrokken in kalkhoudende zandsteen uit de Dilbeekse steengroeven, enkele kilometers verderop.

Het gebouw wordt boven op zijn 96 meter hoge toren bekroond met een verguld standbeeld van de aartsengel Michaël die een draak velt.

Bouw[bewerken]

De bouw van het stadhuis werd toevertrouwd aan Jacob van Tienen, leerling van Jan van Osy, die de grondlegger was van de Brabantse gotiek. De bouw van de linkervleugel en het belfort (onderste deel van de huidige toren) startte in 1402 onder auspiciën van de rijke families van de stad. Het stadhuis zou niet groter worden. De gilden wilden ook deelnemen aan het bestuur van de stad. De onvrede leidde tot onlusten die uiteindelijk resulteerden in een compromis waarbij ook verkozenen van de gilden zitting kregen in het bestuur. Het stadhuis werd daarmee te klein.

Het stadhuis van Brussel 's avonds

Karel de Stoute legde de eerste steen van de rechtervleugel waarmee men in 1444 begon. De rechtervleugel is kleiner dan de linker en is het werk van Willem de Voghel, die in 1452 ook de architect werd van de Magna Aula. De toren van het stadhuis, 96 m hoog, werd vanaf 1449 gebouwd door Jan van Ruisbroeck, bouwmeester van Filips de Goede. Het beeldhouwwerk dat het gebouw siert is volks.

Brand en heropbouw[bewerken]

In 1695 werd het stadhuis ernstig beschadigd bij het bombardement op Brussel door Franse troepen. Het gebouw werd in brand geschoten. De kunstwerken en archieven die er waren ondergebracht, gingen verloren (onder meer de gerechtigheidstaferelen van Rogier van der Weyden en de wandtapijten die er verkocht werden). Ook de houten dakstructuur vatte vuur: enkel de muren en toren stonden nog overeind.

De herstellingswerken verliepen onder toezicht van architect Cornelis van Nerven. Hij breidde het stadhuis uit met drie nieuwe vleugels op de plaats van de afgebrande lakenhal (1706 tot 1717). Tot 1795 zetelden de Staten van Brabant er.

Restauratie[bewerken]

In 1841 werd door de pas opgerichte KCM (Koninklijke Commissie voor Monumentenzorg) bevel gegeven voor een restauratie van het Brusselse stadhuis. De klemtoon werd gelegd op het verfraaien van de gevel en de aanpassing van de Leeuwentrap. De restauratie stond onder leiding van architect Tieleman Franciscus Suys en werd beëindigd door Pierre Jamaer. Die laatste was stadsarchitect van Brussel en restaureerde ook het Broodhuis op de Grote Markt van Brussel.

Belangrijkste component van de restauratie was de toevoeging van beelden, die in de nissen werden geplaatst van de gevel. Ook al waren er oorspronkelijk niet zoveel beelden aanwezig op de gevel. Voornamelijk Brusselse beeldhouwers creëerden de beeldhouwwerken, waaronder: Charles Geefs, Charles Auguste Fraikin, Eugène Simonis en George Minne.

De afgebeelde figuren zijn belangrijke personen uit de geschiedenis van België en symbolen voor, onder andere: vrede, kunst, handel en macht. De keuze voor deze personen en onderwerpen valt te verklaren vanuit de politiek die België in de 19e eeuw aannam om zijn bestaansrecht te legitimeren en een identiteit te geven aan België via monumentenzorg en bouwkunde.

De aanpassing van de Leeuwentrap gebeurde omstreeks 1866 door architect Jamaer. Hiervoor vroeg die laatste raad aan de bekende restaurateur Eugène Viollet-le-Duc. De trap werd naar binnen verdrongen en van twee kanten toegankelijk gemaakt.

Bescherming[bewerken]

Het stadhuis staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO als onderdeel van de inschrijving van de Grote Markt.

Legende[bewerken]

De toren staat niet exact in het midden van het gebouw. Hierdoor oogt het gebouw asymmetrisch. Ook de toegangsdeuren in de toren staan niet in lijn met de rest ervan. Volgens een Brusselse legende zou de architect het gebouw zo niet bedoeld hebben en heeft hij zich, toen hij zich van zijn dwaling bewust werd, van de toren laten vallen. In werkelijkheid is het "onvolmaakte" resultaat het gevolg van de lange bouwgeschiedenis.