Stadhuis van Maastricht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stadhuis van Maastricht
Maastricht, het stadhuis foto10 2011-01-30 12.07.JPG
Locatie Markt, Maastricht
Huidig gebruik gemeentehuis
Start bouw 1659
Bouw gereed 1684
Opening 1664
Hoogte tot top 47 meter
Dakhoogte 23,5 meter
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 27382
Architect Pieter Post
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het Stadhuis van Maastricht is het historische raadhuis van de Nederlandse gemeente Maastricht. Het stadhuis staat midden op de Markt in het centrum van Maastricht en heeft een rijke, grotendeels 18e-eeuwse inrichting. Het geheel met natuursteen beklede, vrijstaande gebouw is een ontwerp van Pieter Post en geldt als een belangrijk voorbeeld van het Hollands classicisme.

Geschiedenis[bewerken]

Voorgeschiedenis[bewerken]

Vóór de bouw van het stadhuis op de Markt, vergaderde de raad van Maastricht in een tweetal panden aan de toenmalige Sint-Jorisstraat (tegenwoordig Grote Staat), genaamd De Lanscroon en De Liebaerd. Ook werd de lakenhal door het stadbestuur gebruikt. De stedelijke rechtspraak vond plaats in het nabijgelegen Dinghuis aan de Kleine Staat.

Vanwege de tweeherigheid van Maastricht was het bestuur en de rechtspraak van de stad al zeker vanaf de 13e eeuw een aangelegenheid van zowel Brabantse als Luikse raadsleden, burgemeesters, schouten en schepenen. Vanaf de Verovering van Maastricht door Frederik Hendrik in 1632 traden de Staten-Generaal van de Nederlanden in de rechten van Brabant.

Gravure Pieter van der Aa (1715) naar tekening Pieter Post (1666)

Bouw stadhuis[bewerken]

De eerste plannen voor een nieuw stadhuis op de Markt dateerden al uit de late 16e eeuw, maar konden vanwege de oorlogssituatie niet worden gerealiseerd. In 1655 gaf de raad van Maastricht de opdracht tot de bouw van een nieuw stadhuis aan Pieter Post, leerling van Jacob van Campen, een architect die toen al grote bekendheid genoot als ontwerper van paleizen voor de Oranje-Nassaus. De keuze voor de Hollandse bouwmeester Post kan gezien worden als een teken van de toenemende invloed van de Staten-Generaal in Maastricht. In 1659 kwam Post naar Maastricht om de beste plaats voor het nieuwe stadhuis te bepalen. Hij koos voor het midden van de Markt, tegen de wens van de Luikse bestuurders, die een plaatsing in een marktwand prefereerden. Voor het plan van Post moesten enkele huizen op de Markt, alsmede de Lakenhal, het Belfort en een gedeelte van de eerste stadsmuur, met de Leugenpoort en de Gevangenpoort, wijken.[1] Door de sloop ontstond een min of meer vierkant marktplein, waarop centraal het nieuwe raadhuis gebouwd kon worden. Doordat de Luikse prins-bisschop weigerde mee te werken aan de onteigening van twee huizen, verschoof het stadhuis iets naar de zuidoosthoek, waardoor de ideale verhoudingen die Post nastreefde, niet geheel gerealiseerd konden worden.

De eerste steen werd gelegd in 1659 door de hoogschouten Groulart en De La Montaigne. Zij begroeven bij die gelegenheid een loden bus met munten en een koperen gedenkplaat in de zuidwestelijke hoek van het bouwwerk. Een deel van de stenen voor de fundamenten van het stadhuis waren afkomstig van de afgebroken Gevangenpoort. De uitvoering van de bouw was in handen van de assistent van Pieter Post, de Maastrichtse bouwmeester Cornelis Pesser. Hij wijzigde de gevelopbouw door onder andere de bel-etage met tientallen centimeters in te korten en de bovenliggende etages met ruim een meter te verhogen.[2] Ook wijzigde hij de breedte van de pilasters en wisselde de klassieke bouworden van de twee hoofdverdiepingen om.[3]

Na enige vertraging kon de gemeenteraad in 1664 haar intrek nemen in het nieuwe stadhuis.

Aanpassingen[bewerken]

Het gebouw was bij de ingebruikneming nog niet helemaal af, want voor de toren was geen geld meer. Pas in 1684 kon de Akense bouwmeester Adam Wynandts de stadhuistoren volgens het ontwerp van Post voltooien. De inrichting was aanvankelijk uiterst sober, maar vanaf 1700 werd er geld vrijgemaakt voor sierstucwerk, wandbekleding en meubelering. Een deel van het interieur werd tijdens het Beleg van Maastricht (1793) zwaar beschadigd als gevolg van Franse bombardementen. In 1839 werden de originele ramen met hardstenen kruiskozijnen uitgebroken en vervangen door Franse ramen. In 1861 werden wijzigingen aan het dak aangebracht om een betere afwatering te verkrijgen, waarbij de opvallende schoorstenen op de hoeken van het dak werden afgebroken. In 1884 werd de bibliotheek in het stadhuis verbouwd tot raadszaal.

Gebruik[bewerken]

Het stadhuis was vanaf 1664 het centrum van bestuur en rechtspraak in Maastricht. Daarnaast huisvestte het gebouw tot ver in de 19e eeuw het complete ambtenarenapparaat van de gemeente, de stadsbibliotheek, het stadsarchief, de gevangenis, de waag en de stadstimmerwerf. Op de begane grond en in de kelders van het stadhuis bevonden zich verhoorkamers, gevangeniscellen en cipiersverblijven. Executies vonden plaats op een schavot vóór het stadhuis. Voor minder zware vergrijpen stond links vóór het stadhuis een schandpaal opgesteld (voor mannen) en een draeyhuysken (voor vrouwen).

In de loop der jaren kregen vrijwel alle ruimtes een nieuwe functie. Zo kregen aan de Luikse zijde de kamers voor de secretarissen, de commissarissen-deciseurs en de raadkamer een nieuwe bestemming als wethouderskamers en trouw- en vergaderzalen. De Brabantse schepenkamers en audiëntiekamer werden herbestemd als wethouderskamers en secretariaat. De enige kamer die altijd dezelfde functie heeft gehad is de burgemeesterskamer. De inrichting van de raadzaal weerspiegelt de veranderingen in het openbare bestuur. Waar de raadsleden in 1851 - toen de gemeenteraadsvergaderingen openbaar werden - nog met hun rug naar het publiek zaten, werd dit later omgedraaid.

In 1961 werd een modern stadskantoor naast de oprit van de Wilhelminabrug gebouwd om de druk op het monumentale stadhuis te verlichten. In 2000 werd dit gebouw alweer gesloopt en begon de bouw van een ambitieus nieuw bestuurscentrum annex winkelcentrum tussen Markt en Maas. In 2007 kwam de nieuwe raadzaal in het complex Mosae Forum gereed en sedertdien vergadert de Maastrichtse gemeenteraad aldaar. Ook de meeste baliefuncties bevinden zich thans in de nieuwbouw, die met een ondergrondse gang verbonden is met het oude stadhuis. Het college van burgemeester en wethouders zetelt nog altijd in het historische stadhuis, waar ook de meeste officiële ontvangsten plaatsvinden.

In 2014 werd berekend dat een broodnodige renovatie van het oude stadhuis, inclusief het kunsthistorisch waardevolle interieur, rond de 20 miljoen euro zal kosten. Zo moet er een luchtbehandelingssysteem komen waardoor de werkomstandigheden worden verbeterd zonder dat de schilderstukken, het stucwerk en het goudleerbehang worden aangetast. Vanwege de hoge kosten wil de gemeente de restauratie over een aantal jaren uitsmeren.[4]

Beschrijving exterieur[bewerken]

Het stadhuis van Maastricht is gebouwd op een vierkant grondplan van 100 x 100 Rijnlandse voet (31,4 x 31,4 meter), met een hoogte van 75 voet (tot daknok) of 150 voet (tot torenhelm).

Gevels[bewerken]

De gevels zijn bekleed met Naamse steen (uit de groeve van Seille) en hebben een classicistische gevelopbouw, waarin ramen en deuren symmetrisch zijn geplaatst. Kroonlijsten en pilasters zorgen voor een horizontale en verticale geleding. De pilasters van de eerste verdieping zijn Dorisch, op de tweede verdieping Ionisch en op de derde Korinthisch. Alle vier gevels hebben een fronton dat met beeldhouwwerk is gevuld. Op het fronton aan de westzijde, de voorgevel, is de stedemaagd afgebeeld met het wapenschild van de stad Maastricht, geflankeerd door de gebeeldhouwde zittende figuren van Mars (als symbool van weerbaarheid van de vestingstad Maastricht) en Minerva (met het hoofd van Medusa en een uil als symbool van wijsheid). De westgevel, met hoogoprijzend middenrisaliet, wordt tevens gedomineerd door een dubbele trappartij met vier terrassen en een overdekt portiek. De indeling van de oostgevel komt overeen met die van de westgevel, met dien verstande, dat de middenpartij hier slechts drie traveeën breed is in plaats van vijf, en dat het beeldhouwwerk van het bekronende fronton minder uitbundig is: twee liggende engelenfiguren en een vruchtenkrans met het jaartal 1662, geflankeerd door voluten met rankenornamenten.

Kopie stadhuistoren nabij Moskou: Eendentoren Troitse-Sergievaklooster

Toren[bewerken]

Het vijf verdiepingen tellende stadhuis (inclusief kelder- en kapverdieping) is gedekt met een schuinoplopend leiendak, waarboven een bijna 25 meter hoge toren rijst. De onderbouw van de toren is vierkant en van baksteen en gaat daarna over in een achtkantige klokkentoren met een open lantaarn en een koepel. De achtkantige klokkentoren bestaat uit vier, naarboven toe steeds slanker wordende etages: de eerste heeft acht boogramen; de tweede etage heeft vier wijzerplaten met in de tussenliggende gevelvlakken cirkelvormige lichtopeningen; de derde verdieping heeft een balustrade met aan elke zijde vier balusters, met daartussen vierkante steunberen; de bovenste etage bestaat uit de lantaarn, waarin een klokkenspel hangt. De lantaarn is gedekt door een in een punt uitlopend koepeldak bekleed met zink, waarop een bol is geplaatst, met daarboven een windvaan.

Een bijna exacte kopie van de toren van het Maastrichtse stadhuis is te zien op de zogenaamde Eendentoren van het klooster Troitse-Sergieva Lavra, in de buurt van Moskou.[5]

Carillon[bewerken]

In 1668 kocht de raad bij de Amsterdamse klokkengieters Pieter en François Hemony een carillon, dat kort daarvoor in opdracht van de Sint-Sulpitiuskerk in Diest gegoten was. Door een vergissing was Pieter Hemony in de veronderstelling dat de stad Hulst de bestelling geplaatst had. Deze wisten van niks. Toen de Diestenaren zich meldden, was het klokkenspel al aan Maastricht geleverd.[bron?] Aan de liturgische opschriften op de klokken is nog steeds te zien dat ze oorspronkelijk voor gebruik in een kerktoren zijn gegoten. Aangezien de definitieve stadhuistoren pas in 1684 gereed kwam, werd het carillon met 28 klokken opgehangen in een houten noodtoren. In 1672 werd Jaspar Gallet tot de eerste stadsbeiaardier benoemd. In 1962 werd het klokkenspel gerestaureerd door de firma Eijsbouts, waarbij het vroeg-20e-eeuwse pianoklavier werd vervangen door een authentiek stokkenklavier. In het oorspronkelijke plan zouden 11 VandenGheyn klokken uit het afgebrande Servaascarillon in het stadhuiscarillon worden ingepast, maar dit is nimmer gebeurd: de VandenGheyn klokken zijn uiteindelijk verkocht aan de stad Schoonhoven. Eijsbouts goot voor het Maastrichtse carillon 26 nieuwe klokken. Het stadhuiscarillon bestaat thans uit 49 klokken (17 van Hemony, 26 klokken uit 1962 van Eijsbouts en 6 klokken, waaronder de basklok, zijn door Petit en Fritsen in 1997 toegevoegd). Het carillon is elk half uur automatisch te horen. Op zaterdagmiddag wordt het live bespeeld door de 13e stadsbeiaardier van Maastricht, Frank Steijns.

Beschrijving interieur[bewerken]

Het interieur van het stadhuis wordt evenals het exterieur bepaald door klassieke proporties, en daarnaast door de functie van het gebouw. Het ontwerp weerspiegelt de tweeherigheid van Maastricht, waardoor het gebouw is verdeeld in een Luikse helft, de noordzijde, en een Brabantse (eigenlijk: Staatse) helft, de zuidzijde.[6] De Luikse kamers liggen aan de voornaamste kant omdat de prins-bisschop, als geestelijke, hoger in rang werd geacht dan de hertog. Van beide helften was het voorste, westelijke deel bestemd voor de rechterlijke macht (schout en schepenen) en het achterste, oostelijke deel voor de bestuurders van de stad (burgemeesters en raadsleden).

Plein[bewerken]

Het Plein met gewelfschilderingen van Theodoor van der Schuer
Gerechtigheidstafereel (1477), Jan van Brussel. Antichambre voormalige raadzaal

Centraal in het gebouw ligt de grote hal, vanouds Plein genoemd. Deze bestaat uit een semi-openbare hal op de beletage en een galerij op de eerste verdieping. De galerij wordt bereikt via een monumentale trap. De bronzen balusters rondom de galerij zijn geschonken door de leden van de raad en zijn voorzien van namen en wapenschilden. In de hal staan borstbeelden van beroemde Maastrichtenaren, onder andere van de cellist Joseph Hollman, de Nobelprijswinnaar Peter Debye en enkele generaals uit het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger. Aan de pijlers hangen enkele burgemeesterszwaarden. Naast het trappenhuis hangen twee panelen van de Catalaanse schilder Domingo Valls uit het begin van de 15e eeuw (bruikleen van Museum aan het Vrijthof).[7]

Op de galerijverdieping zijn aan de oostzijde twee blazoenen bevestigd met de vlaggen van de Franse en Belgische steden die in 1944, voorafgaand aan de bevrijding van Maastricht, door de 'Old Hickory' divisie[8] van het Amerikaanse leger waren bevrijd. Aan de pijlers op deze verdieping hangen portretten van enkele vroegere burgemeesters van Maastricht. Op de galerij staat verder een kabinetorgel uit 1725, dat echter in de loop van 2014 zal worden overgebracht naar de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek.

De hal is door een kruisgewelf, een half tongewelf en een koepel gedekt. De koepel rust op vier zware pijlers. Het gewelf is in de jaren 1667 tot 1671 door de Haagse schilder Theodoor van der Schuer beschilderd met allegorische voorstellingen van de gerechtigheid, de vrede en de overwinning van de deugden over de ondeugden. In de koepel bevindt zich een klokje dat geluidt werd om aan te kondigen op welk tijdstip burgers, bakkers, molenaars en handelaars hun graan mochten kopen, waarmee getracht werd prijsopdrijving te voorkomen. Hetzelfde klokje kondigde het begin van raadsvergaderingen aan.

Raadzaal[bewerken]

In de 19e eeuw was deze zaal in gebruik als bibliotheek. In 1884 werd dit de raadzaal. Sinds 2007 is de ruimte in gebruik als trouw- en vergaderzaal. Aan de wanden hangen kopieën van portretten van oud-burgemeesters van Maastricht.

In de antichambre van de raadzaal hangt een schoorsteenstuk van Jan van Brussel uit het einde van de 15e eeuw, waarop een typisch middeleeuws gerechtigheidstafereel is afgebeeld. Het paneel, bestaande uit zeven verticaal geplaatste planken omgeven door een brede zwarte lijst, hing oorspronkelijk in het Dinghuis en verbeeldt het Laatste Oordeel. Het onderste deel van het paneel toont een tafereel in een rechtszaal. Het geheel is bedoeld om rechters eraan te herinneren dat ze hun integriteit moeten bewaren en onpartijdig recht moeten spreken. Op het schilderij zijn een aantal Maastrichtse gebouwen te herkennen, onder andere de Sint-Servaaskerk, de Sint-Janskerk, de Onze-Lieve-Vrouwekerk, de Lakenhal met Belfort (beide gesloopt voor de bouw van het stadhuis), de stadswallen en poorten, de Maasbrug, de Wycker kruittoren en de oude Sint-Martinuskerk.

Burgemeesterskamer[bewerken]

De burgemeesterskamer heeft een wandbekleding van goudleer, beschilderd met chinoiserie-voorstellingen. Het goudleerbehang werd in 1737 door burgemeester Godaert van Slijpe besteld bij de Hollandse handelaar Van Thiel, die het vermoedelijk betrok uit Frankrijk of de Zuidelijke Nederlanden.[9] De decoraties zijn deels gebaseerd op originele Chinese en Japanse prenten; deels gaat het om fantasievoorstellingen in oriëntaalse stijl, die aan de westerse smaak zijn aangepast. Op de noordelijke wand bevindt zich een tafereel dat gebaseerd is op een originele Japanse prent met een hanami-voorstelling (letterlijk vertaald: 'kersenbloesem kijken'). Niet ver daarvandaan is een fantasievoorstelling te zien, waarvan de compositie is overgenomen van een chinoiserieprent van Pieter Schenk de Jonge met twee Chinezen, een Chinees paviljoen met daarachter een trap over een rotspartij naar een pagode. Op de zuidwand is nog een Oud-Chinese tekst te lezen.[10]

Het stucplafond in de burgemeesterskamer is van de hand van de Zwitsers-Italiaanse stucwerker Tomaso Vasalli, die van 1735 tot 1737 aan diverse vertrekken in het Maastrichtse stadhuis werkte. Het stucwerk met rocaille-achtige versieringen, kreeg later een veelkleurig beschildering. De marmeren schoorsteen is een ontwerp van Joannes Bossier. Boven de schouw bevindt zich een allegorisch schilderstuk van de Luikse schilder Edmond Plumier (1694-1733). Het meubilair is deels in Lodewijk XV-, deels Lodewijk XVI-stijl. Op één van de commodes staat een 15e-eeuwse Rijnlandse Madonna met Kind.

Luikse en Brabantse schepenkamers[bewerken]

De vroegere Luikse schepenkamer, nu wethouderskamer, werd bij het beleg van 1793 zwaar getroffen door de Franse beschietingen, waardoor het stucwerk van Tomaso Vasalli en een schoorsteenstuk van Edmond Plumier verloren gingen. Van het stucwerk is alleen nog een restant boven de ingangsdeur over, een dessus-de-porte in de vorm van een ovaal medaillon met een engel die het wapen van Luik vasthoudt. Op de lijst rondom het medaillon is aan beide zijden een vogel afgebeeld en een mannenkop met helm en pluim. Het schoorsteenstuk van Plumier is in later jaren vervangen door een allegorisch schilderij van Theodoor van der Schuer dat voorheen in de raadszaal hing.

De Brabantse schepenkamer, tegenwoordig commissiekamer genoemd, bleef in 1793 ongedeerd. Het stucwerkplafond uit 1736 is eveneens van de hand van Tomaso Vasalli en stelt het Salomonsoordeel voor. Rondom de centrale voorstelling zijn vogels, pauwen en papegaaien afgebeeld omgeven door voluten en blad- en bloemmotieven. Op de kooflijst is de 5-puntige Maastrichtse stadsster afgebeeld, geflankeerd door wapentrofeeën. Het stucreliëf boven de ingang van het vertrek met het wapen van Brabant is eveneens van Vasalli. Het schoorsteenstuk van Edmond Plumier stelt De kuise Susanna voor, en verwijst, net als het Salomonsoordeel, naar de oorspronkelijke functie van het vertrek als rechtszaal. Eén van de wanden van de kamer is behangen met een tapijt uit het midden van de 16e eeuw, waarop de ontmoeting van Jakob met de herders van Laban is te zien.

Prinsenkamer[bewerken]

In de prinsenkamer zetelden de commissarissen-deciseurs, afgezanten van de prins-bisschop van Luik en de Staten-Generaal, die het hoogste bestuurlijke gezagsorgaan vormden en toezicht hielden op de magistraat (het stadsbestuur). De commissarissen-deciseurs bezochten Maastricht om het jaar en verbleven dan drie maanden in de stad. In de Prinsenkamer werden tevens de belangrijke gasten ontvangen (onder andere tsaar Peter de Grote in 1717). Boven de schoorsteen bevindt zich een schilderij van Theodoor van der Schuer uit 1704, De dubbele rechtspraak. Hierop zijn twee vrouwen afgebeeld, gezeten op een dubbele troon, als personificatie van de Tweeherigheid. Op de voorgrond van het schilderij is de Rechtvaardigheid te herkennen, die de Nijd vetrapt, beiden eveneens afgebeeld als vrouwelijke personificaties.

In 1737 bestelde het stadbestuur een serie nieuwe wandtapijten voor de prinsenkamer bij de Brusselse tapijtwever Franciscus van der Borght. De verduretapijten die destijds in de prinsenkamer hingen verhuisden naar de audiëntiekamer. De nieuwe tapijten, naar ontwerp van de Brusselse schilder Jan van Orley,[11] zijn nog steeds in de prinsenkamer aanwezig en vormen het hoogtepunt van de collectie wandtapijten in het Maastrichtse stadhuis. Deze zogenaamde Mozestapijten beelden het leven van Mozes uit zoals beschreven in de bijbel. Zo is op het grootste tapijt (8,65 x 3,55 meter) de voorstelling Mozes slaat het water uit de rots afgebeeld. Op andere tapijten zijn De vinding van Mozes in een rieten mandje in de Nijl, Het verzamelen van het manna, De dans om het gouden kalf en De doortocht door de Rode Zee te zien.[12] Het thema van zowel de wandtapijten als het schoorsteenstuk van Van der Schuer moest de commissarissen-deciseurs herinneren aan de ernst van hun taak als wetgevers en rechtsprekers.

Indeling beletage door Pieter Post

Secretariskamer[bewerken]

De wandtapijten in de secretariskamer (eertijds: audiëntiekamer) zijn in 1705 geleverd door de Antwerpse firma Naulaerts. De tapijten werden in Oudenaarde, Antwerpen of Brussel geweven. Het betreft zogenaamde verdures, tapijten met voorstellingen van Italiaanse tuinen met vogels en dieren, waarop het groen overheerst. In de boord van de tapijten is de Maastrichtse stadsster en het jaartal 1705 ingeweven. De verdures waren oorspronkelijk bestemd voor de prinsenkamer, maar verhuisden na de komst van de Mozestapijten naar het tegenoverliggende vertrek. Het tapijt met de voorstelling van een vos die een eend vangt moest daartoe in drieën worden gesneden, om boven de deur en onder de ramen ingepast te worden. Bij de restauratie van 1945-1961 werden de drie stukken opnieuw aan elkaar geweven.

Het stucwerk van het plafond (in bas-reliëf) en de schoorsteen (in haut-reliëf) is ook hier van Tomaso Vasalli.

Collegekamer[bewerken]

Een tweede serie verduretapijten werd in 1736 besteld bij de werkplaats van François Guillaume van Verren in Oudenaarde. Deze tapijten werden op maat geweven voor de collegekamer (eertijds: raadskamer), een vertrek met destijds een belangrijke representatieve en ceremoniële functie. De kamer kreeg tevens een nieuwe eikenhouten lambrizering en een nieuwe meubilering. De tapijten stellen parklandschappen voor met pauwen, eekhoorns, exotische vogels en andere dieren, afgezet met een smalle boord. Eén tapijt is gebaseerd op het schilderij Pan en Syrinx van Peter Paul Rubens. Een ander tapijt is gebaseerd op een schilderij van David Teniers II. Twee tapijten zijn ingesneden ten behoeve van deuren naar aangrenzende vertrekken. Over het geheel gezien is deze tweede serie verdures van mindere kwaliteit dan de eerste.[13]

Oorspronkelijk had de collegekamer een plafondbeschildering van Jean-Baptiste Coclers, maar deze was in de loop der tijd door lekkages dusdanig beschadigd, dat ze in 1965 werd vervangen door een moderne plafondschildering van Charles Eyck. Ook in deze kamer is een schoorsteenstuk aanwezig van Theodoor van der Schuer met als onderwerp de dubbele jurisdictie. In het vertrek staat een staande klok uit 1712 in Lodewijk XIV-stijl, gemaakt door François De Beefe uit Luik/Maastricht.

Gaginikamer[bewerken]

De Gaginikamer van het stadhuis is bekend vanwege haar bijzondere stucdecoraties van de Zwitsers-Italiaanse stucwerker Petrus Nicolaas Gagini. Gagini vervaardigde deze in 1789 voor een salon van een herenhuis in de Capucijnenstraat. Na de sloop van het huis in 1922, werden de stucreliëfs overgebracht naar het stadhuis en daar geplaatst in de kleine wethouderskamer aan Brabantse zijde, waarvan de originele decoratie bij het bombardement van 1793 verloren was gegaan. Doordat deze kamer over andere afmetingen beschikte dan de salon in de Capucijnenstraat, konden niet alle onderdelen worden geplaatst en moest de ordening van de diverse panelen enigszins worden aangepast. Bij Gagini's stucwerk staan, in tegenstelling tot Vasalli's, niet de plafond- maar de wanddecoraties centraal. De schouw toont de personificatie van de Caritas (liefdadigheid). Op de wandpanelen zijn berglandschappen met meertjes te zien, omgeven door blad- en bloemguirlandes, bloemenvazen en -manden, vogels, putti en mythologische figuren, zoals Diana, Venus en Amor.

Collectie kunst, kunstnijverheid en oudheden[bewerken]

Het stadhuis van Maastricht herbergt een groot aantal kunstschatten (waarvan een aantal hierboven reeds genoemd) en oudheidkundige voorwerpen:[14]

Edmond Plumier, schoorsteenstuk De Kuise Susanna (1720)

Enkele siervoorwerpen zijn uitgeleend aan het Bonnefantenmuseum en het Museum aan het Vrijthof. Een deel van de oudheidkundige collectie is ondergebracht in het Limburgs Museum in Venlo.

Trivia[bewerken]

  • Het stadhuis werd gebouwd van 1659-1664, maar de eerste terechtstelling had al in 1661 plaats op een schavot vóór het nog onvoltooide gebouw. Ene Fastre, die te Wezet een moord had begaan, werd er op 13 april 1661 onthoofd.[15]
  • In februari 1791 bekostigden de Luikse ingezeten van Maastricht, samen met vluchtelingen uit Luik, een feestelijke illuminatie van het stadhuis ter verwelkoming van de Luikse prinsbisschop en ter viering van het feit dat de Luikse Revolutie eerder dat jaar was mislukt. De Staatse magistraat en de militaire gouverneur ergerden zich aan het feestvertoon en gelastten de feestelijkheden af.[16]
  • Van 1796 tot 1798 werd het stadhuis gebruikt als Tempel van de Rede, mede vanwege het feit dat het gebouw min of meer in de vorm van een tempel was gebouwd. In de hal stond het beeld van de Godin van de Vrijheid.[16]
  • Op 23 en 24 maart 1981 vond in de met kogelvrij glas beveiligde raadzaal van het stadhuis de Eurotop plaats (met onder andere Dries van Agt, Helmut Schmidt, Valéry Giscard d'Estaing en Margaret Thatcher). Op de tweede dag werd in het stadhuis en het stadskantoor een met salmonella besmette huzarensalade geserveerd, waardoor ongeveer 700 mensen, voornamelijk buitenlandse journalisten, ziek werden.[17]
  • Op zaterdag voor carnaval vindt in de hal van het stadhuis de sleuteloverdracht plaats, waarbij de burgemeester van Maastricht symbolisch de sleutels van de stad overhandigt aan Prins Carnaval. Traditioneel zijn daarbij diverse Haagse bewindvoerders aanwezig. In 2012 vond een sobere sleuteloverdracht plaats in verband met een zwaar skiongeval van Prins Friso.[18]

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Boogard, J. van den, en S. Minis, Monumentengids Maastricht, pp. 17–18. Leiden, 2001
  • Minis, L., Het Stadhuis, Maastrichts Silhouet #4. Maastricht, 1980
  • Minis, S., en A. de Heer (red.), Een seer magnifick Stadthuys. Tien studies over de bouw en de inrichting van het stadhuis te Maastricht. Delft, 1985 (PDF hier te downloaden)
  • Nispen tot Sevenaer, E. van, De monumenten in de gemeente Maastricht, Deel 1, pp. 118–146. Arnhem, 1974, ongewijzigde herdruk (on-line tekst)
  1. De namen van twee op de Markt aansluitende straten (Kleine Gracht en Grote Gracht) verwijzen nog naar het verloop van de eerste ommuring dwars over de Markt.
  2. Zo werd het hoofdgestel van de eerste etage met 24 cm verhoogd, dat van de tweede etage met 30 cm en dat van de derde etage ('mezzanine') met 7 cm. De pilasters van de tweede etage werden met 15 cm verhoogd; die van de mezzanine met 20 cm (Minis/De Heer, p.54).
  3. Volgens Koen Ottenheym vonden deze wijzigingen in het bestek van Post plaats onder verantwoordelijkheid van stadsarchitect Cornelis Pesser, maar kan de aanzet hiertoe ook gegeven zijn door de militaire gouverneur van Maastricht, Frederik Magnus van Salm, of de destijds in Maastricht woonachtige Schotse geleerde Sir Robert Moray. Beiden hadden interesse in bouwkunde. (zie: K. Ottenheym, 'Het stadhuis te Maastricht van Pieter Post', in: Minis/De Heer, pp. 35-58).
  4. Zie artikel 'Renovatie stadhuis kost Maastricht 20 miljoen' in Dagblad De Limburger, 27 juni 2014, p.B1 (online tekst).
  5. L. Minis, p. 10.
  6. Van 1632 tot 1793 waren de Staten-Generaal in de rechten van de hertogen van Brabant getreden in het tweeherige bestuur van Maastricht. De andere heer was de prins-bisschop van Luik.
  7. M.J.H. Madou, 'Twee Catalaanse panelen', in: Minis/De Heer, pp. 191-196
  8. Zie 30th Infantry Division op Engelse Wikipedia.
  9. In de Hollandse Republiek was het het goudleer toen al uit de mode; de laatste Amsterdamse en Haagse goudleerhuizen sloten rond 1680 (L. Minis, p. 23).
  10. Op een vaandel staat de tekst: "Chu kuo ch'ao kung" (vertaling: "De diverse [buitenlandse] staten brengen schatting [naar het Chinese hof in Peking]"). De tekst bevat schrijffouten die aantonen dat deze door een niet-Chinees is gekopieerd (Tekst interieur stadhuis Maastricht op: www.zichtopmaastricht.nl).
  11. Ontwerptekeningen van Abraham van Diepenbeeck.
  12. De complete Mozesserie van de firma Van der Borght bestond uit 9 tapijten, waarvan de Maastrichtse raad er 5 bestelde. Een complete serie bevindt zich in Wenen. Ook in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel bevinden zich enkele exemplaren. De Maastrichtse tapijten werden in de jaren 1945 - 1961 gerestaureerd onder leiding van mevrouw dr. van Ysselsteyn. Zie verder: C. Vogelaar, 'De wandtapijten in het stadhuis van Maastricht', in: Minis/De Heer, pp. 125-150.
  13. Minis/De Heer, p. 130.
  14. S. Minis, 'Van Huis der raden tot Tempel der rede; de inrichting van het Stadhuis van Maastricht (1664-1814)', bijlage 4 (inventaris), in: Minis/De Heer, pp. 75-81.
  15. Bron: De Maasgouw, Weekblad voor Limburgsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde, 2e Jaargang, #89, 9 september 1880.
  16. a b Minis/De Heer, p. 70.
  17. 'Zevenhonderd mensen ziek na Euro-top', Reformatorisch Dagblad, 25 april 1981 (on-line tekst op www2.digibron.nl)
  18. 'Bewindslieden niet naar sleuteloverdracht Maastricht', bericht op website L1