Staf Van Eyken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Staf Van Eyken (Bonheiden, 21 april 1951) is een Vlaamse crimineel die tussen oktober 1971 en maart 1972 in Muizen drie vrouwen verkrachtte en wurgde. Omdat hij zijn slachtoffers graag beet kreeg hij de bijnaam "De Vampier van Muizen". In 1974 werd hij door een Antwerps assisenhof tot de doodstraf veroordeeld die automatisch werd omgezet in levenslang.

Zijn naam wordt ook wel eens als "Van Eycken" geschreven, maar "Van Eyken" is de correcte schrijfwijze.

Biografie[bewerken]

Jeugdjaren[bewerken]

Van Eyken groeide op in een onstabiel gezin. Zijn vader was een alcoholist en vechtersbaas die op een dag zijn vrouw, Marie, en twee kinderen, Staf en Jenny, in de steek liet. Hij sloot zich aan bij het Vreemdelingenlegioen omdat hij een moord op zijn geweten had. Later pleegde hij zelfmoord in Algerije. Stafs moeder hertrouwde en kreeg nog een dochtertje, maar haar nieuwe echtgenoot was eveneens een agressieve man met een drankprobleem. Zij kreeg later multiple sclerose en belandde in een rolstoel. Omdat ze niet meer voor haar dochtertje kon zorgen werd het kind ondergebracht bij de buren, een bejaard koppel. Maar ze kwamen alle drie op tragische wijze om door de uitwasemingen van hun kachel.

Staf Van Eyken groeide op als een onhandelbaar kind dat vaak mishandeld werd door zijn stiefvader. Naar eigen zeggen werd hij vanaf zijn negende vier jaar lang seksueel misbruikt door zijn tante. In augustus 1965, toen Staf veertien jaar oud was, randde hij een 11-jarig meisje aan en werd naar het verbeteringsgesticht van Mol gestuurd. Hij verhuisde van de ene instelling naar de andere, voerde op zijn 18de zijn legerdienst uit en werkte hierna als spoorwegarbeider.

"De Vampier van Muizen"[bewerken]

In 1971 werd Van Eyken een lustmoordenaar. Zijn eerste slachtoffer was Marie-Thérèse Rosseel, het 18-jarige dienstmeisje van een plaatselijke textielbaron, op 13 oktober. Van Eyken verkrachtte en wurgde haar en bewerkte haar vervolgens met een mes. Hij beet haar terwijl hij zich aan haar vergreep, wat hem later de bijnaam "De Vampier van Muizen" zou bezorgen.

De tweede vrouw die door hem verkracht en vermoord werd was Ida Smeets, de 47-jarige vrouw van advocaat en universiteitsprofessor Frans van Isacker. Hij had haar naar een verlaten fabrieksterrein gesleurd en probeerde haar te verkrachten. Dit mislukte en daarom wurgde hij haar, keerde naar huis om te eten en vertrok toen terug naar zijn slachtoffer om haar alsnog seksueel te misbruiken. Toen bleek dat de vrouw nog leefde, vergreep hij zich opnieuw aan haar en wurgde haar ditmaal definitief. Deze gruwelijke moord vond plaats op dezelfde dag dat zijn moeder overleed.

Van Eyken's derde en laatste slachtoffer was Lutgarde Van der Wilt op 19 maart 1972.[1] Zij was een 19-jarig meisje, met wie hij in een jeugdclub had gedanst. Ook zij werd verkracht, gewurgd en net als de vorige twee slachtoffers in het gezicht gebeten. Toen men haar lijk terugvond, fietste Van Eyken langs de locatie en gedroeg zich nogal vreemd. De speurders vonden dit verdacht en schaduwden hem op weg naar zijn huis. Daar zag men dat hij een bloedvlek op zijn mouw had. Hij werd meteen gearresteerd. Van Eyken bekende de moorden meteen en stond er expliciet op dat men hem opsloot.

Na Van Eykens arrestatie bleek dat hij nog een jonge vrouw had proberen aan te randen en te wurgen, maar zij had het buiten zijn medeweten overleefd. Tijdens het onderzoek bleek dat hij nog een heleboel andere vrouwen seksueel misbruikt had en getracht had hen te vermoorden. Deze zedenfeiten waren echter niet op zijn strafblad beland, omdat men destijds minderjarigen nog een tweede kans wilde geven. Zodoende wist de onderzoeksrechter die zich met de drie moorden bezighield lange tijd niets af van Van Eykens verleden.

Nasleep[bewerken]

De moorden van Van Eyken vormden de achtergrond van Gust Verwerft's boek Beschuldigde sta op. Schrijver Jef Geeraerts was tijdens Van Eykens proces aanwezig als journalist en schreef het verslag neer.

VRT-journalist Louis Van Dievel, die in dezelfde wijk opgroeide als Van Eyken, publiceerde in 2006 een fictieroman rond Van Eyken: "De Pruimelaarstraat", uitgegeven door Uitgeverij Houtekiet.

Bronnen[bewerken]