Stadstaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Stadsstaat)
Ga naar: navigatie, zoeken

Een stadstaat is een staat bestaande uit een enkele stad met een eigen onafhankelijke rechtspraak, belastinginning, verdediging en buitenlandse diplomatie.[bron?]

Gewoonlijk liggen er nog wat buitengebieden omheen met wat dorpjes of gehuchten. Vaak woonde de meerderheid van de bevolking in deze dorpen, maar het bestuur was altijd in de stad geconcentreerd. In het begin van de geschiedenis waren dit de eerste politieke eenheden. Gewoonlijk begon het met een dorpje of nederzetting dat op een gunstige plaats lag wat betreft handel en transport. Dit was bijna altijd aan een kruispunt van handelswegen en rivieren.

Door deze goede geografische positie groeide de nederzetting en werd ook rijker.[bron?] Door deze groei kwam er ook behoefte aan een betere organisatie om de dagelijkse gang van zaken in goede banen te leiden en om de verdediging te organiseren. Dit laatste werd nodig omdat de groeiende welvaart ook dieven en rovers aantrok.[bron?]

Inhoud

[bewerken] Oudheid

1rightarrow.png Zie polis (stad) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In het begin nam meestal de religieuze elite deze taak op zich, in samenwerking met de rijkste families die natuurlijk ook het meeste belang bij een goede organisatie hadden. Dit groeide uit tot de klasse van de aristocratie die meestal de touwtjes in handen hield. Allengs groeide de invloed van de goed georganiseerde stad totdat ze soms ver in de omtrek haar macht en wetten kon laten gelden. En soms ging het zelfs zo goed dat ze andere steden ook ging beheersen en integreren in haar invloedssfeer. Dit was het begin van de eerste 'echte' staten.[bron?]

Voor voorbeelden zie de geschiedenis van Sumerië, Rome, Griekenland en Egypte.

De ongeveer vijf miljoen Grieken van ca. 400 voor Chr. (waarvan de helft buiten het huidige Griekenland woonde) waren verdeeld over ongeveer 300 poleis. De meesten daarvan hadden een oppervlakte van enkele honderden km² en ongeveer 10.000 inwoners. Sommige stadstaten zoals Athene en Sparta waren veel groter, maar in dat geval woonde een groot deel van de burgers of onderdanen in dorpen die op meer dan een dagreis van de centrale stad lagen, waardoor deze staten eigenlijk geen typische stadstaten meer waren.[bron?]

[bewerken] Middeleeuwen

In de middeleeuwen waren stadstaten weer belangrijk. Door het feodalisme stelde de centrale overheid niet veel meer voor en konden steden langzamerhand grote zelfstandigheid verwerven totdat ze feitelijk onafhankelijk waren.[bron?] De machtigste en rijkste stadstaten lagen in Italië. Bekende voorbeelden: Genua, Florence en Venetië. Andere bekende stadstaten in de middeleeuwen waren Bremen en Hamburg.

[bewerken] Vrijsteden

Vrijsteden waren steden, soms op omstreden strategisch gelegen gebied gelegen of bevolkt door een gemengde bevolking, die op grond van een verdrag tussen de omringende staten of van een internationale organisatie een autonome status hadden of bestuurd werden door een mandaatsregering en een toevluchtsoord mochten zijn voor door grensverschuivingen stateloze geworden personen. Voorbeelden zijn de heerlijkheden Culemborg en Vianen gedurende de tijd van de Republiek der Verenigde Provinciën, Tanger tussen 1907 en 1963, Danzig tussen 1919 en 1939 en Triëst tussen 1919 en 1941 en in 1947.

[bewerken] Moderne tijd

Tegenwoordig zijn er nog steeds enkele stadstaatjes zoals Monaco, Singapore, en Vaticaanstad.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen