Stadsreus (folklore)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Monsieur et Madame Goliath, dansend reuzenpaar
Goliath van Dendermonde in Steenvoorde
Reuzenpaar uit Doornik, wachtend op de stoet
Binnenkant van een reus
Ferdinand en Isabella uit Igualada
Gayant en Marie Cagenon uit Dowaai, met vooraan de reuzengilde
Sinterklaas en Zwarte Piet
Bavo en Nele
Catalaanse Reuzen uit Barcelona
Reuze-Papa uit Kassel, 6,25 m; 83 kg
Valentin, de tuinman uit Saulzoir
Marie Cagenon, de wederhelft van Gayant
De Reuskens van Borgerhout

Een stadsreus is een grote versierde pop die een personage, dier of fabelwezen uitbeeldt.

Inleiding[bewerken]

In het volksleven worden dankbaar lokaal bekende figuren, fabelwezens of dieren uitgebeeld om te gebruiken als verheerlijking. Ze worden gedragen in stoeten en processies. Dit is een zeer oude traditie. In Europa zijn er duizenden reuzen, het merendeel in Spanje en België. Vaak worden er bijeenkomsten georganiseerd van reuzen, die vele kijklustige folkloreliefhebbers lokken. Volgens sommigen moet een reus aan bepaalde voorwaarden voordoen, zo zijn de traditionele vorm, de grootte en het gebruik criteria die zich onderscheiden van een ordinaire pop. Figuren op stelten of grote poppen opgehangen aan touwen worden niet gerekend tot de reuzen. Deze recente ontwikkelingen zijn vaak commercieel geïnspireerd en beantwoorden niet aan de criteria van een plaatselijke folklore of oude traditie.

Geschiedenis[bewerken]

Reuzen bestaan al sinds eeuwen, en hun aantal stijgt nog steeds. De oorspronkelijke reuzen verbeelden religieuze figuren en stapten mee in processies, waar ze een dramatische functie hadden. Een bekend figuur is Goliath, de reus die werd geveld door David. Ook de heilige Christoffel zag men wel eens opduiken. Door de eeuwen heen veranderde dit gebruik; de katholieke kerk verloor haar greep op deze processies en de reuzen werden meer gebruikt als profaan symbool, sommige reuzen werden verbonden aan een gilde en/of beeldden een lokale legende uit. Al in de 13e eeuw zou de Spaanse stad Pamplona drie stadsreuzen hebben gehad: Pero Suciales, Mari Suciales en Jucef Lacurari.[1] Ook de Portugese stad Alenquer zou rond die tijd al stadsreuzen hebben gehad. In 1398 verscheen de eerste stadsreus in Antwerpen, in 1424 te Barcelona, in 1447 te Bergen op Zoom, in 1461 te Leicester en in 1462 te Aat (Le Cheval Bayard in de Ducasse van Aat). Tijdens de Franse revolutie werden veel reuzen vernietigd. Tijdens de Franse bezetting verdwenen ook de ambachten en gilden die voorheen een belangrijke rol speelden bij de zorg voor reuzen en ommegangen. Later keerden ze weer, maar ditmaal met een andere rol en betekenis. Vanaf dan beelden reuzen meer een verhalen en figuren uit de buurt of streek uit. De reuzen worden voornamelijk lokale symbolen die vaak een buurt of een vereniging vertegenwoordigen (bv. reus Djon van de Snorrenclub Antwerpen. Op sommige plaatsen zijn de reuzen onderling verwant: hetzij in thema, hetzij in (fictieve) familieverbanden.

Verspreiding[bewerken]

Vlaanderen kent meer dan 1700 stadsreuzen.[2] Meerdere steden hebben hun reuzen die de stad vertegenwoordigen. In november 2005 heeft UNESCO de reuzenoptochten van Brussel, Mechelen, Dendermonde, Aat en Bergen (zie ook Ducasse van Bergen) erkend als Immaterieel cultureel erfgoed.

Nederland kende tijdens het folklorejaar 2005 zeventien stadsreuzen. Nederland heeft veel minder een traditie op dit gebied van folklore; de meeste reuzen zijn nog zeer jong. Gemeenten met eigen reuzen zijn onder meer Bergen op Zoom, Maastricht, Venlo, Losser, Roermond, Oisterwijk (drie reuzen) en Boxtel. De gemeente Tilburg heeft sinds 2006 ook drie stadsreuzen. Ook Rotterdam is voor iedere deelgemeente karakteristieke reuzen aan het ontwikkelen.

Sinds 4 augustus 2010 staat ook stadsreus 'Jantje van Sluis' officieel geregistreerd in het bevolkingsregister van de gemeente Sluis.

Het leven van de reus[bewerken]

Een reus is niet zomaar een pop: hij of zij representeert een erfgoedgemeenschap.

Een reus wordt dan ook vaak als echte inwoner van de stad of gemeente beschouwd. Reuzen worden niet gemaakt maar geboren, ze krijgen een doopakte of een plaats in het bevolkingsregister. Vervolgens worden ze feestelijk gedoopt en krijgen een peter en een meter. Reuzen kunnen ook onderscheidingen krijgen, zo draagt Ferdinand (zie foto) verscheidene eremedailles en draagt Sinterklaas een gulden medaille aan zijn koorkap. Andere reuzen krijgen dan een grootlint met de kleuren van het wapenschild van de stad. Later kunnen ze trouwen met een andere reus en kinderen krijgen zodat een reuzenfamilie ontstaat. Deze gebeurtenissen gaan gepaard met een groot volksfeest. Soms sterft of verdwijnt een reus: door verval, door een tekort aan reuzenvrijwilligers of publieksbelangstelling. Sommige steden (zoals Mechelen en Antwerpen) zijn al eeuwenlang in het bezit van stadsreuzen en hun lot is vaak aan elkaar verbonden, vaak krijgen ze ook de functie als vertegenwoordiger van de stad mee, een soort mascotte.

Constructie[bewerken]

Een reus wordt rondgedragen of voortgeduwd door een erfgoedgemeenschap die zich inzet om de reuzen te promoten en te onderhouden. Er bestaan diverse constructies van reuzenlichamen. Het meest geliefde bij heel wat reuzenverenigingen is een lichaam dat is gevlochten uit wilg. Dit materiaal is licht zodat de drager het beter kan dragen of de begeleider de reus vlotter kan voortbewegen. Vandaag de dag bestaan er echter talrijke variaties die afhangen van de technische en financiële mogelijkheden van de erfgoedgemeenschap. Zo bestaan er reuzen met betonijzer, polyester, hout, papier-maché, enz. Het hoofd kan uit hout zijn, papier-maché, piepschuim, polyester, enz. Vervolgens krijgen ze een kostuum aangemeten. Sommige reuzen hebben zelfs verschillende prachtige kostuums zodat ze kunnen afwisselen. Andere reuzen krijgen een typerend attribuut mee. De grootte van de reus varieert, de grootste is zelfs groter dan 10 meter: Jan Turpin uit Nieuwpoort. Hij werd op 31 januari 1925 te Brugge vervaardigd door Charles Brondel. Later werd hij bijgeschilderd door Staf Buffel (1939).

Dansende reuzen[bewerken]

In de gedragen reuzen zijn systemen gebouwd om hem/haar te kunnen dragen, meestal op de schouders. Er zijn echter verschillende draagwijzen. Het dragen van de reus is zwaar en vergt veel ervaring, sommigen kunnen zelfs dansen. Het dragen van reuzen is doorgaans een mannenzaak, die je niet alleen kan. Het Dendermondse Ros Beiaard wordt bijvoorbeeld gedragen door maar liefst 12 pijnders, die worden afgewisseld in ploegen.

Bijzondere manier van verplaatsen vinden we in Borgerhout. De plaatselijke reuzen bevinden zich op een Triomf- of Reuzenwagen, voortgetrokken door trekpaarden. Eigenlijk worden zij gerekend tot de reuzenhoofden, in spanje Cabezudos genaamd. Tijdens de optocht voeren de dragers geregeld een menuet uit. Deze traditie gaat terug op de oude Reuzentreinen in Antwerpen waarbij op een reuzenwagen dwergreuzen dansten in de klederdracht van de landen waarmee deze Scheldestad handel dreef.

Bescherming[bewerken]

De Gildereuzen van Dendermonde verlaten hun stad op verzoek. Tegen betaling bezoeken zij ook andere steden. Dit is een voorbeeld van financieel reuzen te laten opdraven als attractie. Hierdoor krijgen sommige reuzen veel kritiek, omdat zij eigenlijk aan hun stad gebonden zijn en nooit hun "territorium" mogen verlaten. Vroeger waren ze slechts een keer per jaar te bezichtigen, nu reizen de meeste reuzen het hele land af. Vrijwilligers kunnen hier een flinke stuiver aan verdienen, omdat reuzen erkenning herwinnen. Naargelang de bekendheid van de reus dient men een vergoeding te vragen, ook de traditionele waarde is belangrijk. Oude tradities verwateren langzamerhand. Het te veel verplaatsen van oude reuzen brengt ook risico's met zich mee. De oudere reuzen zijn vaak zeer kwetsbaar omdat ze uit hout en riet zijn gemaakt. Bij ondoordachte handelingen kan er snel schade aan de structuur worden toegebracht. Het herstellen van oude reuzen vergt veel vooronderzoek[3]. De oude ambachtelijke technieken zijn op de meeste plaatsen gewoon uitgestorven.Ook de oorspronkelijke kledij wordt regelmatig vervangen door exemplaren uit goedkopere stof. Hoe ouder de reus, hoe interessanter zijn kledij. Vele reuzen zijn gekleed in traditionele kledij. Hiervoor werden vaak dure stoffen gebruikt, die echter versleten zijn. Het herstellen van oude reuzen wordt vaak uitgevoerd door plaatselijke amateurs. Deze vervangen de oude fragiel structuur vaak door metaal, aluminium of kunststof. De reus wordt hierdoor feitelijk herbouwd, en verliest zijn authenticiteit. Deze praktijk wordt zo veel mogelijk ontmoedigd. Soms is de schade aan het reuzengeraamte zo groot, dat men beslist een kopie te laten bouwen. De originele reuzen gaan dan op rust, en hun kopijen worden dan traditioneel gebruikt.[4] Dit gebeurde met de reuzen van Cassel, waar Reuze-Papa en reuze-maman vervangen werden door een hedendaagse kopie. Deze oplossing wordt als verantwoord beschouwd, en is ook goedgekeurd door de UNESCO, die de reuzen opnam in zijn lijst. Uiteraard is het sensibiliseren en beschermen van oude reuzen de beste oplossing. Plaatselijke gemeenten hebben de verantwoordelijkheid als eigenaar om hun stedelijk patrimonium te beschermen en goed te onderhouden.[5] Het is de bedoeling dat de reuzen van een stad nog voor de komende eeuwen te zien zijn op feestelijkheden.

Stadsreuzen in België[bewerken]

Sommige reuzentradities bepalen dat hun stadsreuzen nooit de stad verlaten. Dit is onder meer het geval voor de reuzen van Aat, Geraardsbergen, Sint-Niklaas en Mechelen. Ook het Ros Beiaard van Dendermonde verlaat de stad niet.

Andere reuzen verlaten hun stad wel. De Gildereuzen van Dendermonde bijvoorbeeld verlaten hun stad wel. Door ook in andere steden en gemeenten mee te wandelen, krijgen deze reuzen ook een betekenis buiten hun eigen buurt.

  • Uit Aalst:
    • Iwein van Aelst
    • Lauretta
    • Ons Paula
    • Floreken en Florisken
    • Kamiel
  • Uit Aat:
    • Mademoiselle Victoire (1860; 4,07 m, 132 kg; immaterieel cultureel erfgoed)
    • Samson (1679; 4,30 m, 127 kg; immaterieel cultureel erfgoed)
    • Ambiorix (18e eeuw; 3,75 m, 129 kg; immaterieel cultureel erfgoed)
    • Goliath (ca. 1481; 4 m, 126 kg; immaterieel cultureel erfgoed)
    • Mevrouw Goliath (1715; 3,75 m, 112 kg; immaterieel cultureel erfgoed)
    • 't Ros Beiaard (6,30 m, 800 kg; immaterieel cultureel erfgoed)
    • Coupi (+ 4 m)
  • Uit Beveren
    • Sefken de Puitenslager
    • Regina van Melsele
    • Diederik en Aldegonde
    • Cieske de Schipper
    • Rosten Brigand
    • Birken Blok
    • Jodocus de Turfsteker
    • Lodde de Garnalenleurster (Kieldrecht)
    • 't Kallose Melkboerinneke (Kallo)
    • Deken Sturm
    • Prins Koven I
    • Jos de Kasseidief
    • Fons de Moppentapper
  • Uit Borgerhout:
    • de Reuskens van Borgerhout, een groep van vier dwergreuskens genaamd: Reus, Reuzin, Dolfijn en Kinnebaba
  • Uit Dendermonde:
    • Indiaan (1714; 4,45 m, 71 kg; immaterieel cultureel erfgoed)
    • Mars (1648; 3,70 m, 79 kg; immaterieel cultureel erfgoed)
    • Goliath (1626; 4,00 m, 76 kg; immaterieel cultureel erfgoed)
    • Het Ros Beiaard (5,80 m, ruim 800 kg; immaterieel cultureel erfgoed)
      De Gildereuzen van Dendermonde tijdens de jaarlijkse katuit
  • Uit Geraardsbergen:
    • Kineke Baba (18 de eeuw) 2,50 m - 60 kg
    • Gerarda, Ghislaine, Agnes, Frieda (18 de eeuw) 4,16 m - 98 kg
    • Goliath (1577) Eerste vermelding in stadsrekening voor 't maecken van een nieuw kleed voor de stadreus Goliath 4,75 m - 122 kg[6]
  • Uit Grembergen (Dendermonde):
    • Deze gemeente telt intussen 20 reuzen: Pauleken Den Bohemer, Mon Den Duivemelker, Sagien, Bosco, Paul Den Eirenboer, Vriedtjen, De Floeren, Tarsken, Polliebar, Den Burggraaf, Polleke Chick, Den Vicaris, John Den Basketter, Bruno De Vlasbloemer, Ward en Charlotte, Cis De Melkboer, Frans Kat, Gerrit en Gust.
Reus Gust van Grembergen, Dendermonde
  • Uit Halle:
  • Uit Hamme-Moerzeke:
    • Bavo en Nele
    • Hun nakomeling Sjieksken [7]
  • Goliath uit Ieper (ca. 1683; 7,50 m, 225 kg)
  • Uit Kruibeke:
    • Philomena en Celest
    • Mercatorke & Grobelia
    • Gerardus Mercator Rupelmundanus
    • Het Loze Vissertje
    • De Felix
  • Uit Landen (België):
  • Uit Lier:
    • Bernard
    • Boeleken
    • Fien Konijn
    • Nelles
    • Albert Horemans
    • Cor de Kluts
    • Wardje
    • Pallieter
    • Grimmara
  • Uit Lochristi:
    • Reinaert
    • Hermeline
    • Koning Nobel
    • Nonkel Octaaf
    • Bruin de Beer
  • Uit Lokeren:
    • Pierre en Theresia Vrancken
    • Jacobus en Jacoba Van Kerkhove
    • Maurice en Liza Kassei
    • Maurice Baeté
    • Florentina de Gruutere & Philip Lanchals
    • Barros & Babette
  • Uit Mechelen:
    • Reus en Reuzin (15e eeuw; immaterieel cultureel erfgoed)
    • Janneke, Mieke en Claeske (16e eeuw; immaterieel cultureel erfgoed)
  • Uit Moerbeke-Waas:
    • Tone van Francipany (1952)
    • Tine van Baudeloo (1961) (Tone en Tine)
      Tone en Tine
  • Uit Nieuwpoort:
  • Uit Overmere:
    • Philippo (1937; 3,20 m)
    • Isabella (1937; 3,20 m)
    • Philippe (Wereldtentoonstelling 1958; 1,60 m)
  • Désiré le Potier uit Rebaix (gedoopt in augustus 1995; 123 kg)
  • Uit Ronse:
    • Max, "De zot van Ronse" (gedoopt in 2005; 4,35 m, 100 kg)
    • Staf, de wever (1952; 3,70 m, 50 kg)
    • Manse, de spinster (1952; 3,50 m, 45 kg)
    • Angeleki, de naaister (1956; 3,30 m, 40 kg)
    • Ephrem, de beiaardier (1992; 3,70 m, 55 kg)
  • Uit Rupelmonde
    • Celest
    • Philomena
    • Mercatorke
    • Grobelia
    • Mercator
  • Uit Sint-Gillis-Waas:
    • Dokus
    • Keizer Luc I
    • Mandus de Smid
    • Schipper
    • Pépé Jef Suisse
    • Piet Pijp en Stef van de Visser
    • Roosje (dochter van Piet Pijp en Stef van de Visser)
    • Peerke den Herder
  • Uit Sint-Niklaas:
  • Uit Stekene:
    • Reintje Vos
  • Uit Temse:
    • Reus Keizer Karel I (Steendorp)
    • Den Toeter
    • Wan Trien
    • Rosse Jo
  • Uit Tienen:
    • Jan en Mie
    • Tiske en Nieke
  • Uit Tildonk:
  • Uit Waasmunster:
    • Grote Miel
    • Jos en Marie Schollekes
  • Uit Zandhoven:
    • Berga, Stoffel en Chareltje

Antwerpen[bewerken]

In Antwerpen gaat de reuzentraditie terug tot de veertiende eeuw. In 1534-1535 wordt niemand minder dan de hofschilder Pieter Coecke Van Aelst gevraagd om een grote stadsreus te ontwerpen. Deze stelt de reus Druoon Antigoon voor, verwijzend naar de stadssage waaraan Antwerpen haar naam te danken heeft. In 1765 krijgt hij het gezelschap van een reuzin die aanvankelijk de Stadsmaagd voorstelt, maar al snel de naam Pallas Athena krijgt. Het nabijgelegen Borgerhout kiest in 1712 er eveneens voor om hun ommegang op te fleuren met reuzenfiguren. Maar de achttiende eeuw is geen goede tijd voor reuzen. Het is wachten tot de 20ste eeuw voor een nieuwe bloeitijd met grootse stoeten georganiseerd door de Academie en de rederijkerskamers (o.m. naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling). Het Jaar van het Dorp betekent een nieuwe impuls voor de reuzenbouw. Ook het begin van de 21ste eeuw zet heel wat verenigingen in gang. In 2012 is er een ware baby-boom aan reuzen, allemaal creatief gebouwd door lokale verenigingen. De stad telt dan een 90-tal reuzen die de diversiteit van de stad weerspiegelen. Vaste stoeten om deze reuzen te bewonderen zijn de Seminiviering in Antwerpen (maart), de Reuzenstoet van Deurne (september), de Reuskensstoet van Borgerhout (september), de Sinterklaasstoet in Berchem (november) en de vijfjaarlijkse Geitestoet in Wilrijk.

Dendermonde[bewerken]

In Dendermonde is er elke laatste donderdag van augustus een traditionele Reuzenommegang. Dit is een folkloristisch spektakel waarbij duizend figuranten de drie gildenreuzen Mars, Goliath en Indiaan omringen. In deze ommegang worden de reuzen voorafgegaan door een stoet die de geschiedenis van Dendermonde uitlegt en de oorsprong van de plaatselijke spontnamen verklaart aan de hand van praalwagens. Op het einde is er een vuurwerk waarna de reuzen terug worden geplaatst onder groot gejoel van het publiek. Deze eeuwenoude reuzen staan wijd en zijd bekend door hun uitstekende danskunsten en zijn dan ook zeer geliefd in Dendermonde.

Grembergen (Dendermonde)[bewerken]

In Grembergen is er elke weekend na de eerste zondag van september kermis. Die vrijdag wordt er een reuzenommegang georganiseerd en dat sinds 1984. Deze ommegang was eerst bedoeld als grap maar is intussen uitgegroeid tot een jaarlijks volksfeest waar veel mensen op afkomen van in en rond Grembergen. De eerste reuzen waren Ward en Charlotte, opgericht door JZC (Jeugd Zonder Club), later 't Reuzencomié. Elk jaar kwamen er reuzen bij en intussen lopen er maar liefst twintig in mee. Deze reuzen stellen stuk voor stuk bekende Grembergenaren voor die het symbool zijn van de vereniging waar ze mee in de stoet lopen. Ook worden de reuzen gedragen door de vereniging waartoe ze behoren. De dinsdag die daarop volgt is er 'kermis dinsdag': een wagenspel waarbij groepen de spot drijven met gebeurtenissen en bekende Grembergenaren. Deze traditie bestaat reeds 135 jaar in Grembergen.

Aat[bewerken]

Ducasse van Aat; stoet met praalwagens internationaal bekende reuzen die jaarlijks huwen en een gevecht aangaan met David, ze gaan de laatste zondag van augustus uit.

Rupelmonde[bewerken]

Ook in Rupelmonde leeft de reuzentraditie nog steeds. In de oude schipperswijk , genaamd "Het Schelleke" wordt elk jaar een heus folklore weekend georganiseerd. Tijdens deze Schellekesfeesten worden verschillende oude ambachten nog eens opnieuw in de spotlight gezet. Ook de reuzen ommegang gaat al jaar en dag telkens door de eerste zondag van augustus.

In 1949 werd de eerste reus van de wijk geboren: de reuzin ‘Philomena’, naar aanleiding van de 100ste verjaardag van Philomena Van Hoyweghen (1 februari 1949). Haar echtgenoot Celestinus De Souter, een typische schippersfiguur, werd als reus ‘Celest’ in het leven geroepen. Enkele jaren later zou het reuzenkoppel ook nog een zoon, ‘Mercatorke ‘(1957), en een dochter, ‘Grobelia’ (1961), krijgen. In 1994 werd de reus Mercator geboren. Dit naar aanleiding van de 400e verjaardag van het overlijden van Gerard Mercator (Gerard De Cremer). Met deze vijf reuzen is het comité ook regelmatig te vinden in andere stoeten.

Zie ook: Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid

Samson van Aat (2006)

Bekende stadsreuzen in Nederland[bewerken]

In Nederland bestaat geen echte reuzentraditie zoals in Vlaanderen of Spanje, toch zijn er enkele reuzen te vinden.

  • Tiel: Maaike en Kriekske (reuzenpoppenpaar dat in 1939 ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van de Tielse VVV werd gecreëerd en sinds 1961 een prominente rol speelt tijdens het jaarlijkse Fruitcorso[9])
  • Boxtel: Jas de Keistamper
  • Liempde: Hanne mi de Moor
  • Bergen op Zoom: Jan met de lippen, Trui van de toren, Toontje en Marieke
  • Oisterwijk: Peer Paorel, Gèèselse Ermelindes, Heukelomse Mie
  • Maastricht: Gigantius
  • Gilze: Gullemoei
  • Venlo: Flujas en Guntrud
  • Roermond: Sjtuf (St Cristoffel met Kind op schouder)
  • Tilburg kent 3 stadsreuzen, elk de 3 stadskernen van voor de gemeentelijke herindeling vertegenwoordigend: Fraans Krèùk, uitbeeldend de bekende Tilburgse Tonpraoter Frans Verbunt, voor Udenhout de Uunentse Broeder en voor Berkel-Enschot een voor Nederland unieke reus met twee gezichten, die van Sint-Willebrord en Sint-Caecilia. Daarnaast werden er op 28 december 2011 twee reuzenkinderen, Koosje en Koosje, geboren. Zij komen voort uit de folklore rond "Onnozele kinderen". Deze twee werden op 30 april 2012 gedoopt. De peter en meter komen uit Landen in België.

Bekende stadsreuzen Frans-Vlaanderen[bewerken]

Ieder jaar trekt er in enkele Frans-Vlaamse steden een reuzenstoet door de straten. De reuzen hier zijn afkomstig uit de oude Vlaamse traditie.

  • Colas en Jacqueline uit Arras
  • Uit Dowaai:
    • Gayant (immaterieel cultureel erfgoed)
    • Marie Cagenon (immaterieel cultureel erfgoed)
  • Uit Kassel:
    • Reuze-Papa (6,25 m, 83 kg; immaterieel cultureel erfgoed)
    • Reuze Maman (immaterieel cultureel erfgoed)
  • Jean le Bûcheron uit Steenvoorde

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties