Stadsbrand van Enschede (1862)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Stadsbrand Enschede 1862)
Ga naar: navigatie, zoeken

De Stadsbrand Enschede 1862 brak op 7 mei 1862 uit in een woonhuis aan de Kalanderstraat in Enschede. Het huis was van hout, het had al weken niet geregend, er stond een straffe oostenwind, en de stad hing nog vol van versieringen op de erebogen voor het bezoek van Koning Willem III een paar dagen eerder. Het vuur verspreidde zich dus bliksemsnel en blussen was een onbegonnen zaak.

De gevolgen van de brand waren catastrofaal: de hele historische binnenstad binnen de grachten werd verwoest. Het stadhuis, het ziekenhuis, de Hervormde en de Rooms-katholieke kerk en fabrieken gingen verloren. 650 gezinnen werden dakloos. Tijdgenoten verhalen dat met geen pen was te beschrijven om de verwarring uit te drukken: "Wat gepakt was verbrandde op de wagens en de bruggen in de stad waren ook door de vlammen onbruikbaar geworden... Nog nooit hebben wij eene dusdanige verwoesting aanschouwd.”, zo beschreef een tijdgenote de onheilsplek.[1]

De Twentsche Courant vermeldde weken later: “Eene zwarte rookzuil, waarin de vlammen speelden, hief zich intusschen op van de reeds brandende gebouwen, en werd door den wind wiens kracht zich plotseling verhief, in noord-westelijke rigting, naar de stad heen gedreven. In die zuil, die zwart als de nacht zich steeds breeder uitzette, huisde de geest des verderfs.” Honderden Enschedeërs vluchtten in grote paniek. Het kwam tot enorm gedrang bij de enige uitgangen die de stad toen kenden, de Eschpoort en de Veldpoort. Met paard en wagen en hondenkar probeerde men de brandende stad te ontvluchten.[2]

De brand was zichtbaar tot ver in de omtrek. Bijvoorbeeld 10 km verderop in Oldenzaal was het om drie uur ‘s middag duister en de sterke zuidelijke wind zorgde ervoor dat zelfs daar nog papieren neer dwarrelden: “brieven en charters vlogen door de lucht”. Bewoners uit omliggende steden stroomden toe om bij deze ramp te helpen. Er werden tenten opgeslagen en dakloos geworden gezinnen werden opgenomen bij boeren tot ver in de omtrek.

Na de brand werd snel een begin gemaakt met de wederopbouw. De grachten zijn na de brand in de stad gedempt. Bij de fabrieken buiten de grachten, die gespaard waren gebleven, werden complete wijken uit de grond gestampt van kleine arbeiderswoningen. Zo ontstonden al snel beruchte krottenwijken als Sebastopol en De Krim. Aan de hoofdstraten in het centrum was nu ruimte voor statige herenhuizen.


Referenties
  1. [1], Aantekeningen van bijzonderheden voorgevallen in Oldenzaal en Lichtenvoorde, 1883
  2. Het Enschedese inferno van 1862, de Volkskrant, 20 mei 2000
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren